Terug naar de interviews

Voor pleegkinderen is ons huis een thuis

Toegevoegd op : 3 januari 2018

Deborah weet al van jongs af aan dat ze voor kinderen wil zorgen die het thuis niet gemakkelijk hebben. Deborah en Henri hebben drie eigen kinderen. Sinds twee jaar wonen pleegzoon Wesley (12) en pleegdochter Noor (12) bij hen. ‘Dat zij ons huis een thuis noemen, dat is toch het mooiste wat er is.’

Deborah en Henri wonen in Twente met dochters Tess (9), Fleur (6) en zoon Daan (3). In 2015 meldt het gezin zich aan voor een informatiebijeenkomst over pleegzorg. ‘De gedachte om kinderen op te vangen speelde al jaren door mijn hoofd. Ons gezin was compleet, nadat Daan was geboren. Toen hij 1 jaar was, besloten we ervoor te gaan,’ vertelt een enthousiaste Deborah. Na aanmelding volgde een intakegesprek en een training van zes avonden.

Sceptisch over training
Deborah: ‘Moet dat nou, zo’n training? Dat was het eerste wat ik dacht. Maar je hebt er echt wat aan. Je leert jezelf én je partner op een andere manier kennen. Tijdens de training bespreek je opvoedvraagstukken. Hoe reageer je bijvoorbeeld als een pleegkind tegen je liegt? Dit leverde boeiende gesprekken op tijdens de autorit naar huis.’ Bij pleegzorg staat voorop wat voor het kind het beste is. Er wordt altijd geprobeerd pleegouders te vinden die zo goed mogelijk passen bij de vraag en achtergrond van een pleegkind. Andersom geldt dit natuurlijk ook. ‘Daarom ga je in gesprek over welke problematiek en leeftijd het beste in jouw gezin past.’ Deborah en Henri wisten al direct dat ze voor tieners wilden zorgen. ‘Die luiers, dat hoeft voor ons niet meer. We bieden opvang aan kinderen vanaf 12 jaar. Het coachen en begeleiden van deze kinderen geeft ons energie.’

Andere normen en waarden
De twaalfjarige Wesley was hun eerste pleegkind. Tijdens het ‘dagje wennen’ is er direct een klik. Een jaar later woont ook de twaalfjarige Noor voor langere tijd in het gezin. Deborah: ‘De eerste twee jaren waren heel pittig. Er komen kinderen bij je in je huis wonen met andere normen en waarden. Dat is behoorlijk intensief. Het gaat om kleine dingen, die voor je eigen gezin zo gewoon zijn. Wesley was bijvoorbeeld gewend om veel op straat “te hangen” en niet door te geven hoe laat hij thuiskwam. Zo gaan wij in ons gezin niet met elkaar om. Nu komt hij op de afgesproken tijd thuis.’ Voor oudste dochter Tess is het niet altijd gemakkelijk. Tess zit qua leeftijd het dichtst op Wesley. ‘Dit maakt dat het soms botst,’ vertelt Deborah. ‘Tess en Wesley reageren altijd op elkaar. Over de plaats in de auto krijgen ze nog ruzie. Zij heeft zich het meest moeten aanpassen en vindt het niet altijd even leuk dat de pleegkinderen er zijn.’

Contact met ouders
De ouders van Wesley en Noor blijven altijd een rol spelen in hun leven. Contact met de eigen familie is heel belangrijk en wordt dan ook gestimuleerd. Ook bij Deborah en Henri komen de ouders op bezoek. ‘Dit is best ingewikkeld. Het komt weleens voor dat moeder niet op komt dagen bij een bezoekregeling van Wesley. Ik voel dan zoveel boosheid en teleurstelling voor hem. Je ziet hem zitten aan de keukentafel. Met een gebakje. Wachtend op z’n moeder. Dan breekt mijn hart, maar we proberen er niet te lang bij stil te staan. Je voelt op dat moment wel aan of hij er wel of niet over wil praten.’

Pleegzorg verrijkt je leven
Deborah en Henri genieten van elke kleine vooruitgang die ze zien bij Wesley en Noor. ‘Dat Noor ons tijdens een ruzie niet voor alles en nog wat uitmaakt, maar mokkend naar haar kamer gaat. Dat is een grote stap in haar ontwikkeling. Toen Wesley in ons gezin kwam, zat hij op het speciaal onderwijs. Nu doet hij vmbo-kader. Hoe gaaf is dat? Ik ben super trots op beiden. Door pleegzorg heb ik ontdekt dat ik veel geduld heb,’ voegt Deborah lachend toe. ‘We maken niet van elk probleem een issue. Kunnen relativeren en lachen veel, volgens mij moet dat in je zitten om pleegouder te kunnen zijn.’

De namen Wesley en Noor zijn uit privacyoverwegingen gefingeerd.


Terug naar de interviews