Terug naar de interviews

De ervaringen van ‘eigen’ kinderen in een pleeggezin – deel 2 VROEGER

Toegevoegd op : 2 december 2015

Carola (25), Dorothé (24) en Maartje (22) blikken terug op de tijd dat zij nog thuis woonden en zij, samen met hun ouders en pleegkinderen, een pleeggezin vormden. Hun ouders vangen sinds 1996 pleegkinderen op. Ten tijde van de eerste plaatsing waren Carola, Dorothé en Maartje tussen de 4 en 9 jaar oud. Het gezin bood aanvankelijk crisisopvang. In de loop van de tijd hebben ze alle vormen van pleegzorg gedaan; crisispleegzorg, die soms overging in ‘zolang als nodig’, weekendpleegzorg en deeltijdpleegzorg (5 dagen per week).

Positief en trots
Carola, Dorothé en Maartje kijken alle drie positief terug op de tijd dat zij pleeggezin waren. Ze zijn er trots op dat hun ouders, maar ook zijzelf, iets positiefs bij hebben kunnen dragen aan de situatie en de ontwikkeling van de bij hen geplaatste kinderen. Ze vonden het heel fijn dat hun moeder door de pleegzorgplaatsingen altijd thuis was en dat er thuis duidelijke regels waren. Pleegkinderen hebben het nodig dat de regels elke dag dezelfde zijn, anders is er voortdurend strijd. Ze kijken hier goed op terug en ervaren nu, nu er geen pleegkinderen meer bij hun ouders wonen, dat het thuis losser en vrijer is en dat ze nu rustig met de voeten op de bank kunnen zitten en een zak chips kunnen pakken.

Leven in de brouwerij
De drie zussen vonden het leuk dat ze een heel groot gezin waren en dat er, bijvoorbeeld op de camping, altijd met verbaasde ogen naar hen werd gekeken. Er was altijd leven in de brouwerij, er werd ten volle geleefd. Door de pleegkinderen hadden zij het gevoel van constante vernieuwing en ontdekking. Ze hebben het altijd interessant gevonden. Zo interessant dat twee van de drie hun baan in de hulpverlening hebben gevonden.
Het deed hen duidelijk beseffen dat niet alle kinderen het zo makkelijk hebben. Ze genoten er altijd van als de pleegkinderen bij hen jarig waren en kunnen nog vertellen over de verbaasde ‘snoetjes’. Voor veel pleegkinderen was het voor het eerst dat hun verjaardag gevierd werd met cadeaus.

Lastig
Wat ze minder leuk vonden was dat pleegkinderen soms veel aandacht nodig hadden, discussies aan bleven gaan, stiekem gedrag lieten zien of boze buien hadden, de sfeer bepaalden en het niet zo nauw namen met de waarheid. Ze kunnen zich alle drie nog wel een moment herinneren dat ze zich voor (het gedrag van) het pleegkind schaamden. Wat ze echt lastig vonden was dat ze met hun verhalen niet begrepen werden door andere kinderen en ze hun gevoelens en emoties niet konden delen. Gelukkig hadden ze een nichtje met wie ze hun gevoelens en emoties wel konden delen, omdat zij thuis ook pleegkinderen opvingen. Dit gaf erkenning.

Delen met ouders
Natuurlijk was het ook fijn om het er thuis met hun ouders over te kunnen hebben. Soms vonden Carola, Dorothé en Maartje dit echter moeilijk, omdat ze het ook wel eens rot vonden voor hun ouders. Die hadden al genoeg op hun bord en dan wilden ze dit er niet ook nog bij leggen. Het was moeilijk voor hen om te zien dat hun ouders het soms moeilijk hadden met het gedrag van de pleegkinderen en de sfeer hierdoor soms beladen was. Carola, Dorothé en Maartje kwamen dan zelf een beetje klem te zitten in hun loyaliteit, omdat ze kozen voor hun ouders en dan bijna het gevoel hadden tegen het pleegkind te zijn. Dat was niet wat ze wilden. Ze begrijpen alle drie heel goed dat het pleegkind reageert vanuit wat het meegemaakt heeft en zich daar ook naar gedraagt. Dorothé vond het heel erg toen ze een van de pleegkinderen hoorde zeggen: ”Jullie willen zeker ook van mij af hè?”
De ouders van Carola, Dorothé en Maartje hebben er altijd voor gezorgd dat de pleegkinderen nooit bij hun eigen kinderen in de klas of in hetzelfde sportteam zaten. Dit hebben ze altijd prettig gevonden en ze kunnen dit achteraf waarderen.

Begeleiding
Hun ouders, maar vooral hun moeder, plande de afspraken met de hulpverlening en instanties altijd onder schooltijd, daar hebben ze nooit veel van meegekregen. Hun moeder was wel vaak aan de telefoon met bijvoorbeeld de gezinsvoogd van het pleegkind. Carola, Dorothé en Maartje hadden een enkele keer een gesprekje met de pleeggezinbegeleider, dat vonden ze prettig. Hij had een luisterend oor, bij hem konden ze al hun verhalen kwijt en ze voelden zich begrepen. Soms was dit genoeg, soms kon hij wat extra uitleg geven over het pleegkind of de situatie, waardoor ze het als kinderen wat beter konden begrijpen.

Bezoek in het pleeggezin
Als de ouders van de pleegkinderen op bezoek kwamen, was dat een moment waar Carola, Dorothé en Maartje altijd rekening mee hielden. Ze hebben het ervaren dat ze dan niet helemaal zichzelf konden zijn in hun eigen huis. Zo waren ze extra beleefd en konden ze bijvoorbeeld niet lekker in hun pyjama op de bank hangen. Ook waren hun ouders dan even niet beschikbaar voor hen.

Als het moeilijk was
De minst leuke momenten van pleegzorg vonden Carola, Dorothé en Maartje unaniem als ze zagen dat hun ouders het zwaar hadden met het pleegkind. Ze hebben zich hier nooit in gemengd. Naarmate ze ouder werden maakten ze zichzelf dan ondergeschikt. Carola probeerde het dan thuis gezellig te maken door bijvoorbeeld kaarsjes aan te steken. Maartje trok zich meer terug op haar kamer en Dorothé herinnert zich dat ze bijvoorbeeld een lekker kopje koffie voor haar moeder inschonk. Ze zijn er trots op dat hun ouders de dingen aangepakt hebben op de manier waarop ze dit gedaan hebben. Naar de buitenwereld werd er nooit negatief over het pleegkind gepraat. Ze gingen er vol voor, het pleegkind was volwaardig lid van hun gezin.

Afscheid
Als de pleegkinderen bij hen weggingen vonden Carola, Dorothé en Maartje dit vaak een lastig moment, zeker als ze het goed met het pleegkind konden vinden. Ze konden voor het kind blij zijn als het weer bij zijn of haar moeder of vader kon gaan wonen. Ze vertellen ook hoe vreselijk ze het vonden toen een plaatsing vroegtijdig beëindigd werd, omdat het kind specialistische begeleiding nodig had, meer dan hun gezin kon bieden. Dit vonden ze heel heftig en verdrietig voor het kind. Carola zegt: ‘dan neem je het toch voor het kind op’. Tegelijkertijd voel je je schuldig dat het ook een beetje als een opluchting voelt. Het was lastig om deze gevoelens een plek te geven.

Verrijking van hun jeugd
Carola, Dorothé en Maartje hebben geen van drieën het gevoel dat ze tekort gekomen zijn door pleegzorg. Ze zien het als een verrijking van hun jeugd. Ze vertellen onafhankelijk van elkaar dat ze wel geleerd hebben de aandacht van hun ouders te delen en zelf het moment te zoeken dat ze echt aandacht voor zichzelf nodig hadden, hun verhaal kwijt wilden. Hun ouders gingen hier bewust mee om, zorgden heel bewust voor één op één momenten met hun eigen kinderen.
Carola, Dorothé en Maartje kijken er met een heel goed gevoel op terug en vinden het bijzonder dat ze met een aantal kinderen contact kunnen blijven onderhouden. Ze willen zich daar zelf niet in opdringen, laten het initiatief daarvoor van het pleegkind afhangen.


Terug naar de interviews