Terug naar de interviews

"We zouden het zó weer overdoen!”

Toegevoegd op : 2 juli 2014

Jan en Mieke begonnen hun pleegzorgcarrière met een langdurige plaatsing en konden toen niet vermoeden dat ze na het aflopen van die plaatsing nog zo’n twintig keer crisisopvang zouden doen. Maar toen ze één keer begonnen en merkten wat ze konden betekenen, wisten ze bijna van geen ophouden. Een terugblik met Jan (net 73) en Mieke (69) die afgelopen zomer na 37(!) jaar stopten met pleegzorg.

Hoe is het om niet meer te (hoeven) verwachten dat Pactum belt met een nieuwe vraag?
Jan: “Dubbel. Aan de ene kant mis ik het leuke gevoel: kinderen om me heen om voor te zorgen, aan de andere kant hebben we nu alle vrijheid om de leuke dingen te doen die we willen doen.”
Mieke vult aan:” We zijn net terug van een fijne, verre vakantie; heerlijk! En nu hebben we helemaal de tijd aan onszelf. Het is ook wel goed dat we gestopt zijn: vooral tijdens de laatste plaatsing merkten we dat de zorg voor een klein kind ook wel heel veel energie kost.”

Hoe kijken jullie terug op 37 jaar pleegzorg?
Jan: “Heel goed!”
Mieke: “Positief! Ook al gebeurden er soms dingen waar ik niet blij mee was, zoals: ‘afspraken die niet liepen’ en ‘vragen waar geen antwoord op kwam’. We hopen dat we de kinderen een stukje verder geholpen hebben. Sommige kinderen knapten helemaal op. En we zijn er zelf ook stukken rijker van geworden!”
Jan en Mieke vertellen in al die jaren heel bijzondere ontmoetingen gehad te hebben: “Je kijkt nu anders naar mensen en kinderen die mindere of andere kansen hebben gehad. Je begrijpt hun situatie beter.”
Jan en Mieke zeggen zich altijd goed gesteund gevoeld te hebben door hun familie en vrienden. Ook over de begeleiding van de diverse pleegzorgwerkers zijn ze over het algemeen goed tevreden.

Wat hebben jullie zien veranderen in de wereld van de pleegzorg?
“Je had vroeger één begeleider voor een kind. Verder keek er niemand naar om. Nu staan er vaak meer hulpverleners rond een kind. Als pleegouder werd er vroeger ook minder naar je geluisterd. Er werd beslist. Inmiddels wordt er en beter geluisterd en zijn we zelf ook mondiger geworden.”

Wat heeft de pleegzorg in jullie leven voor jullie zoon betekend?
Mieke en Jan geven aan dat hun zoon al vroeg heeft gemerkt dat er ook andere kinderen zijn, met heel verschillende achtergronden en mogelijkheden. Jan en Mieke hebben gemerkt dat hij zich ook wel eens weggecijferd heeft, toen hij zag dat zijn ouders zó hun best deden voor een pleegkind. Maar al met al is ook hij er rijker van geworden, zo weten ze.

Wat willen jullie andere/nieuwe pleegouders ‘meegeven’?
Jan: “Oprechte aandacht is belangrijk.”
Mieke: “Niet op alle slakken zout leggen. Geef het kind de ruimte.”
Beiden: “Blijf bij je eigen gevoel. Je kunt nog zoveel tips krijgen of ’handvatten’: ze moeten wel bij je passen en je moet wel jezelf blijven.”

Wat is jullie motto geweest?
Beiden: “Het kind helpen” en “Ouders horen erbij”. Mieke en Jan geven aan bij een enkele geheime plaatsing ouders niet te hebben ontmoet. “Dat moest misschien zo, maar eigenlijk is het jammer.” Als ouders hier op de bank hadden kunnen zitten, was er mogelijk eerder acceptatie geweest.”
Bij de andere plaatsingen merkten we dat het contact goed uitpakte. Wij konden hun ouders met respect benaderen. Kinderen zwaaiden hun ouders dan vaak vrolijk uit.

Wat was het leukst/mooi om mee te maken?
Mieke en Jan, om en om: “Het was het leukst als er echt iets aan de hand was, als je kinderen echt iets aan kon reiken: kinderen die voor het eerst een eigen bed kregen, bijvoorbeeld. Of: de stralende oogjes van een kind, dat ‘stijf van verwaarlozing’ was binnengekomen , een schrikachtig kind dat na verloop van tijd ontspannen werd, een kind dat zich in het begin ‘niet liet zien’, maar heel langzaam uit haar hoekje kwam.” En zo konden Mieke en Jan nog veel langer doorgaan.

Wat was het lastigst/moeilijk om mee te maken?
Mieke: “Ik vond afscheid nemen steeds weer moeilijk. Op het laatst werd het beter. Als er een goed vervolg was, dan waren zowel het kind als wij ook wel vaak toe aan dat afscheid.”
Verder heeft Mieke het een enkele keer, als ook ziekenhuisopname nodig was van een kind, moeilijk gevonden om dat mee te maken. “Een kind was er soms net….”
In huis, zo vult Jan aan, was het wel eens lastig om onze agenda’s af te stemmen. “Er moest altijd iemand thuis zijn natuurlijk, als er een plaatsing was.”

Ik geef een inkopper: “Dát moet je opschrijven!”
Mieke: “Het kon soms zo lang duren, voordat er duidelijkheid kwam! Er was dan bijvoorbeeld een voorlopige ondertoezichtstelling (VOTS). De Raad voor de Kinderbescherming moest haar rapport maken. Er kwam een gezinsvoogd. Die ging opnieuw bezien wat het beste zou zijn … En dat duurde en dat duurde.” Jan en Mieke hebben overigens ook gemerkt dat ‘bij Spoedzorg’ soms wel sneller duidelijkheid kwam.
“Maar onnodig lange onduidelijkheid: Nee! Maak er werk van! Ga er achteraan!”

Als jullie er nu weer voor zouden staan: Zouden jullie het overdoen?
Beiden: “Ja, meteen.”
Jan en Mieke vullen aan: “Met de wetenschap van nu zouden we mogelijk niet meer voor ‘langdurige pleegzorg ’gaan, maar vooral crisisopvang doen. Maar echt: je mist heel veel als je het niet doet. En ja, we zouden het zó overnieuw doen!”


Terug naar de interviews