Terug naar de dagboeken

Tussen chips en paaseieren

Toegevoegd op : 13 april 2012 in het dagboek van Pleegvader Maarten

Ik weet niet hoe het er in uw familie aan toe gaat. Maar als ik met mijn pre-puberpleegzoon Jeremy (13) op een familiefeestje verschijn, wordt er meestal eerst semi-verbaasd geconstateerd dat hij al zo groot is geworden. (Ja hallo. Wat hadden jullie dan gedacht. Een kop kleiner dan de vorige keer?). Vervolgens is er in de loop van de avond altijd wel iemand die ergens een stilte opvult met het volgende cliché: “ Ach ja, pubers.” (dromerig glimlachje).” Soms zijn ze al bijna volwassen, en soms zijn het nog echt kinderen. Zo heerlijk tussen tafellaken en servet.” En dat cliché is afgezaagd (‘boring!’, zegt een puber). Maar natuurlijk ook gewoon wáár. Ik heb een mooi voorbeeld voor u.

Het is Paaszaterdag, ’s avonds tegen zevenen. Ik sta in een zaaltje achter een kerk te wachten tot de dienst begint. Ik ben dirigent, en mijn koor gaat de Paaswake zingen. Plotseling gaat mijn telefoon. Ik zie dat het Jeremy is, en ik schrik een beetje. Want Jeremy weet dat hij me op het werk alleen moet bellen als er iets aan de hand is. Dat blijkt echter niet het geval: pleegzoon vraagt of hij “nog één keertje” een nachtje bij vriend Danny mag logeren.

“Eh…ja, dat mag”, antwoord ik. “Maar hoe laat kom je morgen dan thuis? Want het is wél Pasen.” “Om een uurtje of half twaalf, twaalf uur” aarzelt Jeremy.
Ik zeg: “ We gaan om half twaalf naar een Paasbrunch van de familie. Dus dit betekent dat ik morgen dan geen paaseieren voor jou kan verstoppen.” “ Ach” zegt Jeremy. “Dat geeft niet. Want na die brunch krijgen we ook al chocolade-eieren.” En daarmee is het gesprek ten einde.

Later die avond, in m’n eentje mijmerend op de bank, realiseer ik me dat we hier een ‘tafellakensituatie’ te pakken hebben. De servetfase is voorbij, en dat stemt me weemoedig. Ik krijg direct heimwee naar vorig jaar, toen Jeremy nog zo vrolijk en opgewonden met zijn mandje door de tuin huppelde. De vreugde op zijn snoetje als er weer een ei gevonden was. Jeremy is niet het type kind dat veel kans maakt op de gouden medaille voor Doorzetter Van Het Jaar, maar bij het paaseieren zoeken hield hij altijd dapper vol. Pas bij de laatste eieren mocht ik een beetje helpen (“Warm. Warmer. Koud. Warmer. Héét!”). Tja, kleine jongens worden groot, zoals de familie op feestjes steeds constateert. Kleine jongens worden zó groot dat ze met Pasen liever een logeernacht lang flink doorhalen met veel chips, cola, computergames en eindeloos gespeel met hun mobieltjes. Om daarna zo lang mogelijk uit te slapen.

De volgende ochtend om acht uur gaat de telefoon. Het is Jeremy. “Sorry dat ik zo vroeg bel, maar eh… kun jij alvast beginnen met eieren verstoppen? Want dan kom ik er zó aan.”

Maarten


Terug naar de dagboeken