Terug naar de interviews

Als ik niks meer voel bij het afscheid van een kind uit ons gezin stop ik met pleegzorg

Toegevoegd op : 24 april 2009

Op een avond als de jongsten op bed liggen, zit ik bij Mieke en Ernst aan de grote keukentafel. We hebben het vooral over het afscheid nemen van pleegkinderen die voor korte of langere tijd bij hen in het gezin hebben gewoond.

Hoe zijn jullie pleeggezin geworden?
Mieke en Ernst zijn 14 jaar geleden begonnen met pleegzorg. Ze woonden toen nog in een eengezinswoning in de stad met hun drie eigen kinderen, Elke en Herma – een tweeling van 8 jaar – en Rense hun zoon van vijf. In die tijd was Mieke heel actief op een manege waar ze twee paarden had staan en waar ze ook paardrijles aan kinderen gaf. Eén van die kinderen, een meisje van 16 dat in een leefgroep woonde, vertelde haar dat ze niet meer bij haar moeder op bezoek kon gaan en dat ze bijna altijd op de groep was. Ernst en Mieke hebben zich toen als weekendpleeggezin voor haar beschikbaar gesteld. En nog steeds hebben ze contact met dit eerste pleegkind, dat nu in een ander deel van het land woont en zelf drie kinderen heeft.

Toen Mieke en Ernst kort daarna verhuisden naar een boerenwoning met stallen voor hun paarden hadden ze opeens veel meer ruimte in huis. Met hun pleegzorgbegeleider hebben ze uitgebreid stil gestaan bij de beslissing om meer pleegkinderen op te nemen. Ze hebben deel genomen aan een STAP-voorbereidingsprogramma. En ze zijn vanaf die tijd pleeggezin voor kinderen onder de leeftijd van hun zoon, zowel in crisissituaties als voor langere tijd. Altijd woonden er wel twee of drie pleegkinderen in hun gezin. Sinds de tweeling niet meer thuis woont, wordt het rustiger aan het. Maar over stoppen met de pleegzorg denken Ernst en Mieke voorlopig nog niet.

Wie wonen er op dit moment bij jullie in huis?
Mieke en Herma zijn kort na elkaar op zich zelf gaan wonen. Elke is nog bijna ieder weekend thuis. Herma zien we wat minder, want die woont al samen. Rens zal voorlopig nog wel thuis blijven wonen, die heeft het hier nog veel te goed. Santa is nu 17 en ze woont al vanaf haar 9e bij ons. En sinds 7 weken zijn Romy van 9 jaar en haar 5-jarig broertje Jesse bij ons. We weten niet hoe lang die zullen blijven, maar we hopen dat het niet te lang zal duren voor ze weer naar hun moeder terug kunnen.

Hoe is het om steeds weer nieuwe kinderen te zien komen en gaan?
Tijdens de STAP-voorbereiding hebben we uitgebreid bij die vraag stil gestaan. We hadden toen de idee dat vooral Rense moeite zou hebben met die wisselingen. Hij voelde zich binnen ons gezin vaak een eenling, omdat zijn twee zussen altijd heel erg close met elkaar waren en hem lang niet altijd bij hun activiteiten wilden hebben. We hebben toen besloten dat we in ons gezin één pleegkind voor langere tijd zouden opnemen. En als dat goed zou gaan dan zouden we ook kinderen in crisissituaties opnemen. Ernst en ik hebben namelijk altijd klaar gestaan als iemand anders hulp nodig heeft. Zo kijken we ook aan tegen de crisispleegzorg: je mag even bij ons zijn zolang als jij en je ouders dat nodig hebben. En nu, nadat er al zoveel kinderen bij ons zijn geweest, vragen mensen ons nog vaak “is het niet moeilijk om ze weer te laten gaan?”

Hoe is het dan om iedere keer opnieuw afscheid te nemen?
Het blijkt dat we er met zijn allen goed mee om kunnen gaan. Het maakt een heel verschil als je van tevoren weet dat een kind maar kort bij je blijft. Aan onze kinderen hebben we het duidelijk kunnen maken: als papa voor zijn werk een tijdje naar het buitenland moet (Ernst moet voor zijn werk af en toe naar Azië) en mama zou ziek worden dan moet er iemand anders even voor jullie zorgen. En dan willen we ook weer zo vlug mogelijk bij elkaar zijn. Helaas is het voor de meeste kinderen die hier geweest zijn niet zo simpel. Het blijft toch vaak erg lang onduidelijk of ze wel naar huis terug kunnen of waar ze na ons zullen gaan wonen. Voor ons wordt het afscheid moeilijker als we zelf twijfels hebben of het wel goed zal gaan op hun volgende plek, of dat nu thuis is of ergens anders. Maar we hebben wel geleerd dat wij niet meer verantwoordelijk kunnen zijn voor wat er gebeurt nadat een pleegkind bij ons weggaat. Maar ja, dat is iets dat in je hoofd zit, het gevoel wil er niet altijd aan.

We maken altijd wat bijzonders van het vertrek van een kind. We willen dat kind meegeven dat we blij zijn dat hij bijvoorbeeld weer naar zijn ouders terug kan. Of dat het goed is dat hij ergens anders kan gaan wonen waar hij echt kan blijven. Als wij hier dan goede weken of een paar goede maanden met een kind hebben gehad, dan mag daar best een traantje bij vloeien.

Welk afscheid van een pleegkind is jullie het meest bij gebleven?
Daar hoeven Mieke en Ernst helemaal niet over te denken: Melanie. Ook al is het alweer 9 jaar geleden. Melanie was 5 jaar toen ze bij hen kwam en op haar 7e is ze doorgeplaatst naar een behandelgroep. Vanuit een ernstige crisis was Melanie destijds uit haar gezin weggehaald, samen met haar oudere broer en twee jongere zussen. De andere kinderen zijn toen in andere crisisgezinnen opgenomen. Alle kinderen waren zeer ernstig verwaarloosd en hebben daar ook ernstige schade van opgelopen. Vijf maanden na haar komst was definitief duidelijk dat Melanie niet meer naar haar ouders terug kon. We waren erg met haar begaan, al was duidelijk dat Melanie heel veel moeite had om zich op school te handhaven. Ook binnen ons gezin durfde ze zich niet echt te geven. Ze trok zich vaak terug. Maar tegelijk kon ze ook vreselijk katten tegen de andere kinderen. Na anderhalf jaar was er nog maar weinig vooruitgang bij Melanie in haar ontwikkeling. Mieke was in het gezin de enige die echt een relatie met haar kreeg. De anderen kregen steeds meer moeite met haar.

Onze pleegzorgbegeleider heeft meermalen met ons besproken of we het vol konden houden en dat er voor Melanie andere hulp gezocht zou moeten worden. We hebben vijf maanden nodig gehad om ons daarbij neer te leggen. We gunden haar zo dat ze in een gewoon gezin zou blijven. We voelden het ook als een falen van onszelf, hoezeer de begeleiders dit ook uit ons hoofd probeerden te praten.
Achteraf hebben we geleerd dat het voor Melanie een noodzakelijke stap was om naar een behandelgroep in de kinderpsychiatrie te gaan. We horen af en toe nog hoe het met haar gaat van de gezinshuisouders waar ze sinds haar 12e is komen te wonen.

Kun je “afscheid nemen” leren?
We denken dat we in de afgelopen 14 jaar hier echt veel in geleerd hebben. Als je weet dat een kind maar kort bij je blijft, of als je weet dat een kind als Melanie buiten jouw gezin beter geholpen kan worden, dan kun je meer en beter aandacht geven aan het kind dat weggaat. Je kunt dan ook meer aandacht hebben voor de gevoelens van je eigen kinderen bij het afscheid.
Ernst: Maar we merken iedere keer weer dat we een of meer “lastige” dagen hebben na het einde van een plaatsing. En we weten dat dit gevoel er mag zijn. Als we dat niet meer voelen dan gaan we echt stoppen met de pleegzorg.


Terug naar de interviews