Terug naar de dagboeken

Herfst

Toegevoegd op : 6 september 2010 in het dagboek van Pleegvader Maarten

Er hangt iets onheilspellends in de lucht. In de avondschemering maken we een wandeling over het zandpad. Een paar meter voor ons uit trippelt Wolf. Zijn nagels maken zacht krassende geluiden op de steenslag. Om mijn nek hangt Jeremy, als een aapje, met zijn hoofd rustend op mijn schouder. Het is guur en ik voel zijn ademhaling wat rillerig op en neer gaan. De eiken langs het pad ruisen. We zwijgen.

Dit laatste vakantieweekend was er hier een jongenskamp, en het was heerlijk warm zomerweer. Twee van Jeremy’s beste vriendjes waren er ook. Ze jakkerden joelend van de kabelbaan af, schoten met zelfgemaakte pijlen en bogen en stookten urenlang kampvuurtjes. Ze scheurden rond op crossfietsen, gingen af en toe flink onderuit en legden stoere en onnodige drukverbanden aan. Ze speelden bosspelen in het bramenbos en toonden met nonchalante trots hun enkels vol bloederige schrammen. Ze liepen op blote voeten en hesen hun broek maar weer eens op. Ver na zonsondergang aten ze frikandellen die verzopen in de curry, en veegden hun handen af aan hun shirts. In diezelfde shirts en met bezwete koppen werden ze uiteindelijk in Jeremy’s bed aangetroffen, vredig slapend met z’n drieën naast elkaar.

Er hangt iets onheilspellends in de lucht. Het is zondagavond, het is opeens nog slechts 12 graden en er komt regen. De vriendjes zijn naar huis en het vuur is uit. Zodadelijk wacht voor Jeremy de douche, daarna het schone bed en morgen… de school. Het contrast kon niet groter zijn.

In mijn hoofd speelt zich een diavoorstelling af. Jeremy met beige uniformbloes en grote rugzak, onzeker glimlachend naar de camera. Daags voor zijn eerste scoutingkamp waar hij zo tegenop zag dat het wel een fantastische overwinning mòest worden. Jeremy samen met een kleine jongen bij het kampvuur, pleegbroederlijke adviezen gevend. Jeremy op de zonovergoten speelwei van de Franse camping, bewonderende blikken oogstend met zijn diabolo. Jeremy met vriendjes, hinnikend van de slappe lach op vlotten ronddobberend. Jeremy glimmend van trots poserend met alpinopet en sportfiets, zojuist gekocht op een enorme rommelmarkt in Vittel. Jeremy met glinsterende ogen onder een zwarte valhelm, aan de start op de kartbaan in de Ardennen. Zijn hoekige vuile jongenshanden strak aan het zwarte stuur. De beelden herinneren aan het plezier en de zorgeloosheid van de zomervakantie. De vakantie die, zo zegt het cliché, nooit leek te eindigen. Leek.

Er hangt iets onheilspellends in de lucht. Een geur die er vanmiddag nog niet hing. De geur van de herfst. Met éen korte avondwandeling is de zomer opeens voorbij.

Even later trippelt Wolf voor me uit de trap op. Zijn nagels tikken op de treden. Om mijn nek hangt een schone en dampende Jeremy, als een aapje. Eenmaal in bed valt hij vrijwel direct in slaap. Verstild kijk ik naar zijn glimmende beige huid, lange donkere wimpers en vochtige dreads. Volgende zomer zal hij alweer twaalf jaar zijn. Op zijn kin zit éen heel klein jeugdpuistje.

Maarten


Terug naar de dagboeken