Terug naar de dagboeken

Weegbree

Toegevoegd op : 17 november 2011 in het dagboek van Pleegvader Maarten

‘Of je plast er overheen’ zegt mijn twaalfjarige pleegzoon Jeremy tegen niemand in het bijzonder.

Hij zit televisie te kijken, en wel de jeugdsoap VRijland. Die dubbele hoofdletters dienen een doel: bij de invalswegen van het denkbeeldige dorp staan borden met de plaatsnaam Rijland, door de plaatselijke jeugd aangevuld met de letter V. Inderdaad lijkt het of de kinderen in de serie altijd vrij hebben. Ze houden zich bezig met het zoeken naar een schat (al honderdtwintig afleveringen lang), twirlkampioenschappen (uiteraard wint ons lieve meisjestrio van een groepje verwaande krengen) en met het opwindende doch gevaarlijke buitenleven. In de aflevering van vandaag is een meisje van een jaar of twaalf heel idyllisch met een jonger jochie aan het picknicken. Hij prikt zich aan de brandnetels en lijdt direct hevige pijnen. En daar krijg ik op mijn beurt dan eveneens jeuk van: het lijkt wel alsof de scriptschrijvers zo wereldvreemd zijn dat zij de natuur zien als een riskant gebied, en het je prikken aan een brandnetel als een traumatiserende ervaring.

Gelukkig weet het meisje raad: ze gooit water over het pijnlijke handje heen. Dat helpt niet. Nu raakt ons kindmoedertje (ze praat tegen de jongen alsof hij een peuter is) in paniek. Maar zie: daar daalt direct de Reddende Engel, in de persoon van moeder, uit Den Hemel Neder en legt uit dat je er Weegbree overheen moet wrijven. ‘Weegbree?’ vragen de kinderen met beroerd geacteerde verbazing. ‘Ja’, zegt de Engel. ‘Dat is een plantje. En dat helpt.’ ‘Of je plast eroverheen’ vult Jeremy dus aan. Want ieder buitenjongetje weet dat dat dé manier is om van de jeuk af te komen.

Dat is goor ja, maar jongens zijn van nature goor. Of beter: geneigd het te worden. En blijven. Volgens mij zouden de meesten binnen korte tijd in Neanderthalers veranderen als er niet ergens een opvoeder rondliep die ze, gewapend met douche en wasmachine, met enige regelmaat onder handen nam. Hetgeen ook weer niet overdreven moet worden: wetenschappelijk is aangetoond dat kinderen die opgroeien in een wat minder steriele omgeving (bijvoorbeeld op een boerderij) significant minder allergieën ontwikkelen, en een significant beter afweersysteem opbouwen. Dus doe er uw voordeel mee: als uw kind weer eens naar school gaat met dat vlekkerige shirtje en die doorgesleten jeans, en daarnaast ook nog duidelijk te zien is dat u vanmorgen in de haast verdorie alweer nergens een kam of nagelschaartje kon vinden, dan bent u dus gewoon prima bezig. En laat die kapper ook maar zitten, voor dat geld kun je een grote pak spijkers voor een boomhut kopen. En nee, daar hoeft u niet steeds als reddende engel naartoe te rennen om te kijken of uw (pleeg-) oogappel zich misschien geprikt heeft. Die tijd kunt u beter besteden. Ga desnoods uw kam en nagelschaartje eindelijk eens zoeken.

De scriptschrijvers van Vrijland lijken in het spoor van een andere, snel oprukkende opvoedtrend te zitten: de natuur is een mooie ruime speeltuin, maar ze zouden er die zooi eens moeten opruimen, de veiligheidsinspectie er doorheen jagen en permanent toezicht instellen.

Onze overheid voert momenteel campagne om kinderen minimaal 2 ×30 minuten per dag te laten bewegen. Daar zouden de Neanderthalers zich rot om gelachen hebben. Die zouden zonder enige aarzeling direct getekend hebben voor 2 ×30 minuten per dag nìet hoeven bewegen. Zie daar de teloorgang van het menselijk ras in drie zinnen. Ikzelf zou wel voorstander zijn van een overheidscampagne die, in plaats van ‘2× 30 minuten per dag bewegen’, zou aanzetten tot het minimaal 2× 30 minuten per dag spelen zonder toezicht. Weegbree genoeg.

Maarten


Terug naar de dagboeken