Terug naar de dagboeken

Klap

Toegevoegd op : 5 juni 2012 in het dagboek van Pleegvader Maarten

Het is de zaterdag voor Pinksteren, en we maken ons op voor een lekker lang weekend vol activiteiten. Goede vrienden, die we al een hele tijd niet meer echt gesproken hebben, komen een avondje bijpraten en een nachtje logeren. Pleegzoon Jeremy (13) krijgt een vriendje als logé, dat ook mee zal gaan naar een jazzfestival in de stad. Tweede Pinksterdag tenslotte zullen we een hele dag naar de ‘bangers’ gaan. Deze Engelse term, het woord ‘beng’ zegt het al, duidt een vorm van autocross aan waarbij de coureurs elkaars voertuig volledig uit proberen te schakelen door de hele zaak aan gort te rijden. Het is erg spectaculair en er worden enorme klappen uitgedeeld. (Droge commentaar van de speaker: “ zo, Mike the Butcher maakt Crazy Harry even een meter korter. Lijkt wel een Smart zo.”) Door de strenge veiligheidseisen aan bangercoureurs en auto’s is er nooit lichamelijk letsel van betekenis. Het is een echt familie-evenement inclusief kleine kermis, talloze eet- en drinkkraampjes, en peuters met pampers en racepetjes.

Maar voordat we aan dit lange zonovergoten Pinksterweekend kunnen beginnen, moet er op zaterdagmiddag nog even gewerkt worden. Pleegvader gaat nog even zijn kerkkoor dirigeren in een Pinksterdienst. Vlak voor vertrek leegt pleegvader nog even de brievenbus, en treft daarin onder andere een brief van de gemeente. En op dat moment zakt de wereld inclusief pleeggezin onder zijn voeten vandaan. De gemeente schrijft dat uit een controle is gebleken dat ik mijn perceel onrechtmatig bewoon, en dat ik binnen acht weken een ander hoofdverblijf dien te hebben. Het wordt enigszins zwart voor mijn ogen. Daar gaat de toekomst met Jeremy op ons prachtige plekje in de natuur.

Dit vergt enige uitleg. Ik bezit een perceel plus houten huis op een recreatieterrein. Over het permanent bewonen van recreatiepercelen is een jaar of vijf geleden in ons land een hoop te doen geweest. Kern van het verhaal: gemeentes kiezen zelf voor legaliseren óf handhaven, gedogen doen we niets meer. Onze gemeente heeft gekozen voor handhaving. Wel is er de mogelijkheid een ‘persoonsgebonden gedoogbeschikking’ aan te vragen, waarmee je onder voorwaarden vrijelijk kunt wonen in je ‘recreatiewoning’, inclusief kinderen. Ik heb zo’n vergunning. En ik vraag me dan ook af waar deze brief in ’s hemelsnaam op slaat. Nachtenlang pieker ik over wat hier nu mis kan zijn. Ik heb de vergunning, ik sta al sinds jaren vóór de afgifte daarvan ingeschreven, en ook pleegzoon Jeremy zit uiteraard bij de gemeente in de administratie. Maar ik kan geen actie ondernemen, want het is weekend. Dit schijnen overheden vaker te doen: slechtnieuwsbrieven op vrijdag versturen, zodat opgefokte burgers niet in hun eerste emotie en met honkbalknuppels of alarmpistolen aan de balie verhaal komen halen. Ik moet dus wachten tot na Pinksteren, en dat vreet behoorlijk aan me, en werpt een schaduw over al het leuks dat we gepland hebben.

Jeremy weet uiteraard van niets, maar is een erg gevoelig kind. Hij merkt wel iets aan me, maar heeft geen idee van wat en hoe. En ik kan het hem ook niet vertellen. Daar kun je een kind niet mee belasten. Wat een verlammende rotsituatie. Het maakt me intens verdrietig als ik bedenk dat hij deze plek zou verliezen. De plek waar hij ruim vier jaar geleden kwam wonen, na al zoveel verlies geleden te hebben in zijn leven. De plek waar hij zijn hart aan verpand heeft, de plek waar zijn geliefde hond Wolf stierf, en ga zo maar door. We hebben een zwaar jaar achter de rug, met het komen en weer vertrekken van een tweede pleegzoon, het jong sterven van eerdergenoemde hond, en heftige woedeuitbarstingen van Jeremy die dit allemaal moest verwerken. Nu gaat het goed, en willen we vooral RUST. En als je dan ergens géén onnodige onrust kunt gebruiken is het wel op je veilige thuisplek.

Enfin, ik zal dit nu al te lange verhaal afronden. Ik maak een afspraak met ene mevrouw Dubbele-Naam, stuur een verweer per mail en krijg op woensdagochtend na Pinksteren een reactie waarin zij zich uitput in excuses, en mededeelt dat de fout geheel aan haar zijde ligt en ze zich kan voorstellen ‘verwarring gezaaid te hebben’. Nou, mevrouw Dubbele-Naam, ‘verwarring’ is niet helemaal het woord. ‘Hartverzakking’ klinkt al beter. Dat pleegzoon Jeremy pas ná afgifte van de gedoogbeschikking bij de gemeente werd ingeschreven, dat had u goed gezien. Maar dat u vervolgens niet zag dat hij een minderjarig kind is en geen vergunningsloze nieuwe bewoner, dat heeft ons een klap gegeven die een lang Pinksterweekend doordreunde. Met dank voor het vriendelijke gesprekje dat ik zo-even met u had.

Ik hoop maar dat in het vervolg de harde klappen met Pinksteren alleen nog bij de bangers vallen.
Zucht.

Maarten


Terug naar de dagboeken