Terug naar de interviews

Hechting: broodnodig voor basisvertrouwen

Toegevoegd op : 29 augustus 2013

Jan en Sonja zijn sinds zes jaar pleegouders. Zij zorgen voor langere tijd voor twee pleegkinderen. Zelf hebben ze geen kinderen. Ze kozen voor pleegzorg in plaats van adoptie. Jan daarover: ‘Waarom het ver weg zoeken? Er zijn in Nederland genoeg kinderen die een goede plek nodig hebben en verdienen.’ De oudste van 8 jaar, Johnny, heeft een onveilige hechting. Bij de jongste bestaat dit vermoeden ook, maar hij heeft nog geen diagnose.
















Thuis ging het niet
De moeder van Johnny vond het moeilijk om voor hem te zorgen. Johnny nam op zeer jonge leeftijd zelf de regie in handen. De situatie thuis maakte dat noodzakelijk. Er kwam opvoedhulp thuis en Johnny ging naar het Medisch Kleuterdagverblijf. Maar alle hulp mocht niet baten. Hij werd uit huis geplaatst en kwam in een crisispleeggezin. Van daaruit is hij bij Sonja en Jan gaan wonen.

Hoe uit een moeilijke hechting zich?
Jan: ‘Toen Johnny bij ons kwam wonen, kon hij niet praten. Dat leerde hij in het speciaal onderwijs. Hij leerde snel en bij ons thuis ging het ook goed. Dus probeerden we het op een normale basisschool. Al snel bleek dat hij moeite had met klassikaal leren. Hij wilde graag zelf de regie houden, net zoals vroeger thuis bij zijn moeder. Nu zit hij weer op het speciaal basisonderwijs. Als hij zich veilig voelt, gaat het beter met hem.’

Wat helpt?
Het hele gezin volgde de therapie ‘Basic Trust’, een korte interventie voor kinderen van 2 tot 5 jaar en hun opvoeders. Jan: ‘We vertelden hem dat we dat gingen doen om beter met elkaar te leren omgaan. Kinderen met een onveilige hechting testen je uit. Dus is het belangrijk om te blijven herhalen dat hij bij ons veilig is. Sonja en ik leerden reageren zonder emotionele lading. Boos worden heeft geen nut, dan gaat hij alleen maar in verweer. Nu volgen we een zogenaamde fasetherapie. De fasetherapie bestaat uit drie fasen: de baby-, peuter- en kleutertijd. Het is een soort van rebirthing, maar dan nu met een positieve ervaring. We speelden het babyspel vier keer per week. We kochten samen babyspullen en we speelden dat hij baby was. Hij ging daar helemaal in op. Over een paar weken starten we met de peutertijd. Hij heeft er nu al zin in. Johnny heeft daarnaast ook nog speltherapie. Daar leert hij spelen en weggeven. Een voorbeeld daarvan is het eetspel. Van de juf mocht hij eerst alle regels bepalen, maar langzamerhand brengt zij nieuwe regels in.’

Contact met familie
Sonja: ‘Johnny ziet zijn moeder één keer per maand. Dan komt ze een uurtje bij ons op bezoek. Zijn vader kent hij niet. Johnny woont nu al zo lang bij ons dat hij ons als zijn ouders ziet. Maar hij weet dat hij twee moeders heeft. Alleen kan de een niet voor hem zorgen.’

Toekomst
‘De therapieën lijken echt effect te hebben. Hij is beter benaderbaar en rustiger. Hij blijft de rest van zijn leven bij ons en het begint er steeds meer op te lijken dat de (tweede) hechting bij ons oké is. Dat moet hem genoeg basisvertrouwen geven zodat Johnny zich op een goede manier kan ontwikkelen.’


Terug naar de interviews