Terug naar de interviews

"Gewoon een goeie gozer..."

Toegevoegd op : 24 september 2010

"Wonen jullie in een villa, hoeveel zakgeld krijg ik en kan ik bij jullie ook vissen", mailde Wolter (13) naar zijn eventuele toekomstige pleeggezin. "Gewone, leuke, eerlijke vragen die mij direct het gevoel gaven, dit zit goed", aldus Ellen (40).

Het kennismakingsbezoek op woensdagmiddag was voor iedereen spannend. Fred’s (51) eerste indruk van Wolter: “Lang, dun en grote oren. Hij was knetter zenuwachtig.” Dochter Eva (9) is een voorbeeldige gastvrouw en wilde Wolter graag het huis laten zien. “Gasten gaan voor “, zei zij toen zij de trap opliepen naar de slaapkamers. Wolter: “Dat vond ik erg leuk.” Daarna naar de garage om Fred’s motor te bekijken en de eerste kou was uit de lucht…….

“Seks, drugs en rock-'n-roll”, is het beeld dat veel mensen hebben van pubers in de pleegzorg. Fred en Ellen hebben met de komst van Wolter een totaal andere ervaring.

Fred en Ellen hebben één dochter Eva (9). Beiden zijn werkzaam in de jeugdzorg. Ellen als leidinggevende en Fred als docent op een school voor jongeren met gedragsproblematiek. Ellen: “In mijn werk zag ik de meest schrijnende gevallen van kinderen die al drie jaar in een kindertehuis zitten, en waar geen pleeggezin voor te vinden is. De meeste mensen gaan toch voor een jonger kind.” Dit heeft hen doen besluiten om zich beschikbaar te stellen voor de opvang van een puber. Fred: “Je gunt toch iedereen een veilige plek om op te groeien en ik vind het prettig dat wij in de gelegenheid zijn om dit te bieden. Te weten dat je een kind een stukje op weg kunt helpen geeft voldoening. Eén mens kan het verschil maken in het leven van een kind.”

Wolter kwam een half jaar geleden. Hij is wees. Zijn moeder is overleden toen hij drie was en zijn vader vorig jaar. “Het was oktober toen we door de matching gebeld werden.” Wolter zat, al een aantal maanden, in een kindertehuis en zocht een plek, voor langdurig, in een pleeggezin. Fred en Ellen hadden de cursus voor aspirant pleegouders afgerond. Ellen: “Het is goed geweest dat er bijna een jaar zat tussen de afronding van de cursus en onze eerste plaatsing. Deze tijd hadden wij nodig om te wennen aan het feit dat we pleeggezin gingen worden.”

Het begin was intensief. Ellen “Wij hebben normen en waarden die niet van hem zijn, maar hij moet het zich wel eigen maken, om hier in te passen. De eerste tijd zijn we heel intensief bezig geweest met het aanleren van echt de basiscommunicatie. Als hij wakker wordt, zei hij geen boe of ba. Gewoon 'goedemorgen’ zeggen, of 'dankjewel’ of 'alsjeblieft’, was hij niet gewend. Hele basale omgangsvormen die voor ons vanzelfsprekend zijn, maar voor hem niet. Je bent continu aan het opvoeden, dat kost energie. Ik merkte dat ik 's avonds doodmoe was en thuis minder kon opladen voor mijn volgende werkdag. Onze ervaring als professionele opvoeders kunnen wij goed inzetten in de begeleiding. Maar thuis is je privé en dat is toch anders. Het was goed om van onze begeleidster te horen: 'het mag toch 's avonds gewoon op zijn, je bent toch gewoon mens. Thuis ben je niet aan het werk’. Dat gaf lucht en relativering.
Je gaat meer regels maken om je energie te bewaken. Wij hebben de bedtijdregel toen aangepast. Allebei de kinderen een halfuurtje vroeger naar bed zodat de avond langer werd voor ons. In een half jaar tijd is er zo ongelooflijk veel gebeurd. Alles moet zich opnieuw positioneren. Mijn energie, en de balans in het gezin, is nu weer terug. Het wordt normaler en je ziet dat iedereen zich voegt.”

Conflicten had Wolter vooral in het begin met Ellen. Wolter, die is opgegroeid alleen met zijn vader, kan zelf goed aangeven waar dit mogelijk mee te maken heeft. Tegen Fred: “Waarom denk ik dat ik meer ruzie heb met Ellen? Ik ben geen vrouwen gewend. Vrouwen: het zijn aparte mensen…”

Fred kan goed met pubers overweg en kent zijn pappenheimers. Jongeren weten wat ze aan hem hebben. Eerlijk, duidelijk en direct. In het begin kon Wolter niet praten over zijn gevoelens, hield dan zijn mond dicht. Fred: “Ik heb toen tegen hem gezegd, ik ben eerlijk tegen jou, maar ik wil ook dat jij eerlijk tegen mij bent en we gaan hier geen stommetje spelen. Praten heeft hij echt moeten leren. Grenzen stellen en duidelijkheid bieden is voor hem heel belangrijk. In het begin hebben we een aantal heftige confrontaties gehad met Wolter. Ik confronteer hem met zijn gedrag en zet de kaders waar hij zich aan te houden heeft heel duidelijk neer. Zo doen wij dat hier, wij schelden niet, je let op je taalgebruik. Wolter pakt dit goed op, is corrigeerbaar. Het is een gewoon goeie gozer met meer dan genoeg potentie. Ik zie een jongen die slim is, je moet hem de gelegenheid geven zijn slimheid te benutten. Op school wordt een lager schoolniveau geadviseerd. Ik zie dat hij meer kan en ga praten met school. Hij wil timmerman worden net als zijn vader, dat gaat hem zeker lukken. Wat hij wil kan hij bereiken, het enige wat hij nodig heeft is een duwtje in de goede richting.”
Klussen met Fred aan een bootje is Wolter’s favoriete bezigheid. Fred: “Als het bootje in het water ligt, het motortje het doet en hij lekker kan gaan vissen krijgt hij rust.”

Ook voor Eva was het niet altijd makkelijk. Eva: “Hij wilde met mijn vrienden spelen, dat vond ik niet leuk. Ook kreeg hij alle aandacht en ik minder. In het begin vond ik hem stoer maar als hij uit bed kwam zag hij er helemaal niet meer stoer uit! Ik heb weleens de huissleutels verstopt zodat hij er niet meer in kon. Nu gaat het beter en ik denk dat ik er over een halfjaar helemaal aan gewend ben. Wolter en ik hebben samen afgesproken dat we tegen iedereen zeggen dat we broer en zus zijn, want pleegbroer en pleegzus klinkt stom. Later wil ik zelf ook pleegkinderen, dan neem ik er twee.”

En Wolter zelf… Die vindt dat hij 'vette’ mazzel heeft met dit pleeggezin. “Soms doe ik domme dingen en dan kijkt mijn vader mee op een 'wolkje’ en dan hoor ik hem zeggen: 'sukkel wat doe je nou weer’.” Of hij nog tips heeft voor andere kinderen die in een pleegezin gaan wonen? “Doe gewoon je best en maak er van wat je kunt. Het went vanzelf een keer. Ik vind mijn draai hier wel. Ze hebben andere regels en daar moet je je aan houden. Het is net als wonen in een normaal gezin. En, o ja… , de mensen denken altijd dat kinderen in kindertehuizen aan de drugs zijn; dit is niet zo!. Ik rook en drink zelf ook niet. Roken ga ik niet doen, want mijn vader had geld gespaard en als ik tot mijn 18 niet rook en drink, krijg ik mijn rijbewijs en daar ga ik voor.
Nu ga ik vissen… Doei.”


Terug naar de interviews