Terug naar de interviews

Een bont gezelschap

Toegevoegd op : 24 mei 2008

Negen jaar geleden vroegen twee vriendinnen aan Jan (54) en zijn partner Bert (44) uit Amsterdam of ze donor wilden worden. Jan: "Zij wilden dat we ons afzijdig hielden van de opvoeding en de ontwikkeling van het kind. Daarom konden wij niet aan die vraag voldoen. Maar het was wel de eerste keer dat we na gingen denken over kinderen. De vaderwens in ons werd aangewakkerd. Maar waarom een kind van jezelf nemen als je iets voor een ander gezin kan betekenen? Adoptie vonden we een te grote stap, uiteindelijk kwamen we uit bij weekend- en vakantiepleegzorg. Dat leek ons wel wat."

Emotioneel
Jan: “Drie maanden na de training kregen we onze eerste vakantieplaatsing. Dat was Robert, alweer bijna zeven jaar geleden. Het was een te gek gevoel, prachtig en tegelijkertijd heel spannend: wat zou hij van ons vinden? Het is ook een emotioneel moment, omdat we natuurlijk liever hadden gezien dat een pleeggezin voor dit 11-jarig jongetje niet nodig zou zijn. Robert kwam op een gegeven moment ook in de weekenden bij ons en langzaam werd dat een permanent verblijf. In augustus wordt hij achttien, dan woont hij al zeven jaar bij ons. Anderhalf jaar geleden kwam Dimi daarbij. Zij is vanuit de crisisopvang bij ons komen wonen. Ze wordt in mei zeventien jaar.”

Egocentrisch
Jan: “De komst van Robert en later Dimi heeft heel veel veranderd in ons leven. We waren twee individuen met een relatie, we hadden alleen de verantwoordelijkheid over onszelf. Nu hebben we ook de verantwoordelijkheid over de kinderen. Er is meer structuur in huis en duidelijke afspraken over wie wat wanneer doet. We werken allebei in de zorg, ik als kwaliteitsfunctionaris en Bert als zorgkundige. Het dagelijks ritme moet aan ons werk én aan de school van de kinderen aangepast worden. Maar dat lukt prima.” Behalve de praktische zaken, is het leven voor Jan en Bert ook veelzijdiger, vollediger en zinvoller geworden. “In sociale zin hoor je ook ineens bij een andere groep; de groep met kinderen. We zijn ook bij een groter gedeelte van de maatschappij betrokken. Achteraf gezien voelt het nastreven van alleen je eigen kwaliteit van leven een beetje egocentrisch. Bovendien geeft het veel voldoening om kinderen te mogen helpen op hun weg naar volwassenheid. En dat je je liefde, aandacht en zorg zo dichtbij kan geven en daar minstens zo veel voor terugkrijgt.”

Discussie
Als ervaren pleegouder geeft Jan inmiddels ook trainingen bij Spirit, de organisatie die Pleegzorg in Amsterdam verzorgt. “Die trainingen, en eigenlijk het gehele voortraject, zijn absoluut noodzakelijk. We zien onszelf ook als pleegouders in dienst zijn van Spirit. Door de trainingen leer je de missie en visie van de organisatie. Dat is echt nodig, want deze uitgangspunten ga je verbinden met je eigen ideeën over zorg en opvoeding. Het voortraject leidde ook tot discussies tussen mij en mijn partner over onze eigen opvoeding, ideeën en werkwijzen. Soms zaten we na afloop van de training in de auto al te discussiëren. Dat is goed, want je moet samen je weg er in vinden. Natuurlijk zijn er ook lastige dingen. Denk aan de vele gezichten van allerlei betrokken instanties en het wisselen van de medewerkers van die instanties. Iedere keer opnieuw moeten de kinderen hetzelfde verhaal vertellen. Dat is niet leuk. Al mogen wij niet eens heel erg klagen, we hebben wel al zeven jaar dezelfde pleegzorgwerker.”

Oudercontacten
“De begeleiding van de pleegzorgwerker is erg belangrijk ook als je de kinderen al een tijdje in huis hebt. Het is een veilig baken waarop je verder kan koersen. Ook in het contact met de ouders krijgen we goede adviezen. Oudercontacten zijn soms moeilijk, maar ook leuk. We vinden het belangrijk om de ouders te laten weten dat zij de basis hebben gelegd, zij kunnen veel, maar een stukje lukt hen niet. Dat nemen wij over en dat kunnen wij alleen goed uitvoeren in goede samenwerking met de ouders. Daarom bellen en mailen we en komen ze af en toe bij ons langs. De verjaardagen worden met de ouders bij ons thuis gevierd. We werken in een driehoek, één: de kinderen, twee: de ouders, drie: de pleegouders. En dat lukt heel goed.”

Ouderwets
“Robert en Dimi hebben veel humor in ons leven gebracht. Er wordt in huis veel gelachen, maar ook gepraat. De kinderen voelen zich thuis bij ons. Hoe we dat merken? Ze reageren zoals pubers reageren op hun ouders. Ze vinden ons ouderwets, zeker als we praten over die 'goede oude tijd’. Maar wanneer je ze aan de telefoon hoort met hun vrienden over zaken die bij ons in het gezin voorkomen, over hoe je kunt reageren op de film van Wilders of ander nieuws, zoals wij dat aan tafel bespreken, dan denk ik: we doen het nog zo gek niet. En dat gaat gepaard met een golf van trots.”

Bont gezelschap
“Dat we twee mannen zijn, heeft nooit problemen opgeleverd. Al herinner ik me wel een voetbaltraining van Robert. Zo’n trainer roept dan: 'Stelletje homo’s, opschieten!’ Dan wil ik wel uit mijn slof schieten, maar voordat ik de kans krijg, geeft Robert me een vette knipoog en geeft een mooie voorzet. Dan lachen we beiden en is het meteen goed. Ja, we zijn gewoon een bont gezelschap. Als je bij ons aanbelt zie je vier familienamen op de voordeur staan, maar toch zijn we één gezin.”


Terug naar de interviews