Terug naar de interviews

Moeders op de boot? Liever niet

Toegevoegd op : 2 februari 2017

Een moeder die komt uitvissen bij wat voor volk haar zoon uithangt. Een huilende opa en oma die hun kleinkinderen willen zien. Een ‘penoze-’oom die zijn nichtje terugbrengt met een peperdure jas. Ze stonden allemaal op de loopplank van de woonboot van Kim Postma en Rene Wokke. Die daar vervolgens prima mee weten te dealen. En de kinderen? Die hebben liever niet dat hun familie zich aan de Amstel laat zien. ‘Het is hun domein.’

Op de boot – aan de Amstel tussen Carré en het Amstelhotel – brandt de houtkachel, klotst het water zacht tegen romp en krult de poes zich nog eens op. Kim: ‘We zeggen eerst: je hoeft hier niets, behalve om 19 uur binnen zijn. Dat is de enige regel. En als je zin hebt om te kletsen, dan kletsen we, en anders niet.’ Achter huiswerk gaan ze de eerste weken niet aan. ‘Wij maken in die drie maanden misschien het verschil dat iemand verder teloorgaat of niet, maar niet of iemand wel of niet cum laude afstudeert. Zo’n leven is ineens ontwricht. Rust is belangrijker.’

Kim en Rene gaven de afgelopen tien jaar aan dertien pubers de sleutel van hun boot. Met de meeste hebben ze nog steeds contact.
Voor hun eerste pleegkinderen Joël en Jamilla zijn ze in de praktijk uitgegroeid tot steun en toeverlaat van het hele gezin. Maar toen moeder Anja onlangs bij Kim en Rene wilde langskomen, begon Joël te steigeren. Zijn moeder op de boot? Nee. De boot is zijn plek. ‘En dat begrijpen we.’

Als de avond valt en ze zitten met z’n allen aan de rommelige keukentafel komen soms de vragen. ‘We hebben al die jaren gezegd: je zegt nooit iets slechts over de ouders. Je probeert zo neutraal mogelijk te blijven. Maar ik merk dat ik dat sinds een tijdje niet meer goed volhoud. Zoals bij Joël. Die jongen wordt ouder en slimmer.’ Rene: ‘Laatst vroeg hij: wat vinden jullie van al die vluchtelingen? Mijn moeder vindt dat ze best mogen komen, maar dan moeten ze wel allemaal gesteriliseerd worden.’ Dan leg je toch uit dat dit niet kan.’

Kim: ‘Om de kinderen serieus te kunnen nemen – en dat moet echt – moet je niet alleen bezig zijn met “die ouders zijn fantastisch”, want dat is gewoon niet zo en die kinderen weten dat. Ze zien dat hun moeder teveel drinkt en haar zaakjes niet op orde heeft. En ze hebben daar last van.’
Toch doen Kim en Rene er in die paar maanden alles aan om de familiebanden goed te houden of te repareren. Zo ging Rene eens vermomd als bloemenbezorger een bos rozen brengen naar de oma van Michel, die van zijn opa niet langs mocht komen op haar verjaardag. Of kalmeerden ze een driftige opa, die kwam controleren of zijn kleinzoon zijn huiswerk wel maakte. Zitten ze ineens op school om een goed woordje te doen voor zo’n jongen.

En als hij dan na een paar maanden weer vertrekt, en er nog een paar brieven op de mat blijven vallen van school of justitie, dan nemen Kim en Rene een time out. ‘Dan is het ook weer heerlijk om even met z’n tweeën te zijn.’ Tot de telefoon weer gaat.

De namen van de pleegkinderen zijn vanwege privacy gefingeerd.
Dit is een ingekorte versie van het artikel geschreven door Ilse van der Mierden dat eerder verscheen in Binding –blad voor pleegouders & andere belangstellenden.


Terug naar de interviews