Terug naar de dagboeken

Heavy metal en cavia's in shock

Toegevoegd op : 10 mei 2010 in het dagboek van Pleegvader Maarten

"Say your prayers, little one!!..." Beukende drums, scheurende gitaren en een brullende stem dreunen door ons houten huisje. Jeremy heeft zojuist Metallica ontdekt. Op deze frisse dag in de meivakantie is hij zijn kamer op aan het ruimen, en You Tube zorgt voor de begeleidende muziek.

Bij toeval heeft hij de song 'Enter Sandman’ gevonden. “Dit vind jij denk ik wel goed hè Maarten.” “Zeker!” zeg ik. “En jij?” Jeremy’s ogen twinkelen van opwinding. “Supervet!” zegt hij.
Ik geef hem een stapeltje CD’s uit het zwaar metalen genre. “Hier. Mag je lenen.”
Ik hervat mijn typewerk, hetgeen nog niet meevalt naar mate Jeremy zijn stereo enthousiast steeds harder zet en ook nog zelf mee gaat drummen. Maar ja, dat hoort bij dit soort muziek: die moet je in je buik voelen. Het is zo mooi als een kind muziek aan het ontdekken is, en ik laat Jeremy lekker begaan. Inmiddels heeft hij Motörhead opgezet en loopt even naar beneden.

Enige tijd later meen ik opeens iets te horen dat niet in deze muziek thuis hoort. Een soort hoog gegil. Enigszins verontrust loop ik naar beneden en naar buiten. Het eerste wat ik zie is een jongetje op een bankje, totaal overstuur, schreeuwend en huilend. Maar hij zit rechtop, heeft al zijn ledematen nog en er sijpelt nergens bloed.
Net als ik opgelucht adem wil halen valt mijn oog op het drama dat zich hier voltrokken heeft. Aan Jeremy’s voeten ligt de caviakooi geopend en ondersteboven op de grond. Ik schrik me rot. Het is een enorme, loodzware kooi. Massief hout, ruim anderhalve meter breed. En er lag ook nog een eveneens loodzware stoeptegel in, bedoeld om de nageltjes van de bewoners, cavia’s Misha en Wolfje, kort te houden. De kooi stond minstens een halve meter van de grond op een bankje. Op dat bankje zit nu dus Jeremy. Misha en Wolfje zijn nergens te bekennen. Van boven dreunt en beukt Motörhead loeihard door. “Misha ligt onder de kooi!” krijst Jeremy. De tranen stromen over zijn vuile gezicht. Graag zou ik eerst die rotherrie willen afzetten maar de stereo staat boven. Dat duurt nu te lang. Met kloppend hart kijk ik onder de kooi en zie daar het witzwarte lijfje van Misha. Twee kraaloogjes kijken me in doodsangst aan. Misha ademt nog. Met één hand til ik de kooi een paar centimeter omhoog, en met mijn andere hand trek ik het arme dier onder de kooi vandaan en geef het aan Jeremy. “Goed vasthouden!” schreeuw ik boven de muziek uit. “ Laat hem niet los!” “Kill! Kill!” schreeuwt Motörhead. “Heb je Wolfje zien wegrennen?” roep ik. Jeremy schudt wild met zijn hoofd. Zijn schouders schokken van verdriet. Voorzichtig kijk ik in de gecrashte kooi maar zie alleen een grote berg houtkrullen, caviakeutels en de stoeptegel. Ik tast met mijn hand, en graaf door de troep heen. Opeens voel ik iets warms en zachts en een paar seconden later trek ik Wolfje tevoorschijn. Helemaal stoffig en met oogjes vol troep, maar zonder zichtbaar letsel. Het dier piept angstig en ademt heel snel. Ik geef Wolfje aan Jeremy en ren naar binnen en naar boven om Motörhead eindelijk het zwijgen op te leggen. “I ain’t no nice guy after all” brult zanger Lemmy op de valreep. 'Stop’ toetst mijn vinger.

Het is stil en ik haal diep adem. Jeremy en ik onderzoeken de cavia’s. Geen gebroken pootjes of ruggetjes zo te zien. Mooi korte nageltjes ook trouwens. We zetten de kooi overeind, en de dieren er in. Ik pak Jeremy in mijn armen, troost hem en samen zitten we nog een tijdje na te trillen op de rand van de trampoline. Misha en Wolfje zijn in shock, maar beginnen na een uurtje toch weer voorzichtig wat rond te scharrelen en te knabbelen. Hopelijk is er geen inwendig letsel.
Morgenvroeg gaan we een nieuw onderstel voor de kooi timmeren.


Terug naar de dagboeken