Terug naar de dagboeken

Tandpasta

Toegevoegd op : 13 december 2010 in het dagboek van Pleegvader Maarten

"Waarom zit iedereen hier toch altijd aan mijn spullen?" verzucht Jeremy op mopperende toon. Vragend kijk ik op uit mijn boek. Aspirant-pleegzoon Amchid is dit weekend weer bij ons, en die zit vaak tot vermoeiens toe en zonder te vragen overal aan met zijn vingertjes. Hij voelt nog niet aan dat je zoiets misschien eerst zou kunnen vragen.

En hij voelt al helemaal niet aan dat Jeremy in een rouwproces zit. Dat er hopelijk toe zal leiden dat hij in zijn hart plaats maakt voor een pleegbroertje, na drie jaar het enige prinsje hier geweest te zijn. En dat het extra koesteren van zijn dierbare spulletjes onderdeel is van dat rouwproces.

Natuurlijk is Amchid met zijn zeven jaar ook nog veel te jong voor dit soort empathie, en bovendien is Jeremy’s verdriet niet Amchid’s zorg. De mijne echter wel, dus ik werp eens een blik op de sinterklaaskadootjes, die Jeremy sinds vorige week in een halve cirkel op de vloer van de kamer tentoonstelt. Die staan echter onaangeroerd dus kijk ik hem vragend aan. “Dit hier is het bewijs” zegt hij met een grafstem. Hij houdt zijn tube tandpasta omhoog, met de blik van een detective die zojuist met een met bloed besmeurd broodmes uit een kelder komt.

Toen Amchid een uurtje geleden voor het naar bed gaan zijn tanden ging poetsen heb ik niet echt opgelet welke tube hij nou pakte. Maar ik snap direct dat we hier een metafoor voor een groot verdriet te pakken hebben. Want dit weekend is het de eerste keer dat Amchid hier logeert sinds het officiële besluit dat hij hier komt wonen. De tube tandpasta drukt Jeremy met zijn neus op de feiten.

“Daar kan hij niks aan doen” zeg ik snel. “Hij heeft het netjes gevraagd en ik heb het goed gevonden. Ik zorg ervoor dat het niet meer gebeurt, en dat hij zijn eigen tube krijgt. Sorry.” Het is echter al te laat. Met hangende schouders sloft Jeremy naar zijn kamer, waarbij zijn laaghangende spijkerbroek onbedoeld het treurige plaatje completeert. Wolf sloft er direct achteraan, zijn staart halfstok.

Ik wacht een minuut of tien, en loop dan naar Jeremy’s kamer. Na een klop op de deur hoor ik zachtjes “binnen”. Jeremy heeft zich begraven onder zijn dekbed. Tegen hem aan ligt Wolf, die me aankijkt met een wanhopige blik. Zijn grote vriend heeft verdriet, dat voelt Wolf haarscherp aan. Maar zijn troostende zwarte snuit en lange roze tong helpen deze keer niet, en dat verwart hem.

Ik vraag Jeremy of ik erbij mag komen zitten, en de bos dreads maakt een knikkende beweging. Als ik mijn arm om hem heen sla begint hij te huilen. Eerst zachtjes, en dan steeds harder. Niet de 'ik ben kwaad op mezelf-huil’ of die rare 'ik krijg mijn zin niet-nephuil’ maar echt verdriet. En het is overduidelijk wat Jeremy nu vertelt met dit verdriet. Dat hij zo vreselijk graag had gewild dat alles zou blijven zoals het was. Maarten. Jeremy. Wolf. Zo was het toch goed. Waarom moest alles overhoop? En eerlijk gezegd heeft deze vraag ook mij nog wel een paar keer bij de keel gegrepen de afgelopen tijd. Ik zeg Jeremy dat er òok heel veel nìet zal veranderen. En ik vraag hem of hij nog weet wat ik hem drie jaar geleden beloofd heb. Dat hij tot zijn achttiende mag blijven. Minstens. En dat hij het mooiste is dat mij ooit is overkomen.

Jeremy knikt. Wolf kijkt hem aan, slaakt een diepe zucht en sluit zijn grote bruine ogen.

Maarten


Terug naar de dagboeken