Terug naar de dagboeken

Sinterklaas is teruggekomen

Toegevoegd op : 22 november 2010 in het dagboek van Pleegvader Maarten

Eén avond in de week repeteer ik hier thuis met mijn tweemansbandje, dat bestaat uit drummer Ferdi en ikzelf op de piano. Altijd weer een heerlijk avondje, waarvoor we beiden alles opzij zetten. Zo ook vanavond. Inmiddels is het half een 's nachts, en Ferdi gaat op huis aan. Ik loop nog even met hem mee naar buiten om Wolf uit te laten. Zie! De maan schijnt door de bomen. Ondanks dat struikel ik bij de poort over iets dat bij nader onderzoek een skateschoen maatje 38 blijkt te zijn. Met een opgerold papier erin. Ach gut toch.

Het is november, de Sint is in het land en Jeremy is bijna twaalf. Vorig jaar rond deze tijd kwam hij op een dag uit school met de langverwachte mededeling: 'Maarten, de grotere jongens op school zeggen dat Sinterklaas…’ Ik vertelde Jeremy het hele verhaal. Van Sint’s arbeidzame jaren als bisschop tot zijn rustplaats in Bari. En van hulpsinterklazen tot 'het spel dat volwassenen en grote kinderen spelen voor de kleintjes’. De rest van 2009 verkeerde Jeremy in de twighlightzone tussen gelovige en ingewijde. Hij was een groot bewonderaar van Coole Piet, maakte tekeningen voor Sinterklaas en deed verschrikt zijn hand voor zijn mond als hem eens een lelijk woord ontglipte, daarbij bezorgd naar de schoorsteen kijkend. Maar Jeremy liep ook dagenlang zwart geschminkt en gekleed in pietenpak rond, en fluisterde samenzweerderig dat hij maar al te goed begreep waarom 'Sint’ precies die lievelingscadeau 's had geschonken.

Ik vind die tussenfase bij een kind iets moois. Echt zo tussen tafellaken en servet. Je gelooft eigenlijk niet meer, maar voor de zekerheid toch maar wél. Stel je voor dat Sint en Piet je horen roepen dat je niet meer in hen gelooft… , dat kan toch nare gevolgen hebben, cadeautechnisch gesproken.

Pleegvader was er goedheilig (haha, woordspeling) van overtuigd dat Jeremy de tussenfase voorbij was. En de wereld van surprises, Bram van der Vlugt en 'Sint zat laatst te denken…’ was binnengegaan. Niets blijkt minder waar. Want ik lig hier languit bij de poort in het zand met een gigantische verlanglijst en een tekening 'van Jeremy voor Sinteklaas’ in mijn handen. Inclusief spelfout, dat heeft u goed gezien.
Als ik even later de skateschoen voorzie van een zakje chocolademunten, laat ik mijn gedachten nog eens gaan over mijn gelovige, bijna twaalfjarige, pleegzoon. Veel ouders schijnen hun kinderen op een bepaalde leeftijd (ik hoor vaak 'acht’ ) sowieso te vertellen hoe het zit met de Goedheiligman. Filmproducent Dick Maas (die van de horror-Sint) betoogde onlangs in De Wereld Draait Door zelfs dat hij totaal niet wakker ligt van de kritiek op zijn enge filmposters, “omdat al die kinderen toch maar jarenlang voorgelogen en bedrogen worden”.

Daarmee geloof ik in een klap niet meer in Dick Maas. Niet vanwege die poster. Mij lijkt dat je een geschrokken kleuter best kunt uitleggen dat die enge tekening gemaakt is door een of andere idioot, en natuurlijk niets te maken heeft met Sinterklaas himself.
Wel door de onlogische onzin die Dick uitkraamt. Hij beschuldigt de critici ervan hun kinderen op een wereldvreemde manier af te willen schermen van de echte wereld (zit die vol met zombies dan?), en roept ouders op zelf hun verantwoordelijkheid te nemen. Anderzijds dwingt hij ouders die inderdaad hun verantwoordelijkheid willen nemen om zich af te schermen van de echte wereld, en met hun kinderen een maand in een verduisterde bijkeuken te gaan zitten. Want die posters hangen overal. En trouwens, het is niet aan Dick Maas om uit te maken wanneer kinderen van hun geloof gaan vallen.

Jeremy overigens vindt de horrorposter geweldig stoer. “Keivet! Maar ook wel een beetje zielig voor Sinterklaas. Ik zal een extra mooie tekening voor hem maken.”

Maarten


Terug naar de dagboeken