Terug naar de dagboeken

Nepmarokkaan

Toegevoegd op : 17 mei 2010 in het dagboek van Pleegvader Maarten

Weet u, het opvoeden van kinderen gaat zoveel beter met humor. Zeker het opvoeden van pleegkinderen. Humor relativeert.

Pleegouders en pleegkinderen lijken op het eerste gezicht vaak verdacht veel op normale ouders en kinderen, echt waar. Als u mij met mijn pleegzoon over straat zou zien lopen, zou u vermoedelijk denken: “Ach, daar loopt weer zo’n doodnormale vader met zijn doodnormale biologisch-eigen zoontje.”
Het zou eventueel nog kunnen dat u denkt: “ Gôh, wat een leuke helemaal-niet-doorsnee vader loopt daar met zijn stoere hippe zoontje. Echt een heerlijk stel.” In dat geval heeft u gewoon wat beter gekeken, en u heeft bovendien gelijk.
(En als u meteen denkt: “Waar gaat die vent toch met dat arme kind naar toe” zegt dat meer over u dan over ons, en heeft u wellicht geestelijke hulp nodig.)

Alle kinderen hebben trouwens voortdurend 'geestelijke hulp’ nodig, ofwel: opvoeding. Maar daar waar pleegkinderen vaak normale kinderen líjken, zíjn ze het natuurlijk niet. Want ze zijn beschadigd. En voor hen is een 'normale’ opvoeding dan ook niet voldoende.
'Wij zoeken nog een hart met wat ruimte’ luidt de slogan van Pleegzorg Nederland. Ruimte in je hart is inderdaad reuze handig als je pleegouder bent. Want het lijkt wel of allerlei op zich normale verschijnselen van het opgroeien, zoals verdriet, frustratie en gebrek aan doorzettingsvermogen, zich bij pleegkinderen in veel heftigere vormen voordoen. Dat heeft ruimte nodig, bijvoorbeeld in de vorm van een groot geduldig hart. Maar die emoties moeten ook gerelativeerd worden. En daarbij is humor dan weer erg bruikbaar.

Burka

Onlangs wilde Jeremy zijn lievelingshanddoek pakken. Hij probeerde hem hoog boven zijn hoofd uit de stapel te trekken en trok onbedoeld de hele stapel om. Pleegzoon kreeg een gevarieerde collectie van veertig handdoeken en badlakens over zich heen. “Ik wist niet dat je zoveel van handdoeken hield” zei ik. “Help me nou” piepte Jeremy een beetje wanhopig. Een paarse handdoek hing als een burka over hem heen. “Helpen? Moet je nóg meer handdoeken hebben dan? Je hebt er nu al veertig. By the way, Marokkaanse jongens dragen geen burka.”
“Je vindt jezelf zeker weer erg leuk hè Maarten.”
“Ja. Enorm.”

Bruiner als jou

Jeremy heeft een Marokkaanse vader. Met hem is geen omgangsregeling en Jeremy houdt dat ook af. Maar hij is wél bezig met zijn afkomst en stelt regelmatig vragen over zijn voorouders, Marokko en de Islam.'Waar kom ik vandaan?’ is een heel wezenlijke vraag voor een pleegkind. En er luchtig over kunnen praten helpt. 's Zomers schept Jeremy graag op over de koffiebruine huid die hij dan in een mum van tijd krijgt. “ Ik ben lekker bruiner als jou haha.”
“Het is 'bruiner dan jij’.”
“Ook goed. Boeie.”
“En het is niet eerlijk want jij hebt Marokkaans bloed.”
“Boeie.”
Vandaag zijn we naar het circus geweest alwaar een foto van ons gemaakt is. Jeremy zit met aandoenlijke blik met een schattig konijntje op schoot. Achter ons staan een wat enge clown en een mislukte Mickey Mouse. Wat verder opvalt is dat mijn gezicht veel bruiner oogt dan dat van Jeremy.
“Kijk nou toch eens” wijs ik. Jij bent veel bleker dan ik. Je bent gewoon een Nepmarokkaan.” Met een grijns en een snoekduik springt Jeremy op mijn rug. “ Jij bent zelf helemaal… helemaal… nèp nèp nèp… Nèphollander!” kwaakt hij met zijn kikkerstemmetje. Er volgt een kietel- en stoeipartij die eindigt als de Nepmarokkaan de slappe lach heeft.
“Maar ik heb wel écht Marokkaans bloed hè?”
“Zeker weten!”


Terug naar de dagboeken