Terug naar de interviews

Pleegzorg past ook bij jonge gezinnen

Toegevoegd op : 24 augustus 2009

Mieke (25 jaar) en Henk (32 jaar) vormen een jong gezin met drie kinderen: een zoon van 4 jaar, een pleegdochter van 2 jaar en een dochter van een jaar oud. De pleegdochter is als baby van twee weken in het pleeggezin komen wonen.

Voordat hun pleegdochter Lotte kwam, hadden de pleegouders al besloten dat Mieke bij de komst van een pleegkind de eerste periode thuis zou blijven om voor haar te zorgen. Henk en Mieke zijn beiden werkzaam in het welzijnswerk. Henk werkt fulltime in de verslavingszorg en Mieke werkt drie dagen in de week met licht verstandelijk gehandicapten met gedragsstoornissen. In de praktijk is het goed te combineren. Ze kunnen hun diensten goed op elkaar afstemmen. Hun zoon gaat naar school, Lotte gaat naar het medisch kleuterdagverblijf en de jongste dochter gaat twee dagen per week naar een gastgezin.

Een groot gezin
Mieke en Henk willen graag een groot gezin, maar dat hoeft niet persé met alleen eigen kinderen. Voordat hun zoon geboren werd, hebben ze het al samen over pleegzorg gehad. Kennissen van de ouders van Mieke hadden pleegkinderen in huis: altijd een huis vol met kinderen, waar het gezellig was. Henk kent pleegzorg vanuit de verhalen van jongeren uit de psychiatrie, waar hij vroeger werkzaam was. Het merendeel van deze jongeren kwam uit de jeugdzorg of pleegzorg.

Pleegoudervoorbereiding
Toen hun zoon net één jaar oud was en de verbouwing van het huis was afgerond, zijn Mieke en Henk met de STAP cursus begonnen. De STAP-voorbereidingscursus heeft hen duidelijk gemaakt, dat zij echt pleegouders wilden worden. 'Je moet wel veel van jezelf bloot geven, dat is soms heel confronterend, maar ook wel heel goed,’ vindt Mieke. Achteraf gezien zijn zeven avonden heel kort om erachter te komen waar je precies instapt. Het beeld dat zij van tevoren hadden, bleek toch weer anders na de komst van Lotte.

Langdurige opvang
Na de STAP-cursus hebben Henk en Mieke bewust hun voorkeur aangegeven voor langdurige opvang van een kind dat jonger was dan hun zoon van toen twee jaar. De plaatsing mocht wel als een crisisplaatsing beginnen om de continuïteit voor het pleegkind zoveel mogelijk te kunnen waarborgen. In december hadden ze het eindgesprek van de STAP-cursus. Gezien het aanbod hielden ze er rekening mee dat het wel een of twee jaar kon duren voordat er een plaatsing zou volgen. Zij werden echter al na een maand gebeld met de vraag of ze pleegouders wilden worden voor Lotte. Ze kwam al dezelfde avond direct uit het ziekenhuis bij hen wonen.

Risicobaby
'Toen Lotte de eerste maanden zoveel sliep, dachten we eerst, dat komt wel goed, zij moet eerst helemaal tot rust komen. Ze krabbelt vanzelf wel op. Dan loopt ze maar een paar maanden achter. Dat is niet erg, dat haalt ze op den duur wel in.’ Henk en Mieke hebben er van tevoren wel rekening mee gehouden, dat Lotte een ontwikkelingsachterstand kon hebben en misschien later aangewezen zou zijn op speciaal onderwijs. Waar ze van tevoren geen rekening mee gehouden hebben, is dat Lotte zichzelf al na een jaar pijn deed en met haar hoofd tegen de muur sloeg en anderhalf uur kon liggen krijsen op de vloer. 'Daar kun je je ook moeilijk op voorbereiden,’ vinden ze beiden.

Toen Lotte anderhalf jaar was werd het duidelijk dat haar ontwikkeling achterliep met andere kinderen van haar leeftijd. Ze kon toen nog niet op haar eigen benen staan, ook niet als je haar vasthield. Eigenlijk pas nadat de pleegouders een artikel hadden gelezen over het Foetal Alcohol Syndroom (FAS) in het blad van de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen (NVP), is het langzaam duidelijk geworden wat er met haar aan de hand was. Ze weten nu sinds twee maanden dat Lotte inderdaad het FAS syndroom heeft. 'Je gaat iets aan, je komt van alles tegen. Je wordt dan wel op de proef gesteld. Wil je dit ook echt. Het blijkt dat je zelf er meer achteraan moet, dan je van tevoren denkt. Er blijkt bij de professionals nog heel weinig bekend te zijn over het FAS syndroom bij kinderen.’
Het pleeggezin heeft intensieve begeleiding gekregen. Zij worden sinds kort begeleid door de therapeutische pleegzorg.

Contact met ouders
De ouders vinden het goed dat Lotte in het pleeggezin woont. De pleegouders vinden het belangrijk, dat de ouders zich betrokken kunnen voelen bij hun dochter. Ze realiseren zich dat ouders veel van de ontwikkeling van hun kind missen, zoals de eerste stappen die hun kind zet. Het pleeggezin stuurt regelmatig foto’s en informatie over hoe het met Lotte gaat. Lotte heeft vier keer per jaar contact met haar ouders. De ouders doen heel erg hun best om het tijdens het bezoek leuk te maken voor Lotte. De pleegouders zijn wel aanwezig bij de bezoeken, maar bemoeien zich er eigenlijk niet mee. Alleen als de ouders wat willen weten, dan legt Mieke dat aan hen uit. Zij geeft ook wel aan, wat Lotte leuk vindt. Tot nu toe laat Lotte de bezoeken over zich heen komen. Je kunt aan haar merken dat ze na een bezoek even van slag is en de volgende dag drukker is dan anders. Daarna is het ook weer over.

Crisisplaatsingen
Henk en Mieke realiseren zich, dat er ook kinderen zijn waar niet zo snel een plek voor gevonden wordt als voor Lotte. Ze hebben zelf aangegeven, dat ze open staan voor crisisopvang van pubers. Henk en Mieke vinden het belangrijk dat pubers zichzelf kunnen zijn: ze krijgen een eigen kamer, kunnen zich richten op school en worden opgevangen vanuit het idee, dat ze eerder bij een grote broer en zus in huis zijn dan bij een vader en moeder.
Tot nu toe zijn er twee crisisplaatsingen geweest van een jongen van 17 en één van 14 jaar. 'We hadden ook echt met hen te doen. Het is ook wat om zo bij vreemden gedropt te worden met een paar vuilniszaken vol spullen. Het belangrijkste is, dat ze weten, dat ze er mogen zijn, elk moment van de dag binnen kunnen komen, een boterham kunnen smeren en een half uur onder de douche kunnen staan als ze dat willen. De enige regels, die we stellen, was dat ze rekening moeten houden met onze jonge kinderen, niet mogen vloeken of schelden. En voor de rest: “wil je stappen, dan ga je stappen, dat deden wij ook op die leeftijd. Zeg alleen wanneer je weggaat en wanneer je terugkomt.”
Het waren jongens met stoere praatjes en straattaal, maar ze speelden ook nog met de blokken van onze zoon. Op het moment dat onze jonge kinderen op bed liggen, heb je nog de hele avond tijd voor zo’n jongen die bij je in huis is. Die krijgt dan alle ruimte en aandacht. In feite is het een gouden combinatie, jonge kinderen en pubers. Onze zoon vond het ook heel leuk.’


Terug naar de interviews