Terug naar de interviews

Ik wilde gewoon Kelly zijn

Toegevoegd op : 3 april 2012

Het verhaal van Kelly, voormalig pleegkind dat stage heeft gelopen bij Combinatie Jeugdzorg in de ambulante hulpverlening, waaronder pleegzorg.

“Mijn ervaringen als pleegkind waren niet vervelend. Ik ben in een goed gezin terechtgekomen waar ik mezelf op een veilige manier kon ontwikkelen. De hulpverlening er omheen heb ik wel eens als minder positief ervaren. Ik dacht namelijk altijd als er iemand over de vloer kwam, dat ik iets niet goed deed of dat er iets aan de hand zou zijn.

Etiket ‘pleegkind’
Ik voelde me als pleegkind wel altijd ‘pleegkind’. Ik was het meisje dat bij iemand anders woonde en daarom ook het meisje met het rugzakje. Soms vond ik dit erg vervelend. Naarmate ik ouder werd, merkte ik dat ik me er steeds meer tegen ging afzetten. Ik wilde gewoon Kelly zijn.

Mijn moeder
Ik ben eigenlijk alleen maar tevreden over mijn tijd als pleegkind. Ik heb er een hele lieve moeder aan overgehouden. Dan bedoel ik dus mijn pleegmoeder. Zij is er immers altijd voor mij geweest en bij haar ben ik opgegroeid. Nu ik 24 ben en al zes jaar op mezelf woon, is zij gek genoeg op papier niets meer dan een vrouw waar ik heb gewoond. Maar voor mijn gevoel is en blijft ze mijn moeder. Op straat zeiden mensen regelmatig: ‘Dat kun je wel zien dat jullie moeder en dochter zijn’. Wij lachten dan en gaven elkaar een knipoog.

Eigen familie opgebouwd
Ik heb mijn eigen familie om mij heen weten te creëren. Ik kreeg ‘automatisch’ twee zussen : de biologische dochters van mijn moeder. Maar ook twee broers, die een poosje bij ons woonden. Na een tijdje konden zij weer terug naar hun eigen moeder. Maar op de een of andere manier zijn zij mijn broers gebleven. Het gevoel en de band zijn er nog steeds en dat is gewoon heel fijn!

Beroepskeuze
Veel mensen vragen me of mijn achtergrond de reden is dat ik voor dit beroep kies. Maar eerlijk gezegd kan ik daar niet op antwoorden. Wie weet waar mijn interesses gelegen zouden hebben als ik was opgegroeid bij mijn biologische ouders of in een ander gezin. Wel ben ik geïnteresseerd in pleegzorg en zocht daarom daar mijn stage om te kijken of ik er ook daadwerkelijk affiniteit mee heb.

Herkenning
Die affiniteit heb ik zeker gevonden. Ik kwam veel herkenbare situaties tegen waarvan ik benieuwd was hoe dat in een ander gezin zou gaan. Die herkenning geeft raakvlakken in het werk. Bij twee gezinnen die ik begeleidde, heb ik aan de pleegmoeder verteld, dat ik zelf ook uit een pleeggezin kom. Als hulpverlener ga je natuurlijk niet je eigen leven vertellen maar een klein stukje blootgeven kan wel eens positief werken.

Ervaringsdeskundig met grenzen
In sommige situaties weet je enigszins uit eigen ervaring hoe iets kan zijn. Al besef ik wel dat de ervaring en het gevoel dat ik als kind had heel anders kan zijn dan die van het kind waar je op dat moment bent. Ik denk dat ik wel ervaringsdeskundig ben en me dus op een andere manier kan inleven in het kind. Maar mijn eigen ervaring projecteer ik dan niet op dat gezin want dat heeft totaal geen zin.

Ter vergelijking
Ik merkte dat mijn werk als stagiaire bij gezinnen met pleegzorg me makkelijker afging dan bij gezinnen met een andere vorm van jeugdhulp. Dit kwam natuurlijk door mijn eigen ervaring maar ook omdat ik nog op de hoogte was van bepaalde procedures en afspraken binnen pleegzorg. Natuurlijk was het soms ook wel confronterend om te luisteren naar verhalen die veel overeenkomsten hadden met mijn eigen verleden. Ook al ben ik goed terechtgekomen, je wenst niemand toe dat hij of zij niet thuis op kan groeien.

Het komt goed!
Nu zit ik in mijn afstudeerjaar en heb dus nog een weg te gaan voordat ik ga werken. Maar mijn interesse gaat zeker nog uit naar pleegzorg. Het lijkt me heel mooi en dankbaar werk om kinderen die uit een vervelende situatie komen, een plek te kunnen geven waar het beter is. Al weet ik dat het voor die kinderen die er midden in zitten, minder mooi zal zijn dan dat het klinkt. Zij moeten nog gaan ontdekken dat pleegzorg op dat moment de beste keuze is. Maar uit eigen ervaring wil ik meegeven dat het echt heel goed kan komen!”


Terug naar de interviews