Terug naar de dagboeken

Kwijt

Toegevoegd op : 27 september 2010 in het dagboek van Pleegvader Maarten

"Mmm... lekker Maarten, komkommertjes!" "Dank je, maar eerlijk gezegd is het een noodgreep. Ik heb me een kwartier suf gezocht naar een blik sperziebonen. Vanmiddag heb ik het nog ergens zien staan, maar nu opeens niet meer. Het is nogal kwijt zeg maar."

“... Wat krijg ik als ik het vind?”
“Een kusje op je voorhoofd.”
“Een kúsje? Waarom nou toch een kusje? Waarom niet een snoepzak of een lampion of een fotocamera. Of gewoon een frutseldingetje.”
“Een frútseldingetje?”
“Ja, een dingetje om lekker mee te frutselen tot ik achttien ben.”
“Omdat een kusje betekent dat jij hier altijd mag blijven wonen. Nou ja, altijd… Als je tweeënveertig bent, en getrouwd met een bloemetjesjurk die de hele dag met d’r enorme kont in mijn bank RTL 4 zit te kijken, en jullie zes hyperactieve snottebelkinderen mauwen de hele dag om snoepzakken en frutseldingetjes, dan zou het kunnen dat ik jullie vraag om…” “...onderhand maar eens op te zouten haha.”

“Ja, zoiets. Hoe dan ook. Er is een groot blik sperziebonen kwijt, en ik snap niet hoe ik dat nou weer voor elkaar heb gekregen. Zoiets verdwijnt toch niet tussen een stapel kranten. En het blijft ook niet per ongeluk in je andere broek zitten. “
“Had je misschien je brilletje op moeten zetten bij het zoeken.”
“Jeremy, een blik sperziebonen kan ik nog wel zonder bril zien hoor.”
“Blijkbaar dus toch niet.”

Nee, blijkbaar dus toch niet. Want ik ben een natuurtalent. Ik laat alles slingeren en maak alles kwijt. Voordat Jeremy hier zijn intrek nam voerde ik een aantal jaren een éénpersoons huishouding. Talloze keren brak ik mijn nek over kapotte decoupeerzagen, ontstemde basgitaren en vooral heel veel steeds verder scheurende dozen met het opschrift 'nog uitzoeken’. Talloze keren zocht ik me inwendig vloekend rot naar spullen die ik nú nodig had. Maar ja, als je alleen tegen jezelf kunt zeuren ontstaat al snel een fatalistisch soort berusting .

En dit alles heeft meer met pleegzorg te maken dan u denkt, want ook Jeremy bleek een natuurtalent. Sinds hij hier woont maken en raken we voortaan met z’n tweeën alles kwijt, en laten we samen alles slingeren. En ik betrap mezelf erop dat ik me aan zijn zooi aanmerkelijk méér erger dan aan die van mezelf. Terwijl hij nergens last van heeft: als hij niet vindt wat hij zoekt, vindt hij met een blije kreet wel een ander verloren gewaand 'frutseldingetje’ terug. Zijn rondslingerende spullen ziet hij als geschikte hindernissen voor een fraaie koprol of breakdance. Ik daarentegen beschouw het als een morele pedagogische plicht mezelf en hem te leren alle spullen op te bergen. Je wenst jezelf en je pleegkind tenslotte zo graag 'Een Zorgeloos Opgeruimd Leven’ toe. Eerlijk gezegd een beetje tegen beter weten in. Aldus legde ik ons bij aanvang van Jeremy’s pleegzorgavontuur (nieuwe kans!) het volgende gebod op: “Men geve alle spullen een vaste plek.” En ik creëerde overal laatjes, kastjes en plankjes met opschriften. Ik had net zo goed overal 'nog uitzoeken’ op kunnen zetten.

“Maarten, jij zegt toch altijd dat ik alles een vaste plek moet geven.”
“Ja. “
“Waarom doe je het dan zelf niet.”
“Om jou te laten zien hoe irritant het is als iemand alles laat slingeren of kwijt maakt.”
“Ja dûh. Zo klets jij je er altijd weer uit. Daar onder de bank, baiduwée, ligt je telefoon waarover je gisteren zo mopperde. Tegen mij dus hè.”
“Sorry. Dank je jongen. Maar waarom begon je net over die vaste plek?
“Omdat ik al mijn eigen DVD’s boven op mijn kamer in een rekje wil zetten. Maar ik weet niet meer precies welke van mij zijn. “
“Nou, deze hier bijvoorbeeld, 'The Muppet Christmas Carol’. Die moet je trouwens nu nog niet kijken. Het is veel leuker om dat met Kerst te doen, want in die tijd speelt het verhaal, en…”
“...Ja hoor. En dan moet ik met 'Oorlogswinter’ zeker wachten tot het oorlog is. Kijk Maarten, er staat een blik sperziebonen op de TV. “

Maarten


Terug naar de dagboeken