Terug naar de interviews

Pleegzorg is niet iets wat je er even bij doet. Je moet er wel voor gaan

Toegevoegd op : 24 juni 2010

Het gezin bestaat uit pleegvader Jan, 46 jaar, werkzaam in de directie van een winkelketen, pleegmoeder Els, 45 jaar, huisvrouw, twee adoptiekinderen van 15 en 13 jaar en drie pleegkinderen: een tweeling van 9 jaar en een meisje van 4 jaar.

Van adoptie naar pleegzorg
Jan en Els hadden al eerder pleegzorg overwogen en hebben dit weer opgepakt toen er niets kwam van een derde adoptiekind. Voor de andere kinderen leek het hen op dat moment ook goed om op te groeien in een groot gezin.

De tweeling woont sinds vijf jaar in het gezin en de jongste pleegdochter sinds twee jaar. Daarnaast heeft het pleeggezin in de afgelopen jaren in totaal acht kinderen opgevangen in het kader van crisisopvang. Dat waren soms plaatsingen die enkele weken duurden, maar ook plaatsingen van een half jaar.

Voorbereiding
Els en Jan vinden het goed, dat je wordt voorbereid, dat de verschillende rollen in de pleegzorg goed worden uitgelegd. De aandacht in de voorbereiding voor de emotionele aspecten van het pleegouderschap, die hadden zij al ervaren met hun adoptiekinderen en waren heel herkenbaar. Jan geeft aan dat adoptie en pleegzorg in die zin veel op elkaar lijken. Het gaat nu goed met hun tweede zoon, maar in het begin heeft hij de wereld van Els en Jan aardig op zijn kop gezet: 'wat dit met je gezin doet, moet je toch als gezin ervaren’.

Begeleiding
Het voordeel van de pleegzorg is, dat je er niet alleen voorstaat en dat je een beroep kunt doen op een begeleider als je ergens tegen aanloopt. Minder prettig is, dat je nogal eens van begeleider wisselt, wat niet goed is voor de continuïteit. Verder is het niet altijd even duidelijk wat je als pleegouder zelf mag regelen en wanneer je de begeleider moet inschakelen”: 'Dat is soms wel lastig, omdat een pleegkind ook met je meegroeit in je gezin. Voor je eigen kinderen regel je immers alles zelf’.

In principe heeft men altijd gekozen voor een pleegkind, dat de jongste kon worden in het gezin. Zo zijn de huidige pleegkinderen ook in het gezin gekomen.

De eerste kinderen die in het gezin geweest zijn, waren crisiskinderen. Crisisopvang bleek te veel onrust te brengen in het gezin. Toen is er gekozen voor langdurige zorg. Zo is de tweeling in het gezin gekomen. Daarna was er toch nog een plaats voor crisisopvang. Het jongste pleegkind is vanuit een crisis in het gezin gekomen. Zij kwam voor zes weken, maar paste heel goed bij de andere kinderen in het gezin. Toen Els en Jan gevraagd werd of ze voor langere tijd mocht blijven, zijn ze hierop ingegaan.

Ervaring contacten met ouders
Met de moeder van de tweeling is pas sinds een half jaar contact. Daarvoor was er al wel contact met de grootmoeder en twee andere zusjes van de tweeling die ook in een pleeggezin wonen. Het contact met moeder wordt nu opgebouwd. De moeder van het jongste pleegkind komt iedere vier weken op bezoek in het pleeggezin. Els en Jan hebben er bewust voor gekozen de bezoekregeling bij hen thuis te laten plaatsvinden. Tot nu toe gaat dit heel goed.

Verschillen adoptie en pleegzorg
Adoptiekinderen heb je voor jezelf. Pleegkinderen deel je met anderen. Els en Jan vinden het waardevol dat de familie van de pleegkinderen in het gezin komt en dat de pleegkinderen een reëel beeld krijgen van hun ouders. Ze vinden het fantastisch, dat de moeder van de tweeling na zo’n lange periode contact heeft gezocht met haar kinderen. De kinderen vroegen op een gegeven moment of ze voor haar mochten bidden, vertellen Els en Jan. Zij hebben dit twee jaar lang elke avond volgehouden totdat de gezinsvoogd kwam vertellen, dat het weer goed met hun moeder ging, dat zij in een opvanghuis woonde en graag contact wilde hebben. Dit was zo’n positieve ervaring voor de kinderen. Ze hebben hierdoor geleerd dat je niet snel op moet geven. Dat ziet pleegmoeder 'ook als de kracht van het geloof, dat je blijft volharden en niet op moet geven.’

Betekenis geloof in het gezin
Het geloof betekent veel voor Els en Jan. Zij proberen de kinderen mee te geven 'dat wij God van liefde hebben, die van hen houdt zoals ze zijn. We maken allemaal fouten en er kan van alles misgaan, maar je kan altijd terugkomen bij God. Hij wil je vergeven als je oprecht spijt hebt. Kinderen zullen hierin ook hun eigen weg moeten vinden. Je kunt wel dingen voorschrijven, maar dat werkt natuurlijk niet. Als ouder leef je dat voor en zien kinderen dat. Kinderen zien wel of je echt bent of niet’.

Els en Jan vinden het belangrijk dat ouders van pleegkinderen weten, dat zij hun geloof uit willen dragen en de ouders ook meenemen in hun gebed. De moeder van de tweeling vindt het fijn dat de kinderen gelovig worden opgevoed. De moeder van het jongste pleegkind heeft er meer moeite mee, maar zij tolereert het wel. De moeder is verder blij dat het kind in dit gezin is.

Wat raden jullie andere mensen aan die pleegzorg overwegen
Els wil het liefste, 'dat iedereen een pleegkind in huis neemt, omdat het zo nodig is.’ Zij realiseert zich tegelijkertijd dat dit in de praktijk niet zo werkt: 'pleegzorg is niet iets wat je er even bij doet. Je moet er wel voor gaan. Een pleegkind vraagt veel aandacht. Het zijn immers kinderen die veel hebben meegemaakt. Het kan vrij pittig zijn. Verder moet je er samen voor 100% achterstaan’.


Terug naar de interviews