Terug naar de interviews

Pleegvader Joris Linssen vertelt

Toegevoegd op : 24 november 2008

Na een paar uur had hij door dat ik 'die man van Taxi' was. Er kon wel eens een verborgen camera staan.

Op een regenachtige middag heb ik een gesprek met Joris Linssen. Bekend als presentator van de NCRV met televisieprogramma’s als Taxi, Hello Goodbye en Joris Pakket Service. Allemaal programma’s waarin gewone mensen de meeste bijzondere zaken kunnen en durven vertellen. Daarnaast is Joris Linssen al meer dan 20 jaar zanger en treedt hij dit theaterseizoen weer op met zijn band Caramba. In zijn nieuwe show Tranen van Geluk maakt het publiek kennis met zijn grote liefde voor Mexico.
Oh ja, Joris Linssen is ook pleegouder.

Hoe kwam je erbij om je aan te melden als pleegouder?
“Mijn vrouw en ik hebben een erg goed leven. Fijne kinderen, familie, goede vrienden en heel leuk werk. Eigenlijk hebben we ongeveer alles en dat begon ook wel eens te kriebelen. Beiden zijn we opgegroeid in samengestelde gezinnen en hebben dat niet als negatief ervaren. Integendeel. We hadden ruimte in ons hart en in ons huis. In dezelfde periode viel ons ook de campagne 'We zoeken nog een hart met wat ruimte’ van Pleegzorg Nederland op. Toeval of niet, we hebben ons kort daarna aangemeld voor pleegzorg. Als je er affiniteit mee hebt en samen een sterk gezin bent, is het ook niet zo ingewikkeld.”

Hoe verliep het proces vanaf aanmelding tot plaatsing?
“Allereerst hebben we het natuurlijk met onze twee dochters besproken. Die deden daar absoluut niet moeilijk over en vonden het ook wel spannend. Dan ga je vervolgens naar informatieavonden van de pleegzorginstelling. Wat kun je verwachten? Wat moet je wel doen, wat juist niet? Je luistert naar verhalen van andere pleegouders en hoort dat zo ongeveer alle pleegkinderen uittesten of en hoeveel je echt van ze houdt.
Wat ontzettend veel indruk maakte, was het verhaal van een pleegvader die vertelde dat zijn pleegzoon het huis in brand had gestoken. De pleegzoon kon zich niet voorstellen dat hij daarna nog welkom was. Maar dat was wel zo. Hoe meer de realiteit van pleegzorg tot ons doordrong, hoe gemotiveerder we bij ons thuis raakten.
Na alle formaliteiten gebeurde er een jaar lang helemaal niets. Dat was wel raar, het hele pleegzorgverhaal raakte een beetje op de achtergrond. Tot op die ene maandagavond: of we plek hadden voor een crisisplaatsing. Maandag gebeld, donderdag onze pleegzoon opgehaald van station Utrecht.”

Hoe zijn jullie als gezin hiermee omgegaan?
“We hadden altijd gedacht dat er een pleegdochter zou komen, met waarschijnlijk een islamitische achtergrond. En ineens komt daar een Hollandse jongen van 17 jaar. Dat was even anders, maar ook erg leuk. De overgang van 4 naar 5 personen in ons gezin leverde ook wel enkele eye-openers op. Zo beschouwde ik mezelf absoluut niet als burgerlijk, totdat mijn pleegzoon de eerste avond op mijn vaste tv-plek op de bank ging zitten! Dan besef je ineens dat je pleegkind echt ruimte inneemt. Er is een levendig persoon met een eigen mening en verhaal. Mijn pleegzoon zette vast geankerde ideeën op losse schroeven. Je wordt als het ware gedwongen om na te denken of alles wat je denkt dat waar is, ook wel klopt.”

Je pleegzoon is al meerderjarig en het huis uit. Je pleegdochter is 17. Wat heb je met pubers?
“In Nederland zijn we een beetje fobisch over pubers, terwijl het zo’n leuke groep jongeren is. Onze voorkeur ging hier ook echt duidelijk naar uit. Met onze pleegzoon, die inderdaad nu op zichzelf woont, hebben we nog steeds innig contact. We hebben samen zo’n ontwikkeling doorgemaakt en veel van elkaar geleerd. Hij werd hier natuurlijk geplaatst vanuit een crisissituatie en was in het begin erg terughoudend. Voor hem was het ook moeilijk om zich voor te stellen dat vreemde mensen, die hem dus helemaal niet kenden, van alles voor hem wilden doen. En dan ook nog een bekende Nederlander, nou ja bekend. Ik ben natuurlijk wel bekend, maar niet berucht, bij mij geen Story en Privé in de voortuin.
Mijn pleegdochter is een ander verhaal, hier gaat het om langdurige pleegzorg. Net in de tijd (rond haar 14de) dat je je eigenlijk losmaakt van je ouders moest zij zich gaan hechten in een nieuw gezin. Ze heeft dat bewonderenswaardig goed gedaan. Het is prima gegaan, omdat het zo nadrukkelijk haar eigen keuze was. Zij kon ook voor bijvoorbeeld begeleid kamer wonen kiezen, maar wilde dat niet.”

Een pleegkind komt nooit alleen. Er is contact met de biologische ouders, een instelling etc. Hoe verloopt dat bij jullie?
“Het is zo belangrijk dat er contact is met de biologische ouders. Dat mag je een pleegkind nooit afnemen. Hoe summier soms ook het contact wordt ingevuld, we houden altijd een lijntje open.
Wat mijn pleegdochter wel moeilijk vindt, is alle administratie om haar heen. Als het net een beetje went, komt er weer een nieuw contactpersoon. Die natuurlijk ook op papier wil zetten waar het in deze zaak om draait. Veel kinderen hebben een natuurlijke weerzin tegen al die bureaucratie. Om te worden gereduceerd tot een stukje rapportage van tien regels.”

Stel, je pleegdochter loopt op Schiphol en wordt door een tv-presentator benaderd. Deze vraagt haar wat ze vindt van het pleeggezin waarin ze opgroeit. Wat zou ze antwoorden?
“Jeetje, mijn pleegdochter zal er uit zichzelf er nooit over beginnen, dat ik haar pleegvader ben. Verder denk ik dat zij, net als ik, niet heel erg in detail zou treden. En het feit dat ze in een pleeggezin woont bij een soort BN-er… Ach, daar is ze ook helemaal niet mee bezig, alles is zoals het is. Het is eigenlijk heel gewoon.”


Terug naar de interviews