Terug naar de interviews

Als je het wilt, dan kun je het ook

Toegevoegd op : 24 januari 2008

Toen Brenda en Steven trouwden, stond het voor Brenda vast: ze wilde vier kinderen. Een groot gezin, dat vond Steven ook een goed idee. Maar hij vroeg zich af of dat dan persé allemaal eigen kinderen moesten zijn? Terwijl er nog zo veel kinderen rondlopen die het slecht getroffen hebben? Uiteindelijk besloot het jonge paar dat twee eigen kinderen voldoende waren. De rest, dat zouden ze nog wel zien. Inmiddels is de familie Fijten al jaren een gewaardeerd crisisopvangadres.

De voorbereiding
'Toen onze jongste zoon naar de basisschool ging, hebben we contact gezocht met het centrum voor pleegzorg (nu Stichting Jeugdformaat), de organisatie die pleegouders ondersteunt’, begint Brenda haar verhaal. 'Niet lang daarna zijn we begonnen met het voorbereidings- en selectieprogramma. Wij dachten in eerste instantie dat wij een pleegkind voor langere tijd wilden, maar tijdens de voorbereiding besloten we dat we weekendopvang wilden doen.’ In het huis van de familie Fijten was een kleine slaapkamer over. Dit werd de kamer voor het pleegkind. Elk kind schept een eigen sfeer in het kamertje met eigen spulletjes

Afscheid was moeilijk
'Ons eerste pleegkind was een meisje van 10 jaar. Eerst kwam ze één keer per vier weken, maar haar thuissituatie verslechterde zo dat het al gauw ieder weekend werd. Totdat langdurige opvang voor haar echt noodzakelijk werd. Ze kwam uiteindelijk niet in ons gezin terecht. Ze had een broertje en ze gingen samen naar één gezin. Het afscheid was moeilijk, het klikte goed tussen ons. We hebben nog wel een tijd contact gehouden, maar ja, dat verwatert toch op den duur. Het is inmiddels vijf jaar geleden en ik weet dat het nu goed met haar gaat. Dat geeft me een goed gevoel.’

Crisisopvang
Na deze ervaring vroegen Brenda en Steven zich af of dit was wat ze wilden. Brenda: 'Je kunt in een weekend zo weinig bereiken, zo weinig opbouwen, vonden wij. In overleg met onze pleegzorgbegeleider hebben we toen gekozen toen voor crisisopvang. Dan komt een kind in principe voor maximaal drie maanden, of korter. Soms zelfs maar een paar dagen. Maar in de eerste crisissituatie bleef het kind negen maanden, omdat ze niet naar huis terug kon en langdurige opvang niet zo snel gevonden was. Om dan in die tussentijd met zo’n kind heen en weer te slepen, dat vonden we ook niks. Dus ze bleef, ondanks dat het met haar niet echt klikte, niet zoals met onze eerste pleegdochter. Enfin, als pleegouder leer je dat je niets moet verwachten. Het is al heel wat als je vertrouwen krijgt.’ Brenda: 'Het gaat erom dat je een kind een veilige plek kunt bieden, waar het een beetje tot rust komt. Soms heb je je handen vol, maar meestal gaat alles gewoon zijn gangetje. Een kind meer of minder, dat maakt niet zo veel uit. Weet je wat het is: als je dit wilt, dan kun je het ook.’

Je eigen gezin?
Welke invloed hebben de pleegkinderen op het eigen gezin? Brenda lacht: 'Weet je wat we vaak horen? “Wat goed van jullie, zeg!” meestal gevolgd door “Maar mij niet gezien!”. Als pleeggezin heb je te maken met vooroordelen: met een pleegkind haal je immers andermans ellende in huis, je eigen kinderen hebben eronder te lijden, die komen vast en zeker tekort. Onze dochter is daar heel helder in: “wat een onzin”, zegt ze. Vinden wij ook. Bovendien vinden Steven en ik het goed voor onze kinderen dat ze ervaren dat het opgroeien in een harmonieus gezin niet vanzelfsprekend is. En onze omgeving ziet dat het echt geen monstertjes zijn die we hier over de vloer krijgen.’

School
Tijdens het verblijf in een pleeggezin moet een kind gewoon naar school. Brenda: 'Het is natuurlijk best een gedoe voor een school, een kind dat opeens voor korte tijd in de klas komt. De ene school is daar soepeler in dan de andere. Gelukkig hebben wij in de buurt een school die hiervoor open staat.’ Thuis houden alle kinderen zich aan dezelfde regels. Ze gaan op normale tijden naar bed, moeten 's avonds douchen. 'Regelmaat, regels, grenzen, dat vinden juist deze ontregelde kinderen prettig. Sommigen sputteren eerst even, maar al gauw vinden ze het vanzelfsprekend.’


Terug naar de interviews