Terug naar de interviews

Dit is mijn leven, en dat pakt niemand me meer af

Toegevoegd op : 24 april 2007

Samira: "ik weet alles van pleeggezinnen. Omdat ik een tijd in de problemen zat, zijn drie van mijn kinderen geheel of gedeeltelijk in een pleeggezin opgegroeid. Twee zoons kwamen in een fijn gezin terecht, die pleegouders beschouw ik zo langzamerhand als een deel van de familie. Tussen mij en de pleegouders van mijn enige dochter klikt het niet. Zo leerde ik ook een keerzijde van de pleegzorg kennen."

“Ik heb vier kinderen, drie jongens en één meisje. De oudste, Davy van 26, heeft een tijdje bij mijn moeder gezeten, maar vanaf z’n elfde woont hij weer thuis. Dat kon toen weer. Ik was afgekickt en bouwde weer een leven op.

Raymon, mijn tweede, is nu 22. Hij is heel jong naar een pleeggezin gegaan. Hem loslaten heeft eerst heel veel pijn gedaan, maar als je ziet dat het goed gaat met je kind, dan ben je blij. Nu vind ik het niet naar meer. Raymon heeft tot z’n veertiende in verschillende pleeggezinnen gewoond en is toen weer thuisgekomen. Op z’n achttiende is hij op zichzelf gaan wonen. Eerst liep dat niet zo lekker, maar nu gaat het goed met hem. Hij heeft een huis en een goede baan. Met zijn eerste pleegouders heeft hij nog altijd een heel goed contact. Het zijn echt geweldige mensen. Daar hebben we het enorm mee getroffen.

Winston, mijn derde zoon, is daar ook na zijn geboorte geplaatst. Jammer genoeg was Winston echt een huilbaby, zodat het in dat gezin te druk werd. Hij is toen in dat eerste gezin gebleven en Raymon is in een ander gezin terechtgekomen. Met die pleegouders liep het ook altijd fantastisch. We overlegden alles, we belden tussendoor. Ik kon langskomen en Winston kwam met z’n pleegouders hier langs. Ik kreeg er echt een stuk familie bij.
Winston is nu 18 en wat ik raar vind is dat de hulp stopt zodra een pleegkind volwassen is. Je kunt wel wat verlenging krijgen, maar dat is te weinig. Winston is na z’n verjaardag op kamers gegaan en hij is helemaal niet goed bezig. Hij heeft verkeerde vrienden, hij blowt en hij bouwt feestjes op z’n kamer, zodat hij steeds weer op straat staat. En dan staan z’n pleegouders er alleen voor. Die zitten nu met hun handen in het haar. Ze moeten het zelf oplossen en het is echt onvoorstelbaar wat ze allemaal voor hem doen.

Met de pleegouders van mijn dochter Yvette van 15 loopt het allemaal minder makkelijk. Ook Yvette is vanaf haar babytijd in het pleeggezin en ze heeft het er best naar haar zin. Het contact tussen mij en deze pleegouders is moeilijk. Mijn dochter heeft een probleem met loyaliteit. Ze speelt haar pleegouders en mij tegen elkaar uit. Ik zal een voorbeeld geven: als ik bij haar op bezoek kom, wil ze dingen doen die ze van haar pleegmoeder niet mag, zoals bepaalde muziek en make-up kopen. En dan zorgt ze ervoor dat we te laat terug zijn. Dan heb ík het natuurlijk meteen gedaan. Je hebt dan als eigen ouder altijd de zwakste positie. Ik voelde me behandeld als een klein kind. Yvette wil mij nu niet meer zien en de pleegouders doen er niets aan.
We hebben er in de loop der jaren alles aan gedaan om de relatie goed te houden. Gesprekken gehad, met z’n allen om de tafel, maar de pleegmoeder wilde niet meewerken. Het boek bijvoorbeeld dat voor elk kind moet worden bijgehouden, met persoonlijke foto’s en verhalen… dat heb ik altijd goed ingevuld, maar zij doet er niets aan.

Het contact ligt nu al een jaar stil. Ook de pleegzorgbegeleider kon niet meer bemiddelen tussen mij, mijn dochter en het pleeggezin. Hij gaf mij gelijk, maar hij zat tussen twee vuren. En nu hebben we allebei een eigen begeleider.
Ik vind het vreselijk dat ik Yvette niet meer zie. Ik hoor alleen nog via mijn eigen begeleider hoe het met haar op school gaat. Daar gaat het wel. Ze is opstandig, ze is aan t puberen. En de pleegouders vinden dat een probleem. Mijn dochter moet elke keer nieuwe tests doen en ze zoeken nu hulp. Weet je, ik doe heel erg mijn best, en dat doe ik voor haar. Ik wil dat zij zich kan ontwikkelen en ontplooien. Ik wil niet storen en ik cijfer mezelf weg.

Ik ben er zelf inmiddels weer helemaal bovenop. Het gaat hartstikke goed met me. Al 15 jaar. Ik ben afgekickt, ik heb een opleiding gevolgd en een baan gezocht. Ik heb een sociaal netwerk om me heen. Ik ben zo ver dat ik nu tegen iedereen kan zeggen: dit is mijn leven, en dat pakt niemand me meer af. Maar dat je kinderen in een pleeggezin zitten: dat blijft natuurlijk pijn doen.
Als je voor het eerst je kind bezoekt in een pleeggezin, dan denk je, ik pak m’n kind op en ik ben weg hier. Maar dan ga je verder denken: het gaat goed met m’n kind. Dit is z’n thuis. En uit respect voor je kind laat je de situatie zo: je kunt het niet zomaar ergens wegplukken. Wat je wél doet is een band opbouwen met je kind. Want misschien is er in de toekomst weer een goed contact mogelijk. Met twee van mijn zoons is dat in ieder geval heel goed gelukt.”


Terug naar de interviews