Terug naar de dagboeken

Prins Dreadlokje en de zeven hemden

Toegevoegd op : 11 oktober 2010 in het dagboek van Pleegvader Maarten

Er was eens een prinsje van elf. Het prinsje had dreadlocks in zijn haar, en daarom noemde iedereen hem Prins Dreadlokje. Dat getuigt niet van fantasie, maar daarentegen wel van realisme. En dat is ook wat waard in deze tijden van bankcrises en gedoogsteunkabinetten.

Prins Dreadlokje leidde een ander leven dan andere prinsjes van elf. Zo had hij geen wit paard maar een zwarte BMX (gaat zeker zo hard en je hebt er geen wei voor nodig). Hij woonde ook niet in een paleis maar in een houten huisje aan de rand van het veld (hypothecair veel aantrekkelijker). En, lieve kinderen, nu denken jullie zeker dat hij dan ook niet rondliep in een satijnen mantel met een kroontje op zijn hoofd. En daarin hebben jullie helemaal gelijk! Prins Dreadlokje droeg onder andere een onderbroek, een spijkerbroek, een T-shirt en een trui. Maar dat was nog niet alles! Luister maar goed.

Prins Dreadlokje had namelijk zeven hemden. Die droeg hij onder zijn shirt (dat wil zeggen: één tegelijk). Net zoals zo veel prinsjes van elf. Op een dag had Prins Dreadlokje gymles. En na die gymles had hij zweet. Veel zweet. Hij glom ervan en hij had het zo warm dat hij zijn hemd uit deed en onder in zijn tas frommelde. Daar lag het arme ding. Het leek wel een poetsdoek. Niemand keek er meer naar om. Prins Dreadlokje niet, en zijn opvoeder, de Pleegkoning, evenmin.

Zo verstreken de weken. Iedere week had Prins Dreadlokje gymles, iedere week had hij zweet. En iedere week frommelde hij zijn hemd onder in zijn tas. Zijn klerenkast werd steeds leger. Zijn tas, jullie raden het al, werd steeds voller. En ranziger. Vooral omdat er naast de muffe hemden ook nog een overrijpe kiwi, een plakkerige colalollie en drie bijna (en dus net niet) lege sappakjes in zaten. Vies hè!

Enfin, op een kwade dag had Prins Dreadlokje geen hemden meer. Althans, niet in zijn klerenkast. Hij had op de Pleegkoning gemopperd, en gezegd dat deze vaker de was moest doen. Toen was de Pleegkoning boos geworden, want die had reeds in alle hoeken, gaten en wasmanden gekeken maar niets gevonden. Prins Dreadlokje had nog olie op het vuur gegooid met de opmerking “dan moet jij nieuwe hemden kopen hoor want jij hebt ze voor het laatst gehad.” Daarop was de Pleegkoning uit zijn slof geschoten. “Wat moet ik met jouw hemden. Die zijn me tien maten te klein. En poetsdoeken heb ik al genoeg verdorie! Vervelend ventje!” Nou, jullie begrijpen dat Prins Dreadlokje 'over de rooie’ raakte, zoals gewone mensen dat zeggen. Woedend staarde hij naar buiten waar herfstnevels en herfstwinden rondwaarden. Echt hemdenweer was het.

Opeens begon Prins Dreadlokje te blozen. Steeds roder en roder werd hij, totdat hij zo rood was dat hij beter Prins Snoeptomaatje had kunnen heten. Ja, daar lachen jullie om, maar het was wél zo! Luister maar goed hoe het afliep, lieve kinderen. Prins Dreadlokje pakte zijn schooltas en begon deze leeg te laden. Even later lag alles op de vloer: de inmiddels overleden kiwi, de inmiddels versteende colalollie, en de drie bijna (en dus net niet) lege sappakjes met rare groene plantjes erop. Én de zeven verfrommelde, ranzige en walmende hemden. Even bleef het stil en keek Prins Dreadlokje met een schaapachtig gezicht naar de Pleegkoning. Deze keek met trillend lipje terug en toen begonnen ze beiden keihard te schaterlachen. Ze moesten werkelijk hun buikjes vasthouden, dat begrijpen jullie. “Sorry”, hikte Prins Dreadlokje toen ze uitgegierd waren. De Pleegkoning stopte de zeven hemden met tas en al in de wasmachine en een paar dagen later lagen ze prinsheerlijk op een stapeltje in de klerenkast. En Prins Dreadlokje zweette nog lang en gelukkig.

Maarten


Terug naar de dagboeken