Terug naar de interviews

Als een vis in het pleegzorgwater

Toegevoegd op : 1 oktober 2011

Op een zonnige en warme dag gaan we op weg naar de Noordoostpolder. Heerlijk zittend onder een grote boom, praten we met Irene (1966) over pleegzorg. Irene vormt samen met haar man Anton (1964) en hun twee kinderen Julian (1997) en Kim (2001) al een aantal jaren een pleeggezin.

Hoe zijn jullie ertoe gekomen om pleegouder te worden?
”Ik ben werkzaam geweest in een kindertehuis. Destijds nam ik regelmatig kinderen mee naar huis. We zeiden toen al tegen elkaar ’ooit worden wij pleegouders’. Nadat ik een ongeluk heb gehad en moest revalideren, moest ik met mijn werk stoppen. Een betaalde baan ging niet meer. Ik voelde me nutteloos en verveelde me. Mijn man zei op een gegeven moment dat we maar eens moesten kijken naar pleegzorg. Samen hebben we het zogenaamde STAP voorbereidingsprogramma voor aanstaande pleegouders gevolgd. Samen zeven avonden naar Lelystad. Veel informatie was mij wel bekend, maar toch was het goed om het te doen. Het bevestigde voor ons dat we dit echt wilden.”

Hoe ging het daarna verder?
“We kregen al snel de vraag of we voor een jongen van tien jaar wilden zorgen. Hij woonde nog bij zijn moeder en zussen en daar ging het niet goed. Uiteindelijk hebben we zes jaar voor hem gezorgd. Nadat deze jongen al een tijdje bij ons woonde, zijn we begonnen met crisisopvang. In totaal hebben vijftien kinderen voor korte of langere tijd bij ons gewoond. Erg leuk om te doen, vooral omdat je creatief moet zijn. In korte tijd moet er veel geregeld worden. Nu hebben we een weekendplaatsing van een meisje van zeven jaar en hebben we nog plaats voor een langdurige pleegzorgplaatsing. We wachten met smart op een telefoontje.”

Hoe was het voor jullie kinderen?
“We hebben er vanaf het begin voor gekozen dat onze kinderen hun eigen plekje konden houden. Het pleegkind ging altijd naar een andere school dan onze eigen kinderen. Hierdoor hadden de pleegkinderen ook hun eigen vriendjes. Julian en Kim weten eigenlijk niet anders, het hoort bij hun leven. Natuurlijk vonden ze het wel eens lastig. Vooral als een pleegkind veel aandacht vroeg. Toch hebben ze nooit gezegd dat ze het niet meer willen.”

Jullie zijn positief over pleegzorg, is er ook iets ingewikkeld aan pleegzorg?
“Dat klopt, we zijn ook positief over pleegzorg. Ik voel me als een vis in het (pleegzorg)water. Vooral omdat ik het idee heb dat het een positieve aanvulling is op mijn leven. Ingewikkeld is het soms ook. Vooral omdat je te maken hebt met heel veel partijen. Gelukkig is de samenwerking met ouders altijd goed verlopen. Een goede plaatsing staat of valt met samenwerken. De laatste crisisplaatsing verliep niet zo goed, vooral omdat de begeleiding niet goed ging. Gelukkig is dat uitgesproken en kunnen we weer verder met elkaar.”

Veel mensen denken dat ze niet geschikt zijn als pleegouder, hoe zie jij dat?
“Dat begrijp ik niet. Waarom zouden mensen dat denken? Er zijn zoveel kinderen in Nederland die het nodig hebben. En niet altijd voor een langere tijd maar ook voor af en toe een weekend. Iedereen die twijfelt, moet maar eens naar een informatieavond gaan. Het is wel zo dat de pleegkinderen altijd een ‘rugzakje’ bij zich hebben. Dit vraagt wat meer van je opvoedingsvaardigheden. Aan de andere kant is het juist belangrijk dat het pleegkind meedraait in het gewone gezinsleven.”


Terug naar de interviews