Terug naar de interviews

Je ziet de wereld opeens weer door de ogen van een kind

Toegevoegd op : 24 september 2007

"Tijdens de eerste kennismaking hebben we een potje bellenblaas meegenomen," herinnert Joyce zich. "Arthur reageerde hier heel leuk op en het hielp bij het contact maken. We hadden allebei een goed gevoel na de kennismaking, het klikte."

Mariëlle (35 jaar, psychiatrisch verpleegkundige) en Joyce (35 jaar, werkzaam als epidemioloog bij de GGD en op de Universiteit), dachten in eerste instantie aan weekendpleegzorg.
Mariëlle: “Doordat we allebei werken, hebben we alleen in het weekend voldoende tijd voor een pleegkind.” Maar sinds ze begin 2006 het zogenaamde STAP-programma hebben gevolgd, waarin ze samen met andere aspirant pleeggezinnen zijn voorbereid op het pleegouderschap, zijn ze van mening veranderd. Ook door gesprekken met medewerkers van Pleegzorg komen de twee erachter dat hun gezin een kind méér kan bieden dan alleen weekendopvang. “We begrepen dat er niet perse altijd iemand thuis moet zijn voor een kind. In samenwerking met een kinderdagverblijf kun je veel regelen.”

Arthur
“Het eerste jongetje waar pleegzorg ons mee in contact bracht, was minder geschikt voor ons gezin. Voor hem was kinderopvang geen goede oplossing. Nee zeggen vonden we een moeilijke maar goede beslissing,” zegt Mariëlle. In juli 2006 komt de vraag of Joyce en Mariëlle iets voor Arthur (2) kunnen betekenen. Arthur woont op dat moment in een kortverblijf-gezin op een binnenvaartschip. Terug naar zijn ouders kan niet meer en daarom zoekt Pleegzorg een langdurig pleeggezin voor hem. Er volgen meerdere bezoekjes over en weer. Joyce: “Na een paar weken was hij een hele dag bij ons en zijn we naar de kinderboerderij geweest. Dat was heel gezellig.”

Ineens met z’n drietjes
De dag dat hij écht bij Joyce en Mariëlle gaat wonen, is voor iedereen spannend en emotioneel. Bij het afscheid moet de kortverblijf-pleegouder een traantje wegpinken. “Ik snapte dat zo goed en moest zelf ook even slikken,” vertelt Mariëlle. “Gelukkig was Mijke, onze pleegzorgwerker, aanwezig en heeft zij de kortverblijf-pleegouders en hun kinderen goed kunnen opvangen.
Onze aandacht was helemaal voor Arthur, dat snap je.” Ze vervolgt: “Ja en dan ben je ineens met z’n drietjes. Dat is wel even wennen hoor. Zaten we 's avonds op de bank en realiseerden we ons ineens dat er een klein manneke boven in bed lag. Wat een verantwoordelijkheid!”

Gebruiksaanwijzing
Joyce: “De eerste vier maanden is één van ons tweeën altijd thuis gebleven. We hebben allebei een maand adoptie/pleegzorgverlof opgenomen en daarna onze vakantiedagen. Op deze manier heeft Arthur aan ons kunnen wennen en wij aan hem.” Ze lacht: “Ik herinner me dat Arthur ons iets duidelijk wilde maken en wij begrepen hem maar niet. We verzonnen van alles om te begrijpen wat hij bedoelde, dan voel je je onzeker hoor. Nu we hem beter kennen komt dat gelukkig minder voor.” Marielle: “Ja, de gebruiksaanwijzing is terecht kun je wel zeggen. Verder hebben we vrienden met jonge kinderen en herkennen bij hen bepaalde situaties. We zien bijvoorbeeld dat andere kinderen ook wel eens driftig zijn, dat stelt toch gerust.”

Arthur bezoekt een kinderdagverblijf. Joyce en Mariëlle vertellen, als ze daar afscheid van hem nemen, heel duidelijk wat ze gaan doen en dat ze weer terug komen om hem op te halen. Joyce: “Daar had hij het in het begin moeilijk mee. Maar hij kan nu beredeneren dat werken ook altijd 'thuis komen’ betekent en dat vindt hij dan prima.” Afscheid nemen is een gevoelig punt voor Arthur. Een dag zit er vol mee heeft het stel gemerkt. Joyce: “Even snel de hond uitlaten zonder dat je tegen Arthur gezegd hebt dat je weggaat, zorgt bij Arthur voor onrust. Bij het naar bed gaan hebben we ook een vast ritueel waar Arthur echt op staat. “Welterusten lekker slapen” en dan zegt hij: “ja, jullie lekker koffiedrinken” en na een “dank je wel” van ons is het ritueel rond. Dan is hij pas tevreden en geeft hij zich over aan zijn slaap. We moeten hier bewust mee blijven omgaan, hij heeft die zekerheid van ons nodig”, knikt Mariëlle.

Ouders, broers en zusjes
Voor de ouders van Arthur is de uithuisplaatsing en dus ook de positie van pleegouders moeilijk te accepteren. “Maar het gaat steeds beter”, vertelt Joyce. “Eenmaal per maand komen de ouders en de 5 broers en zusjes van Arthur bij elkaar. Zij wonen in verschillende gezinnen. Een gezellige drukte is dat altijd, met veel snoep. Arthur is tijdens het bezoek altijd gericht op één broertje waar hij dan een beetje bij in de buurt speelt. Hij vindt de bezoeken leuk. Ook thuis vraagt hij wel eens naar zijn broertje.”

De wereld zien vanuit zijn ogen
Joyce en Mariëlle genieten erg van hun pleegouderschap als ze zien dat Arthur goed in zijn vel zit. Joyce haakt er verder op in: “Ik merk dat hij steeds losser komt, wat ruwer durft te spelen en te stoeien of boos en koppig is, zoals een peuter hoort te zijn. Ik mag hem nu voor de lol op het bed gooien en dan kraait hij van plezier. Een half jaar geleden werd hij hier angstig van. Dat betekent dat hij zich nu veiliger voelt.” Mariëlle beaamt dit: “Hij komt nu ook zomaar over ons heen hangen, dat is zo gezellig en vertrouwd. En praten dat hij kan, de oren van je hoofd, terwijl hij toen hij bij ons kwam wonen bijna niet sprak. Ondanks dat ik hem soms wel eens achter het behang zou willen plakken (herkenbaar voor iedere ouder van een peuter in de 'nee-fase’), maakt hij me vooral blij.” Joyce knikt: “Hij kan ook zo heerlijk rondlummelen en zich bijvoorbeeld bezig houden met een paar slakken in een potje. Weet je wel wat er gebeurt als je daar heel hard mee schudt?” Ze grinnikt: “Nou, wij ondertussen wel. Dat is ook zo mooi, je ziet de wereld ineens vanuit de ogen van een kind. Wat je leven voller en boeiender maakt.”


Terug naar de interviews