Terug naar de interviews

Weekendpleegzorg past in ons leven

Toegevoegd op : 24 september 2009

Op een maandagmorgen rijden we door de polder naar het pleeggezin Van Til. Bij de voordeur worden we verwelkomd door de twee zoontjes, Jasper (3) en Sander (5). Het is zomervakantie dus de kinderen zijn lekker vrij. Ze hebben een treinbaan door de hele kamer gelegd. Wij gaan met de pleegouders Ronald (37) en Jolanda (34) aan de keukentafel zitten.

Jullie zijn weekendpleeggezin. Hoe zijn jullie daar toe gekomen?
'Een collega van me wilde pleegouder worden,’ vertelt Jolanda. 'Zo hoorden we wel eens wat. In 2005 hebben we een informatieavond bezocht. In 2006 is onze jongste zoon Jasper geboren. Daarom zijn we toen niet gestart met pleegzorg. Na een jaar hebben we ons opnieuw aangemeld. Omdat we beiden werken, hebben we bewust gekozen voor weekendpleegzorg en vakantiepleegzorg. Een andere vorm vonden we niet passen in ons leven. Onze motivatie voor pleegzorg is vooral dat we wat willen betekenen voor anderen die het minder goed hebben getroffen.’ Ronald vult aan: 'Je doet écht iets voor een ander!! We zien het als een verrijking voor ons eigen leven.’

Hoe ging het verder na jullie aanmelding?
'We kregen al snel een uitnodiging voor het STAP-voorbereidingsprogramma. Dus zeven avonden op weg naar Lelystad om uit te zoeken of we het echt willen. We hadden voor de tijd niet bedacht dat het programma zo intensief zou zijn. Het is alles omvattend,’ zegt Jolanda. 'Je moet behoorlijk graven in je eigen verleden en ook hoe je er samen over denkt. Ons is de opmerking erg bijgebleven dat het eigen gezin voorop moet staan. Het mag niet ten koste gaan van ons eigen gezin. Daarom moet je goed weten waar je eigen grenzen liggen en dat ook aangeven bij de pleegzorg. Het is ons wel duidelijk geworden dat als je open en eerlijk bent een plaatsing de meeste kans van slagen heeft.’

Hoe lang hebben jullie moeten wachten op een plaatsing?
'In februari 2008 zijn we geaccepteerd als pleeggezin. In het begin van de zomervakantie kregen we een telefoontje. Er werd met spoed een vakantiegezin gezocht voor een jongetje van ruim vier jaar. We werden op vrijdag gebeld, in het weekend is er een kennismaking geweest en dinsdag was hij er. Hij is ruim twee weken geweest.’

Hoe ging het?
'We hebben genoten van hem. Het was een leuk jochie. Wat we er wel van geleerd hebben dat twee kinderen van dezelfde leeftijd niet handig is. Onze zoon en dit jongetje zochten constant de strijd met elkaar op. Als de een ergens mee speelde, dan wilde de andere ook. Op een gegeven moment hebben we letterlijk een wekker gezet om ze uit elkaar te houden. “Eerst mag jij tien minuten ergens mee spelen en daarna de ander.” Het werkte gelukkig, je wordt er wel creatief van,’ zegt Jolanda.

Nu hebben jullie een weekendplaatsing van een meisje van 13, is dat anders?
'Het was wat wennen. Zelf hebben we twee jonge jongens. We moeten nu meer meidendingen doen. Laatst hebben we gezellig geshopt met elkaar. Nagels lakken en haar stijlen en andere dingen doen die meiden van 13 leuk vinden. We doen eigenlijk verder niet zo veel bijzondere dingen. Ze geniet ook erg van samen koken. De jongens vinden het leuk dat ze er is. Ze wordt 's morgens heel voorzichtig door hen wakker gemaakt. Je ziet dan dat ze het leuk vindt,’ zegt Ronald.

Zijn er rondom pleegzorg dingen die jullie niet verwacht hadden?
'Je moet goed kunnen samenwerken,’ zegt Ronald. 'Als je dat niet kunt dan wordt het lastig. Dat hadden we al wel gehoord maar in de praktijk is het ook zo. Bij een kind horen verschillende mensen, ouders / pleegouders, medewerkers van Bureau Jeugdzorg en een pleegzorgbegeleider. Het is nog voor ons zoeken hoe het allemaal gaat. Ook daarom is het belangrijk dat je goed weet wat je wil en dat je open bent in wat je ervaart,’ vindt Ronald. 'Maar het is het allemaal waard, we doen het hartstikke graag voor een kind dat het nodig heeft. Genietmomenten zijn er veel. Bijvoorbeeld de eerste week dat ze bij ons was, hebben we gezellig samen een slagroomtaart gemaakt. Of die keer dat het jongetje zat te stralen op een trekker bij mijn broer.’


Terug naar de interviews