Terug naar de interviews

Van huis naar thuis

Toegevoegd op : 24 maart 2008

Barend (57) en Marleen (54) wisten al snel na hun trouwen dat ze een groot gezin wilden. Maar dan wel met allemaal eigen kinderen of juist met allemaal pleegkinderen. Nu bijna dertig jaar later hebben er 36 pleegkinderen bij hen gewoond.

Barend en Marleen wonen in een grote zelfgerenoveerde boerderij aan de rand van een landelijk dorpje in de provincie Utrecht. Op dit moment wonen er zes pleegkinderen bij hen.

Normaal gesproken wonen er hooguit 3 pleegkinderen in één pleeggezin. Waarom is het bij jullie anders?
Marleen: “Toen wij begonnen met pleegzorg, was het gebruikelijk dat broertjes en zusjes in aparte pleeggezinnen werden geplaatst, zodat de kinderen exclusieve aandacht van de pleegouders kregen. Wij waren het hier destijds niet mee eens. Een bloedband is zo iets bijzonders, dat moet je koesteren. Ook al gaat het thuis misschien niet goed, de relatie met je familie moet je zo goed als mogelijk onderhouden. Daarom nemen wij broertjes en zusjes ook samen in huis. Daarnaast bieden we ook crisisopvang. Dan kan het wel gebeuren dat we meer dan drie kinderen in huis hebben.”

Op dit moment hebben Barend en Marleen vier jongens en twee meisjes in huis in de leeftijd van 7 tot 19 jaar oud. Van twee kinderen weten de ouders niet dat ze hier wonen. Zij bieden verschillende soorten opvang, van crisis- tot langdurige pleegzorg. De samenstelling en grootte van het gezin verandert voortdurend.

Waarom hebben jullie gekozen voor pleegzorg?
Marleen; “Eigenlijk rolden we er zomaar in. Ik was 25 jaar geleden leerkracht op een school voor moeilijk lerende kinderen. Daar was een meisje van 19 jaar dat haar hele leven al in internaten woonde. Zij wilde graag af en toe de weekenden bij ons doorbrengen. Op deze manier leerde ze meer over het gezinsleven en sociale omgangsvormen. Na een tijdje vond ze dat ze zoveel had geleerd dat ze het aandurfde om zelfstandig te gaan wonen. Inmiddels is ze zelf moeder van twee kinderen en wordt ze binnenkort zelfs oma!”

Wat heeft pleegzorg in je leven veranderd?
Barend: “Eigenlijk alles! Pleegzorg is complex maar fantastisch. Na al die jaren is het wel vermoeiender, maar door de hectiek van de dag voelen wij ons nog midden in het (gezins)leven staan.”

In hoeverre is jullie verwachting uitgekomen?
Marleen: “Tja, verwachting. Doordat we er zo zijn ingerold, merkten we gelijk dat het heftig was. Maar nu, na al die jaren, kunnen we stellen dat die eerste plaatsing het heftigst was. Een puber, met zo weinig sociale vaardigheden en dat terwijl je zelf nog maar 25 en 28 jaar bent. Ik kan je vertellen: dat is zwaar!”

Een uitgebreid voortraject is zeker nuttig en het is goed dat de pleegzorgvoorzieningen hierin investeren. Wij hebben dat zelf nooit zo gehad, maar ik had natuurlijk wel door mijn opleiding en werk een gedegen voorbereiding.”

Welke vorm van pleegzorg vinden jullie het leukste?
Marleen: “Van Huis Naar Thuis! Dit is een variant waarbij al snel duidelijk is dat pleegzorg van tijdelijke aard zal zijn. Het is er op gericht dat het pleegkind uiteindelijk weer terug naar huis gaat. Zo hebben wij een jongen in huis gehad waarvan de moeder het echt niet meer zag zitten. Ze waren water en vuur en de moeder leverde de jongen af met de mededeling dat ze hem nooit meer hoefde te zien. Zo erg waren de gemoederen opgelopen. Samen met de pleegzorgbegeleider hebben we afgesproken dat er eerst drie maanden geen contact zou zijn tussen moeder en kind om beiden even tot rust te laten komen. Ik heb wel afgesproken dat ik wekelijks even contact met haar zou hebben om de dagelijkse gang van zaken te bespreken. Na die drie maanden is het contact tussen moeder en zoon langzaamaan opgebouwd. Moeder kreeg haar leven weer op de rit en toen het moment kwam dat haar zoon weer bij haar kon komen wonen, hebben we daar met z’n allen naar toe gewerkt. Moeder kwam eerst een paar middagen bij ons in het gezin meedraaien en zo nam ze steeds meer de zorg van haar zoon over. Op zo’n moment ben je niet alleen pleegmoeder, maar heb je ook een voorbeeldfunctie naar de ouders toe.

Wat vind je lastig aan pleegzorg?
Marleen: “De hechtingsstoornis die veel pleegkinderen hebben. Je weet het wel en je weet ook dat je niet teveel moet verwachten, maar soms doe je iets en is het heel goed bedoeld, maar is de reactie van het pleegkind toch anders dan je dacht. Zo’n teleurstelling doet dan wel weer even pijn, ook al weet je verstandelijk heel goed waarom een kind zo heeft gereageerd. Barend: “Dan is het weer even duidelijk dat de band van jou naar het kind zo sterk is als staalkabel, maar dat het andersom soms niet meer is dan dun elastiek”.

Wat zijn de positieve ervaringen?
Barend: “Als het je lukt om een goede band met de ouders op te bouwen zodat je steeds meer samen de zorg kunt delen. In het gezin is het dan wel verkeerd gelopen, maar dat wil niet zeggen dat de band tussen ouder en kind er niet is. Dan is het mooi als jouw inzet eraan heeft bijgedragen dat het kind weer terug naar huis kan.”

Hoe ziet een doorsnee dag er voor jullie uit?
Marleen: “Zoals het in veel gezinnen gaat met schoolgaande kinderen. We beginnen de dag met een gezamenlijk ontbijt. Daarna gaat iedereen naar school of aan het werk en begin ik met het huishouden. Vervolgens heb ik de 'pleegzorgtelefoontjes’. Tja, dagelijks ben ik wel aan het bellen met ouders, voogden of pleegzorgbegeleiders. Als de kinderen uit school komen is het tijd voor huiswerk. Na het avondeten spelen we nog een spelletje met de jongere kinderen en kijken we daarna nog even TV met de ouderen. In bed praten we altijd na over de dag, want met al die kinderen is er héél wat te bespreken!”

Hoe ervaren jullie na al die jaren de begeleiding. Jullie zijn tenslotte doorgewinterde pleegouders?
Marleen: “We zijn altijd blij met de gesprekken met de pleegzorgbegeleiders. Ook wij hebben last van bedrijfsblindheid en soms denk je 'heb ik dit eigenlijk wel goed aangepakt?’ De terugkoppeling die je dan krijgt van de pleegzorgbegeleider is heel fijn. Soms is de oplossing simpel en heb je het alleen maar over het hoofd gezien. We vinden het altijd fijn als de pleegzorgbegeleider mee-eet, want tijdens het eten zie je gelijk hoe het er bij ons aan toe gaat!”


Terug naar de interviews