Leeftijdsladder

De leeftijdsladder beschrijft de algemene ontwikkeling van baby to adolescent én welk gedrag een pleegkind in een bepaalde leeftijdsfase kan vertonen.

Adolescent

Algemene ontwikkeling

Een adolescent wordt steeds zelfstandiger en doet meer dingen zelf. Lichamelijk is hij volgroeid, maar psychisch is hij nog niet uitgegroeid. De hersenen van een adolescent rijpen nog verder. De adolescent weet hoe hij op anderen wil overkomen. De rol van opvoeder verandert steeds verder naar een rol als begeleider, coach.

Pleegkind

De laatste stappen naar zelfstandigheid worden gezet. Veel pleegadolescenten kunnen nog wel wat extra steun gebruiken om de eigen financiën te beheren en soms ook in discipline voor schoolgaan en studeren.


Puber

Algemene ontwikkeling

Een puber ontwikkelt zich heel snel: lichamelijk, emotioneel, verstandelijk en wordt seksueel 'rijp’. Ook de hersenen maken een grote verandering door. Dit betekent dat er in het gedrag van een puber veel verandert. Dit begint al in de laatste klassen van de basisschool. Een puber gaat steeds meer zijn eigen weg. Loslaten is het sleutelwoord voor (pleeg)ouders. Dat is zeker geen eenvoudige taak, want, in deze leeftijdsfase, komt een puber meer en meer in aanraking met allerlei mogelijke gevaren en moeilijke situaties. Media spelen een grote rol in het leven van pubers.

Pleegkind

De puber kan steeds beter verwoorden wat hem bezighoudt. Hij is zich bewust van de situatie en kan steeds meer relativeren, met bijv. een grapje. Als (pleeg)ouder kun je meer bespreken en uitleggen. Een pleegpuber zoekt geen nieuwe ouders, maar wel een veilige plek om op terug te vallen.

Basisschool

Algemene ontwikkeling

Een schoolkind leert steeds beter zijn lichaam te bewegen. Hij gaat bijvoorbeeld zwemmen en fietsen. Hij gaat ook actief op zoek naar contact en heeft er plezier in dat anderen op hem reageren. Door met elkaar te spelen, leren kinderen met elkaar omgaan en sociale vaardigheden. Een schoolkind wordt ook steeds zelfstandiger door contacten buitenshuis. Zijn zelfvertrouwen groeit. Vanaf 6 jaar start de gewetensvorming. Een schoolkind kan zich beter verplaatsen in de gevoelens en opvattingen van anderen. Daardoor leert hij ook beter omgaan met afspraken, regels en conflicten.

Pleegkind

Sociale vaardigheden en weerbaarheid vragen bij pleegkinderen soms extra aandacht. Een pleegkind is zich bewust van de bijzondere situatie, maar wil daar niet (altijd) de aandacht op vestigen en wil op school het liefst zo gewoon mogelijk meedoen.

Kleuter

Algemene ontwikkeling

Een kleuter kan taken uitvoeren en het schoolse leven gaat van start. De eerste dagen zijn altijd spannend. Een kleuter wordt zelfstandiger en kan een scheiding van de (pleeg)ouder gemakkelijker aan. Een kleuter is nog erg op zichzelf gericht en kan zich nog niet zo goed inleven in anderen. De motoriek wordt steeds fijner en preciezer, hij leert bijvoorbeeld veters strikken. Een kleuter ontdekt seksualiteit vaak in de vorm van spelletjes, zoals doktertje spelen of vader en moedertje.

Pleegkind

Een pleegkind kan soms meer moeite hebben met het uitvoeren van taken en het wennen op school kan meer tijd kosten. Wanneer en pleegkind uit een onveilige situatie komt en te maken heeft gehad met misbruik, dan vraagt de seksuele opvoeding extra aandacht.

Peuter

Algemene ontwikkeling

Een peuter krijgt langzaam een eigen wil en wil steeds meer zelf doen. Hij leert lopen en praten en gaat op ontdekkingstocht. Hij begrijpt nog niet dat sommige dingen gevaarlijk kunnen zijn. Hij kan heel boos worden als iets niet lukt of mag! Dan gaat hij schoppen, bijten, gillen of knijpen. Een peuter kan nog niet goed zeggen wat hij precies bedoelt. En dan is er de peuterpuberteit: hij merkt dat hij een individu is en zoekt nog meer de grenzen op.

Pleegkind

De peuterpubertijd kan extra heftig zijn bij pleegkinderen. Pleegouders helpen een kind zijn gedrag te veranderen zonder hen pijn te doen.

Baby

Algemene ontwikkeling

Een baby heeft veiligheid en geborgenheid nodig, maar ook voeding en warmte. Een baby groeit hard en slaapt veel. In de eerste maanden maakt een baby nog geen onderscheid tussen volwassenen. Vanaf circa 6 maanden begint de persoonsgebonden hechting en vanaf 7 à 8 maanden wordt de baby eenkennig.

Pleegkind

Wanneer een zwangerschap niet goed is verlopen, kan dat van invloed zijn op het gedrag van een baby, zoals veel huilen. Een baby kan niet zeggen wat hij voelt of wil. Het is voor een pleegouder dan zoeken hoe een pleegkind het best geholpen kan worden. Een veilige hechting is niet altijd vanzelfsprekend. Voor veel pleegkinderen is het daarom beter een beperkt aantal dagen naar de kinderopvang te gaan.

Pleegzorg Nederland zoekt supergewone pleegouders

Lees meer