Terug naar de interviews

Eefje mag weer naar huis

Toegevoegd op : 2 januari 2014

Eefje is hun laatste pleegkind. Ruud en Rita hadden het een beetje gehad met de onrust van crisis- en kort verblijf opvang. Ze waren toe aan rustiger vaarwater en kozen voor langdurige pleegzorg. Eefje kwam op haar elfde en zou tot haar achttiende blijven. Bureau Jeugdzorg verwachtte dat ze niet meer naar haar ouders terug kon. “Daar gaan we wat van maken”, dachten Ruud en Rita.

Het liep anders en bijna twee jaar later werken ze samen met ouders en begeleiders aan de terugkeer van Eefje naar haar eigen huis. “Ze wil dat graag en haar ouders ook”, zegt Rita. Nu al is Eefje elk weekeinde thuis. “Kinderen horen bij hun ouders. Pleegouders zijn mensen die voor je zorgen zolang je niet thuis kunt zijn. Onze pleegkinderen noemen ons Ruud en Rita en geen papa en mama.”

Stil en gesloten
Zo’n 25 pleegkinderen hebben Ruud en Rita sinds 2006 zien komen en gaan. Van baby’s tot pubers. Een berg ervaring. Als een stil en gesloten meisje kwam Eefje bijna twee jaar geleden bij hen. “Eerst deed ze niets dan huilen, praatte zacht, was bang iets verkeerds te zeggen. Dat heeft wel een jaar geduurd”, vertelt Rita.
Het ging beter toen er een tijdje nog een ander pleegkind in huis was. Dat meisje trok Eefje mee. Nu heeft ze meer zelfvertrouwen, een mening en durft iets te vragen. Het gaat goed op school en ze maakt gemakkelijker vriendinnen. Dat ze zelf naar school moest fietsen, zes kilometer van hun dorp naar de stad, deed haar goed. Ze leerde erdoor dat ze best iets kan. Maar kinderen worden ook vaak overvraagd, vindt Rita. “Wij lieten ze kindje zijn”. Ruud: “Je moet de kinderen begrijpen, proberen de sleutel te vinden en soms moet je de ladder plat leggen”.

Ouders
De ouders van Eefje vonden het in het begin moeilijk om bij Ruud en Rita thuis te komen. “Het is ons territorium, waar hun kind moet wonen en dat doet pijn. Maar ouders moeten wel zien waar hun kind is en wie wij zijn. Nu duidelijk is dat Eefje aan het eind van het schooljaar naar huis gaat, is het contact met haar ouders meer ontspannen”, vertellen Ruud en Rita. “Soms drinken we samen koffie. Ze zeiden: ‘Jullie zijn goed bezig’ en hebben ons gekust. We hebben ook altijd duidelijk gemaakt dat wij niet hun plaats willen innemen. Zij blijven de belangrijkste mensen voor hun kind”, zegt Rita. “Wij laten ouders in hun waarde en oordelen niet. Zo kan hun kind loyaal blijven.”

Haalbaarheid
Zorgen maken ze zich ook. “Bij ons gaat Eefje op tijd naar bed. Thuis zijn ze daar gemakkelijker in. Dan komt ze na het weekend moe terug. ‘Ja, van laat naar bed gaan, word je moe’, zeg ik dan. Maar ik zal nooit zeggen: ‘Dat doen je ouders niet goed’”, vertelt Rita. Het gaat niet om de hoofdprijs, maar om haalbaarheid, dat het kind het leven weer fijn gaat vinden”, zegt Ruud. Rita: “Het leukste is dat ik zie dat Eefje blij is dat ze terug naar huis mag.”

Hun leven zal straks anders zijn, maar loslaten kunnen ze goed. “Je moet als pleegouders veel liefde geven zonder iets terug te verwachten.”


Terug naar de interviews