Terug naar de interviews

‘Roti noemde ik Surinaamse jira'

Toegevoegd op : 31 januari 2014

Patricia werkt bij de Amsterdamse politie als buitengewoon opsporingsambtenaar, ze heeft 3 kinderen, 2 kleinkinderen en 2 pleegkinderen

Sinds begin 2012 wonen Samuel (7) en Jonas (4) bij de Surinaamse Patricia en haar man Gilbert. De ouders van de broertjes komen uit Eritrea. Afgelopen mei overleed hun moeder, zij leefde gescheiden van hun vader. Door de problemen thuis was al sprake van een uithuisplaatsing. Die gebeurde versneld toen hun moeder werd opgenomen. Patricia kent weinig details uit de geschiedenis van haar pleegzoons. Ze ziet wel de gevolgen van sommige gewoontes: ‘Samuel heeft rotte tanden. Bij hun moeder was het een snoepparadijs en ze gingen nooit naar de tandarts. Ik heb begrepen dat hun moeder honger heeft geleden. Ze wilde haar zoons op dat punt alles geven.’ Tijdens de bezoeken aan hun moeder zag Patricia dat er nauwelijks werd geknuffeld. Bij haar willen de jongens juist vaak op schoot. Of het een cultureel verschil is, weet ze niet: ‘Ik merk alleen dat ze behoefte hebben aan warmte.’

Engel
Tot het laatste moment dacht hun moeder beter te worden. Ze zocht een huis en beloofde de kinderen een eigen kamer. Patricia begrijpt dat ze haar kinderen wilde behoeden voor verdriet: ‘Ik heb het maar zo gelaten.’ Na het overlijden bracht ze de jongens het droeve nieuws: ‘Toen ik vertelde dat hun moeder voortaan vanuit de hemel met ze meekijkt, reageerde Samuel eigenlijk opgewekt: een moeder als engel vond hij bijzonder.’ Bij de begrafenis waren veel Eritrese mensen. De grote opkomst verbaasde Patricia: ‘Het hoort kennelijk bij de cultuur dat mensen die je niet hebben gekend de laatste eer komen bewijzen. Je zou denken dat het dan mogelijk moet zijn een pleeggezin binnen de gemeenschap te vinden. Hun moeder hield dat tegen, misschien omdat ze het oneens was met de uithuisplaatsing.’

Te koud
De jongens kregen van huis uit het rooms-katholieke geloof mee. Het gezin van Patricia is lid van de Evangelische Broedergemeente. Ze neemt de kinderen af en toe mee naar de kerk, dat vond hun moeder prima. Over sport was ze minder positief. Samuel is dol op atletiek. Zijn moeder vond een buitensport te koud voor hem. Na haar overlijden vroeg hij Patricia of hij weer naar de vereniging mocht. Ze vindt het lastig omdat ze wens van zijn moeder kent: ‘Ik wil haar respecteren, maar zie ook hoeveel plezier het hem geeft.’
De moeder liet tijdens een bezoek van de kinderen wel eens jira klaar maken, een soort pannenkoek met yoghurt- of tomatensaus. Jonas nam er meestal weinig van omdat hij de saus te pittig vond. Samuel at zijn bord leeg, maar kwam dan meestal met buikpijn thuis. Patricia’s moeder maakte een keer roti voor ze en noemde het Surinaamse jira: ‘Ze vonden het heerlijk.’

Loslaten
Vorig jaar bleef Patricia in de zomer thuis omdat de artsen hun moeder niet veel tijd meer gaven. Dit jaar gaat ze wel op vakantie. De jongens logeren dan bij hun oom en tante, hun vader zal daar ook zijn. Patricia: ‘Ik ben blij dat ze bij familie verblijven. Als ze zich verdrietig voelen, weten de mensen om hen heen waarom.’ De familie wil graag de zorg voor de kinderen overnemen. Daar is Patricia voor de jongens blij om. Zelf moet ze aan het idee wennen: ‘Maar ik kan ze beter loslaten als ik weet dat ze naar een vertrouwde plek gaan.’


Terug naar de interviews