Terug naar de interviews

Het maakt mij niet uit welke nationaliteit de kinderen hebben, het gaat om de liefde

Toegevoegd op : 24 juni 2009

Op een zonnige woensdagmiddag ben ik bij familie El Kamlichi op bezoek in Amsterdam Noord. Gezellig klets ik met haar twee oudste dochters tot mevrouw El Kamlichi thuiskomt. Ze vertellen me van alles over de familie. De familie telt maar liefst 7 kinderen, 4 kleinkinderen en Faris, hun pleegkind én kleinkind. Ook helpen ze kinderen in crisissituaties. In drie jaar tijd hebben ze 3 baby'tjes en een jongetje van 8 verzorgd. Ik ben razend benieuwd naar het verhaal van mevrouw El Kamlichi.

Pleegzoon én kleinkind
Faris (9) is haar pleegzoon en haar kleinkind. “Eigenlijk is het allemaal heel natuurlijk verlopen. Faris is bij mij opgegroeid. Ik noem hem ook niet mijn kleinkind maar mijn pleegzoon. Hij verblijft al bij mij sinds zijn geboorte. Zijn vader, mijn oudste zoon, woonde destijds ook bij mij. Zijn moeder was nog in Marokko. Nadat zij na vier jaar naar Nederland kwam, hebben we besloten om Faris hier te laten wonen. Zij hadden een huis dichtbij gevonden.” De vader van Faris zie ik ondertussen binnenkomen met kratten vol etenswaren. Mevrouw El Kamlichi vertelt trots dat haar zoon eens in de twee weken op woensdagmiddag verse groenten en fruit komt brengen. “Ja, zijn ouders zijn gek op hem en hij ook op zijn ouders.”
Gek op baby’s

Naast de pleegzorg voor Faris, vangt mevrouw El Kamlichi ook baby’s op in crisissituaties. “Ik ben gek op baby’s. De geur alleen al is zo fijn. Ik vind het prettig om ze te verschonen en om met ze te knuffelen en te spelen. Laatst gaf ik samen met mijn dochter en schoondochter om 1 uur 's nachts alle drie de kinderen de fles. Dat was echt grappig. Het maakt mij niet uit welke nationaliteit ze hebben, het gaat om de liefde. De eerste baby was een pasgeboren jongetje en was half Nederlands en half Surinaams. De tweede was half Nederlands en half Hindoestaans. De twee laatste kinderen waren broertjes van elkaar en hadden weer een Marokkaanse/Egyptische achtergrond.”

Cultuur
“In onze cultuur is het verzorgen van pleegkinderen niet gewoon. Mensen die ik ken, hebben geen behoefte aan pleegkinderen. Zij vinden dat de verantwoordelijkheid voor het verzorgen van de kinderen bij de ouders ligt en niet bij iemand anders. Daarnaast denk ik dat de mensen ook een beetje bang zijn om een vreemd kind in huis te halen: ze kennen de achtergrond van het kind niet goed genoeg. Toen ik voor het eerst met een pleegbaby rondliep, vroeg iedereen hoe ik aan het kind kwam. Ik heb iedere keer het hele verhaal verteld en nu weten ze hoe het zit. Mijn vriendinnen vinden het zwaar, maar ook erg knap wat ik doe.”

Huilen bij het afscheid
Het afscheid nemen van de kinderen valt mevrouw El Kamlichi zelf ook zwaar. “De eerste baby was ziek. Hij bleef uiteindelijk in het ziekenhuis en daar heb ik afscheid van hem moeten nemen. Samen met mijn dochters heb ik veel gehuild. Ik vond het heel erg. Laatst zag ik hem, met zijn mooie blauwe ogen, bij de pont. Ik vroeg aan zijn moeder of ik hem nog een keer kon zien, maar ze zei dat ze druk was. Bij het afscheid van de tweede baby huilde ik ook. Je raakt enorm aan iemand gehecht. Ik houd van de kinderen alsof het mijn eigen kinderen zijn. Gelukkig wil haar nieuwe pleegvader het contact wel onderhouden.”

Blijven doorgaan
“Bij mij gaat het allemaal vanzelf. Het opvangen van Faris en van de baby’s hoort gewoon bij me. Iemand moet de hulp aanbieden en ik ben blij dat ik het nog kan doen. Ik wil altijd baby’s tijdelijk blijven opvangen. Als ik maar in de tussenliggende perioden even kan uitrusten. Over een paar weken ga ik op vakantie. Maar als ze nu bellen en vragen of ik een baby wil opvangen, zeg ik meteen ja!”


Terug naar de interviews