Terug naar de interviews

Onderweg naar het pleegouderschap - Wikken en wegen

Toegevoegd op : 24 februari 2010

Jouke, Els, hun zevenjarige dochter Veerle en hond Flan wonen in de Zaanstreek en hebben sinds kort een pleegkind in huis. Jouke en Els zijn twee jaar geleden begonnen met de voorbereidingstraining om pleegouder te worden. Vlak daarna vond een matching plaats met een pleegkind, maar wegens persoonlijke omstandigheden binnen hun gezin kon deze matching niet definitief worden. Els vertelt over hun pleegzorgtraject.

Toen
Ruim twee jaar geleden startten Jouke en Els met de voorbereidingstraining (STAP). Els: “We wilden graag pleegouder worden, maar hadden nog geen definitief besluit genomen. Er volgde veel informatie over pleegzorg en het pleegouderschap. Maar tijdens de training werden we vooral geconfronteerd met onszelf. Er waren veel dingen die we ons niet hadden gerealiseerd. Ik weet nog dat we direct na de eerste bijeenkomst zuchtend in de auto zaten. De bijeenkomst vertelde over de samenwerking met pleegzorg en ouders. We waren een beetje overdonderd door de tijd die dat allemaal in beslag zou gaan nemen.”

Ook het 'huiswerk’ per bijeenkomst bezorgde hen heel wat hoofdbrekens. Els: “Er kwamen zoveel persoonlijke vragen op ons af en we wilden eerlijk zijn. De STAP-training bleek, naast alle informatie die je over het pleegouderschap kreeg, ook een goede manier voor ons om samen nog eens goed na te denken of we het wel echt aandurfden. De vraag die steeds belangrijker werd was of onze dochter er niet teveel onder zou lijden.”

Na de training en verschillende gesprekken met de instelling en met elkaar waren ze er toch klaar voor. En veel sneller dan verwacht werden zij gebeld over een mogelijke match. Els: “Het was in een voor ons heel drukke periode en het overviel ons een beetje, maar we wilden niet direct 'nee’ zeggen. Al snel bleek dat het om een kindje ging met een behoorlijke problematiek. Zeker bij mij kwamen weer de twijfels of we dit wel aankonden. Kreeg onze dochter niet een hele zware last te dragen als vijfjarig meisje? Ik uitte mijn twijfels bij mijn man. En na veel overleg en nadenken hebben we toch besloten de matching stop te zetten; een moeilijke en zware beslissing.” Kort daarna bleek Els zwanger te zijn. Els: “Als een wonder, want ik ben de jongste niet meer. We waren verschrikkelijk blij en pleegzorg kwam hierdoor even op een lager pitje te staan.” Helaas is het kindje na achttien weken zwangerschap overleden. Een jaar later en een 'verlies en verdriet’ ervaring rijker, is het gezin weer klaar voor de komst van een pleegkind. Els: “Dat jaar bewees voor ons dat wij met z’n drieën sterker staan dan we dachten.”

Twee maanden geleden
Ze zitten met zeven mensen om een tafel in een kaal kantoortje met een bekertje slappe koffie voor hun neus; ze zijn daar allemaal voor één pleegkind. Geen familie, maar goedwillende professionals, crisispleegouders en de aspirant pleegouders. Ze zijn bij elkaar gekomen voor een matchingsgesprek. Els: “We kregen telefonisch al wat informatie. Het voelde onwerkelijk. Maar ik verheug me er ook op dat we een kindje in huis krijgen. Ik stap een wereld binnen van professionele hulpverlening met professionele afspraken. Het wordt steeds duidelijker waarom dit meisje uit huis is geplaatst. Ze heeft ook te lang bij haar crisispleegouders gewoond en ze zijn aan elkaar gehecht geraakt.”

Els: “In de pleegzorg is men soms bang voor adoptief gedrag. Maar voor mij is er een essentieel verschil tussen adoptief gedrag en een gezonde hechting tussen pleegouders en pleegkinderen. Denkend aan het spreekwoord 'It takes a village to raise a child’, is het juist van belang dat er een stabiele omgeving gecreëerd wordt: hoe meer mensen zich hechten aan het kind en het welzijn van het kind voor ogen hebben, hoe beter. Dan kan, ondanks de ingrijpende gebeurtenis van weer een nieuw 'thuis’, juist dat thuis nog groter worden.”

Nu
“Daar liggen ze dan met z’n drieën; onze dochter, pleegdochter en hond. Hond Flan ligt in de hondenmand en samen kijken ze televisie. Alsof het altijd zo geweest is. Ik zet het ontbijt klaar en we kunnen aan tafel. Wennen noemen ze het en wennen is het ook. Ik ben er trots op met hoeveel rust we het hebben aangepakt en met hoeveel mededogen wij elkaar bejegend hebben. Het contact met de crisispleegouders, waar ze eerst verbleef, gaat makkelijk. En de ouders staan welwillend ten opzichte van ons. Dat is prettig. We proberen het rustig aan te doen en nemen alle tijd, stapje voor stapje.

Maar het is helemaal niet rustig. We zitten in het wentraject, we worden overvallen door afspraken. We hebben haar ouders nog niet ontmoet, maar er zijn al bezoekafspraken gepland. En we hebben te maken met twee kinderen die het wennen samen moeten doorstaan. Dit doen zij ieder op hun eigen wijze. Ons pleegkind is vrolijk maar teruggetrokken. Ons eigen kind is vrolijk en blij met een zusje, maar heeft ook een kort lontje en eist veel aandacht. Wij proberen in deze storm onze kalmte te bewaren, maar af en toe zijn ook onze lontjes kort. Toch weet ik dat we eruit komen.”

Els: “We zitten echt als een als gezin aan het ontbijt. Ondanks al het gedraai, het gemors en het gesmak, kijk ik tevreden naar het tafereel. Ik zie twee vrolijk kwebbelende kinderen aan tafel en wat geniet ik hier van.”


Terug naar de interviews