Terug naar de interviews

Sheba (18) is haar pleegouders dankbaar

Toegevoegd op : 29 september 2017

Gewoon een vader- en moedergevoel Sheba (18) woonde met haar broer in een kindertehuis en woont nu in een pleeggezin. Sheba: 'Ik woonde samen met mijn broer in een kindertehuis. Op een gegeven moment werden we voorgesteld aan twee mensen. Dat waren mijn pleegouders. Mijn broer en ik waren zo blij dat we naar een gezin mochten! Gewoon een vader- en moedergevoel. Dat misten we heel erg. We hebben eerst een paar weekenden gelogeerd. Om aan elkaar te wennen. Toen we verhuisden hingen in de hele buurt vlaggen. Zo leuk! Ik heb ook een zusje. Zij woont bij een ander pleeggezin. Zij was destijds te jong voor het kindertehuis en ging dus direct naar een pleeggezin. We zien elkaar veel. Met mijn ouders heb ik niet supervaak contact. Mijn vader zie ik soms. Met mijn moeder heb ik geen contact.'

Meer aandacht voor mij

'In het kindertehuis waren veel regels’, vertelt Sheba. 'Dat is logisch want je woont met veel mensen. Thuis heb ik ook regels, maar dat zijn gewone gezinsregels.
Mijn pleegouders hebben ook meer aandacht voor me. Ze gaan mee naar wedstrijden en zo. Bij het kindertehuis miste ik een ouder die mij aanmoedigde. Ik heb het erg fijn waar ik nu woon.
Ik vind het belangrijk dat kinderen een echte jeugd hebben. Dat ze kunnen genieten en in een vervelende situatie worden opgevangen. Ieder kind moet dat eigenlijk hebben. Ik sta er voor open om later pleegkinderen te hebben.’

Het voelt alsof ze mijn ouders zijn

'In het begin waren mijn pleegouders overbezorgd’, zegt Sheba. 'Je bent toch een kind van iemand anders. Nu merk ik het verschil niet meer. Het voelt alsof ze mijn ouders zijn. Ik ben ze dankbaar dat ze mijn broer en mij in huis hebben genomen.
Mijn vrienden en leraren kennen het hele verhaal. Soms schrikken ze van mijn verhaal maar ze behandelen mij gewoon als kind. Ik wil ook geen medelijden. Ik wil als een gewoon mens behandeld worden.
Ik heb therapie gehad omdat ik mijn verdriet niet kon uiten. Daardoor werd ik soms heel boos. Die therapie heeft zeker geholpen. Daarom durf ik nu ook mijn verhaal te vertellen. Dat had ik anders nooit gedurfd.’


Terug naar de interviews