Terug naar de dagboeken

Zomertrip 2010 (1): Het gouden duo

Toegevoegd op : 23 augustus 2010 in het dagboek van Pleegvader Maarten

"Karten en biljarten! Dat vond ik het aller, állerleukste. En de reis zelf." Rozig van de douche en nagenietend van de vakantie ligt Jeremy in zijn bed. Vandaag zijn we terug gekomen van onze zomertrip met onze camperbus. Dat Jeremy 'karten en biljarten' als hoogtepunten noemt is logisch. Ten eerste deden we dat de laatste paar dagen en ligt het dus nog vers in het geheugen. Ten tweede wonnen wij natuurlijk alles. Duh.

Gekart hebben we in het pretpark Plopsa Coo. In het pretpark Plopsa Coo. Ik weet het, het staat er twee keer. Dat het maar goed tot u door moge dringen. Ik heb u namelijk ooit verteld dat ik niet zo van de pretparken ben omdat ik veel attracties eng vind. Maar ik heb daarnaast ook nog iets tegen de kuddegeest die in pretparken rondwaart. Die stoet mensen, sjokkend op weg naar alweer een wachtrij van een uur… En al dat collectieve vermaak… bêh. En toch, daar zijn ze weer: 'Avonturen van Maarten in het Pretpark’. Deel vier dit jaar al.

Kijk, daar heb je dat jonge gezin weer. Die zagen we al drie keer eerder vandaag. Vader sjokt nog steeds achter die buggy met een gezicht van “dat moet ik van haar.” Moeder (zo’n 130 kilo vacuüm verpakt in een MegaMindyrose joggingpak) kijkt met een bazige varkensoogjesblik van “ja, dat moet hij van mij ja.” En in de buggy zit een joch van een jaar of acht opgewonden te wiebelen en vol verlangen naar de attracties te kijken. “Zitten!”, snauwt moeder als de jongen een paar keer probeert op te staan. Een dikke luier steekt boven zijn korte broek uit. Al met al een wat sneu tafereel. Daar ben je dan acht voor geworden, om de hele dag in een buggy door Plopsa Coo te worden gereden met een Pamper om je kont. Schijnt trouwens een uit Amerika overwaaiend fenomeen te zijn: oudere kinderen die in het pretpark een luier dragen zodat ze hun plek in de wachtrij niet hoeven op te geven als ze moeten plassen. En onder hun carnavals-, Halloween- of skipakje, en op de camping met die gore toiletten… Tja. Ik denk dat ik ook maar luierfabrikant word, kan ik eindelijk eens die villa in Monaco kopen.

Het valt in Plopsa Coo erg mee met de wachtrijen. Het is nogal druilerig weer namelijk. Jeremy en ik hebben een all-inticket, en tot onze verrassing heeft kabouter Plop besloten dat daarbij dit jaar het karten inbegrepen is. Normaal is dat 'schijt’duur (oh, vandaar die luiers?) maar nu scheuren we onze rondjes, sluiten achteraan en zijn vrijwel direct alweer aan de beurt. We genieten enorm van het racen, en van de geur van rubber en benzine. Kleine tegenslag voor Jeremy is dat ik vaak win. Hij moet nog leren om, zoals ze dat in de racerij noemen, 'ideale lijnen’ te rijden. Daarnaast observeer ik terwijl we wachten steeds welke wagens het hardst lopen, en dus goed afgesteld zijn. Olala, we zijn alweer aan de beurt. Mooi zo. “Wil jij mij nu alsjeblieft, alsjeblieft ook één keertje laten winnen? Plies?” Jeremy’s stem klinkt zo smekend en vol verlangen dat ik hem een knipoog geef. “Pak die blauwe”, fluister ik hem toe. Glunderend van genot rijdt hij even later als eerste over de finish. Ik heb vlak achter hem gereden, en leg hem de ideale lijnen uit. Deskundig knikt hij. “Dat wou ik net zeggen, maar jij was nét ietsje eerder.” Ik volg Jeremy’s ogen, die gericht zijn op een vrouw die rondsukkelt in haar kart als ware het een scootmobiel. Een neerbuigend glimlachje speelt om zijn mondhoeken. Even later wisselen we een samenzweerderige blik, vlak voor de start van alweer een race. Hier zijn pleegvader en pleegzoon, het gouden duo! Over het biljarten en de rest van onze trip vertel ik volgende week. Maar nu: gas erop!

Maarten


Terug naar de dagboeken