Terug naar de dagboeken

Stront

Toegevoegd op : 2 december 2013 in het dagboek van Pleegvader Maarten

‘Kun je even komen helpen?,’ vraagt mijn vader door de telefoon. ‘Er ligt hier ruim twintig kuub stront.’

Vader heeft een volkstuin. Een boer heeft de volkstuinvereniging een container koeienmest geschonken, en die is zojuist op het terrein gekieperd. Ideaal voor groententeelt, en omdat hier sprake is van het principe 'wie het eerst komt die het eerst maalt’ snap ik dat wat extra hulp met schep en kruiwagen welkom is. Ik zeg dat ik eraan kom.

Eerst stuur ik snel een sms’je naar mijn pleegzoon Jeremy. Die zit op school, en zal anders zo dadelijk voor niets naar huis fietsen. De volkstuin van mijn vader ligt echter precies op de route van school naar de muziekschool waar Jeremy straks les heeft, dus kan hij net zo goed direct naar die volkstuin komen. En zich dan van daaruit door mij per auto naar zijn drumles laten transporteren. Eerst naar huis fietsen is zinloos. Het is enorm om, en er is toch niemand thuis.
Ik vind dat ik dit prima geregeld heb voor Jeremy, laad hond, schep en kruiwagen in en vertrek.

Op het volkstuinencomplex is het rustig. Binnen een half uurtje echter neemt het aantal mestliefhebbers snel toe: dankzij de zegeningen van de mobiele telefoon worden in korte tijd veel tuinbezitters op de hoogte gesteld van de twintig kuub gratis stront.
Tussen het kruien door probeer ik Jeremy, wiens school inmiddels uit is, een paar keer te bellen. Er wordt niet opgenomen. Zijn telefoon staat uit. Alweer.

Hopeloos is het met die pubers. Ze hebben altijd een mobiel bij, maar Het Stomme Ding staat verd####!! altijd uit. Om moedeloos van te worden.
Nou, eigen schuld dan. Fietst Jeremy maar lekker helemaal voor niks naar huis. Maar, dat zul je altijd zien, zo dadelijk belt hij op en wordt hij pissig dat ik hem niet…
'Trrrring!!’ doet mijn telefoon.
Daar hebben we hem: De-Puberboy-Met-Schijtdure-Smartphone-Die-Desalniettemin-Nooit-Bereikbaar-Is.
Ik hoor geluiden van tegenwind en hijgend gefiets. En dan klinkt een geïrriteerde stem: ‘ja jéétje zeg. Nu ben ik dus al bijna thuis hè!’ Jeremy perst er voor het effect nog wat depressief Hans Dorrestijnerig gezucht uit.
‘Ik kan je helaas niet ophalen,’ zeg ik. ‘Ik ben stront aan het kruien. Kom maar naar de volkstuin.’
‘Zak die stront dan maar in,’ moppert Jeremy en verbreekt de verbinding.

Na uren mokken gaat hij er 's avonds thuis eens goed voor zitten om mij uit te leggen wat voor onwaarschijnlijke kluns ik wel niet ben.
‘Ten eerste stuur je mij een sms onder de les. Mijn telefoon had wel in beslag genomen kunnen worden man! En daarna bel je me terwijl ik al op de fiets ben en je weet dat ik dan niet kan bellen of berichten kan lezen. Maar ja, daar denkt meneer weer niet aan hè!’
Het wordt nu echt tijd om Zijne Koninklijke Wanstaltige Zelfbeklag verbaal een kopje kleiner te maken.
'Meneer’, zal het jou uitleggen. Blijven zitten! Jij hoort in de les je telefoon uit te hebben staan. Officieel hoort hij trouwens in je kluis te liggen tot half drie. Verder heb ik jou het bericht 'bel me’ gestuurd, dat je dan vóór vertrek naar huis meteen zou lezen. En je hébt het ook gelezen. Maar blijkbaar was dat Avi-één-bericht van mij te moeilijk, want je hebt me niet gebeld, maar een bericht gestuurd met 'ik ben onderweg’. Toen je onderweg was, heb ik je nog twéé keer gebeld, én nog ge-sms’t dat je naar de volkstuin moest fietsen. En je doet wel alsof je dat niet gelezen hebt, maar dat heb je wél, want je belt mopperend op dat je al bijna thuis bent! Dus dat jij zogenaamd niet kunt bellen tijdens het fietsen is ook al gelogen. En als jij je telefoon niet hoorde overgaan dan zou dat zomaar kunnen komen doordat hij Zoals Gebruikelijk Weer Niet Aan Stond. Of in vliegtuigstand, vergaderstand of weet-ik-veel welke fucking toestand. Samengevat komt het er op neer dat ik mijn uiterste best doe je te bereiken, dat jij de feiten verdraait en mij overal de schuld van geeft. Nou, ik vind het stom.’

Zo, de stront is eruit. De puber is op zijn plek gezet. In gepeins verzonken aait Jeremy over de kop van zijn hond Scotty die inmiddels ter verlening van geestelijke bijstand naast hem is gaan staan. De idioot grote flaporen van Scotty hangen in de rouwstand. ‘besef je wel dat dit Mijn Baas is’ spreken zijn bedroefde bruine knikkerogen.

‘Sorry, het was stom van mij,’ fluistert Jeremy even later. ‘Het was gewoon een dag vol stront’.


Terug naar de dagboeken