Terug naar de dagboeken

Zomertrip 2010 (2): eco-pleegzorg

Toegevoegd op : 30 augustus 2010 in het dagboek van Pleegvader Maarten

In het vorige verhaal vertelde ik u over ons race-avontuur in Coo. Gelukkig voor u en mij kon ik toen niet de hele vakantietrip in éen verhaal kwijt, want dan had ik nu nog slechts kunnen schrijven over wat pleegzoon na thuiskomst gedaan heeft.

En daarvan heb ik, helaas voor u, werkelijk geen flauw idee. Dus dat zou een kort en vooral ook heel saai verhaal worden. Iets in de trand van “Jeremy staat op, eet een boterham een gaat spelen. Rond één uur komt hij terug, eet een boterham en een appel en gaat spelen. 's Avonds na het eten gaat hij spelen, komt om acht uur thuis, speelt nog wat en gaat rond negen uur naar bed. Welterusten jongen, slaap lekker en tot morgen.”

Kijk, daar zit de lezer niet op te wachten lijkt me. En wie weet haken er ook nog hele groepen aspirant-pleegouders af door mijn verhaal. “Als pleegzorg zo saai is gaan we nog liever dwergkonijnen houden”. Of zo. Dat wil ik niet op mijn geweten hebben, met zoveel pleegkinderen op de wachtlijst.

Enfin, onze vakantietrip dus. In het holst van de nacht vertrokken we richting Frankrijk. Pleegzoon in slaapzak op de achterbank, hond Wolf achter in de bus op bed, en pleegvader met sigaretje, flesje water en CD-tje achter het stuur. Toen Jeremy wakker werd waren we al bijna in Luxemburg. Even tussendoor: vindt u kinderen die nèt wakker worden ook zo onweerstaanbaar? Verfrommeld gezicht, ontploft haar, bedorven adem en een comateuze blik in de lodderige oogjes. Bij Jeremy komt daar nog bij een vredig wit luierbroekje, dat onder enig gegaap vervangen wordt door een brullend hardrockshirt, een punky paarse spijkerbroek met scheuren, skate-schoenen en een zwarte pet met grote zilveren doodskoppen. Zo. De vakantie kan beginnen!

Rond het middaguur arriveerden we op de camping. Voor het derde jaar op rij dezelfde. Het geeft Jeremy momenteel nog veel veiligheid en rust om te weten waar hij terecht komt. Deze ecologische camping is hier en daar wat dogmatisch, maar het is een prachtig, natuurlijk aangelegd terrein met een zeer bijzondere sfeer. En, ook niet onbelangrijk: dat straalt af op de bezoekers. Hier dus geen opgefokte ouders in lichtgevende trainingspakken die mobiel bellend door de dag heen stressen. En ook niet het type Nederlandse kinderen dat in het buitenland berucht is. U héeft ze zelf uiteraard niet, maar u kènt ze wel: de 'kids’ die luidruchtig iedere situatie overheersen, en zonder ook maar enig fatsoen door de zomer heen hufteren. Terwijl hun ouders vertederd glimlachen en trots “Ja ja, hij hep een rad bekkie” zeggen . Van dit soort kinderen zijn er veel. Maar niet op deze camping. Hier snijden kinderen speksteen in het atelier, zwemmen en spelen in de zwemvijver, pingpongen avonden lang 'rond de tafel’, maken muziek, roosteren al zingend marshmellows rond het kampvuur en zeggen vriendelijk “lekker, dankjewel” als ze een glaasje fris krijgen. Terwijl hun ouders cursussen mandala tekenen, chakradans of stembevrijding volgen. Alternatief? Best wel. Elitair? Soms. Ontspannen(d) en gezellig? Zeer!

Kijk, na een arbeidzaam jaar lang begeleiden van disfunctionele gezinnen, zorgleerlingen en opvoedsituaties waarin ouders hevig met de woorden 'grenzen stellen’ en 'nee’ worstelen, ben ik zelf hevig toe aan een omgeving met minder strijd en meer harmonie. En voor Jeremy geldt eigenlijk hetzelfde. Die moet zich op het speciaal onderwijs staande houden tussen stuiterende en scheldende ADHD-ers, en verveeld vretende TV-slaafjes met hangbuikzwijnpostuur. Op de ecocamping heeft hij direct aansluiting en kan hij zijn leefwereld delen. Op school 'moet’ hij maar weer zijn schouders ophalen als een kind niet verder komt dan een hinnikend “ Hé Tarzan!”. Hier reageren groepjes langlokkige campingvriendjes met “cool!” en rennen direct naar hun ouders: “ik wil ook dreadlocks, net als Jeremy!” Jeremy straalt. Af en toe onder gelijkgestemde zielen verkeren is verademend. Zeker als je als pleegkind al heel wat oneffenheden in je leventje tegen bent gekomen.

Ik zie trouwens dat ik al dik over de beoogde 500 woorden heen zit. Heeft u nog even? Dan rond ik het verhaal af. Jeremy genoot ruim een week op deze inmiddels vertrouwde camping. Zijn enorme, uit gasbeton gezaagde en gevijlde vis werd zorgvuldig in badhanddoeken gewikkeld en zou later heelhuids in Nederland arriveren. Wij reden vanuit Frankrijk eerst nog naar het Rheinland, alwaar vriend en drummer Ferdi met zijn gezin onlangs een tweede huis heeft gekocht met 4500 vierkante meter tuin. Overigens was hij toen wij arriveerden hard op weg naar 4500 vierkante meter vijver. Wat een 'scheißwetter’ was het daar zeg, even slikken na een week zon. Maar bordspelletjes, biertjes en barbeque (onder het afdak) maakten veel goed. Na dit natte en knusse weekendje in de Duitse bossen reden we binnendoor naar Coo in de Ardennen, met Jeremy als navigator (“Kijk Maarten, 'Malmédy’! Dat ligt toch in België?” “Als ze het niet verplaatst hebben wel, jongen”). Maar daarover las u reeds in deel 1.

Volgende week weer school. Weet ik in ieder geval waar pleegzoon overdag uithangt. Heeft ook wel weer iets.

Maarten


Terug naar de dagboeken