Terug naar de dagboeken

Verslaving en geweld (1)

Toegevoegd op : 6 januari 2012 in het dagboek van Pleegvader Maarten

Locatie: loods op een rommelig industrieterrein
Datum : 30 december, 10.15 uur
Het is hier een komen en gaan van mannen. En jongens, sommigen pas een jaar of acht. Allen met dezelfde, broeierige blik in hun ogen. Ze zijn zenuwachtig, wat bleekjes ook. Bij het naar binnen gaan worden soms snel wat woorden gewisseld: “ Ik moet mosquitos.” “ De straatbaas komt als laatste.” Weer buiten gekomen spoeden ze zich naar hun auto’s, met onduidelijke plastic pakketjes in hun handen. Ze kijken schichtig om zich heen. Snel rijden ze weg.

Locatie: willekeurige huiskamer
Datum: 31 december, 9.00 uur
Een vader hangt onderuit gezakt voor de flat screen. Hij slurpt met een bleek gezicht van zijn sterke koffie. Het liefst zou hij zichzelf nu een stevige borrel inschenken. Met trillende handen zapt hij ongeïnteresseerd van zender naar zender. Zuchtend kijkt hij naar de klok. De wijzers kruipen voort, langzaam als dikke stront. Op de bank zitten twee jongens met bezwete koppen. Ze hebben net gevochten. De een pulkt in zijn neus, en smeert het af aan zijn slobberende joggingbroek. Zijn haar zit in de war, zijn onderhemd binnenstebuiten. Zijn blote voeten rusten op de salontafel. Zijn oudere broer tikt rusteloos op de toetsen van een DS. Af en toe steekt hij zijn hand zonder te kijken in een zak paprikachips en propt wat in zijn mond. Er zitten oranje kruimels op zijn gezicht, op zijn shirt en op de DS. Aan de eettafel zitten een moeder en een meisje van een jaar of twaalf een bordspelletje te doen. Ze zwijgen. “ Wanneer mógen we nou, ik hou het niet meer vol”, zucht de jongste jongen met zijn vinger in zijn neus. Zijn broer geeft hem een por in zijn zij en sist: “hou je bek, viezerik!” De klok wijst half tien.

Locatie: willekeurige huiskamer
Datum: 31 december, 10.00 uur
Ineens slaat de sfeer om. Vader veert op uit zijn stoel, zet zijn koffiemok op tafel en roept: “Oké mannen, kom op!” De twee jongens vliegen naar de keuken, en schieten in hun modderige sportschoenen. De jongste trekt nog snel een trui aan. Achterstevoren. De oudste gilt: “Showtime!” Plotsklaps zijn ze weer de beste vrienden. Partners in crime. “Jij mag wel eerst. Dan ik. Welke doe jij Pap? Of zullen we er eerst alle drie tien doen, als begin?” De jongste trippelt opgewonden heen en weer alsof hij aanstonds in zijn broek gaat plassen. “Beginnen jullie maar”, zegt de vader. “ Ik voel me al kiplekker als ik de geur opsnuif haha! En bewaar wat voor vanavond. Kom mee, hup, naar buiten!” Al snel klinkt er één en al geknal. Eindelijk, de oorlog is begonnen! Grijsblauwe rookwolken vullen de straat. Moeder en dochter blikken bangig naar buiten. Vader smijt een rotje weg. Met stralende ogen kijkt hij hoe het ding uit elkaar knalt en verandert in een zielig hoopje kartonsnippers. Mannen, het blijven kinderen. De jongens blazen als bezetenen naar hun aansteeklonten. Het zijn soldaten. Krijgers. In hun element.
Gelukkig nieuwjaar! BENG!

Maarten


Terug naar de dagboeken