Terug naar de dagboeken

'Hè'

Toegevoegd op : 22 mei 2013 in het dagboek van Pleegvader Maarten

Het is al weer een jaar of zes geleden dat ik de verplichte Stap-training volgde, ter voorbereiding op het pleegouderschap. Ik deed die training samen met een stuk of vijf echtparen. Het waren allemaal lieve, integere mensen met de beste bedoelingen. Maar toen ons gevraagd werd onze keuze voor pleegzorg te motiveren, stoorde het me wel dat veel antwoorden een, zeg maar, 'liefdadig karakter' hadden.

Dat zegt meer over mij dan over de anderen, want ze bedoelden het goed. Maar liefdadigheid heeft voor mij iets neerbuigends. “Ik, de goede herder zelve, daal af van mijnen berg om ginder in het dal een arm schaap te redden”. Zoiets. Als je een pleegkind in huis neemt omdat dat zo’n heerlijk nobel gevoel geeft, is dat voor mij niet helemaal oké. Het is prima dat pleegzorg jezelf iets brengt. Maar doe dan ook niet alsof je het alleen voor de ander doet, en stel je niet superieur op.
En omdat ik nooit te beroerd ben af en toe een knuppeltje in een hoenderhok te gooien, zei ik toen op die training: “Ik doe aan pleegzorg voor mezelf. Omdat ik denk dat het mijn leven verrijkt, me uitdaagt en een spiegel voorhoudt wat betreft mijn pedagogische opvattingen. Vanuit die krachten die in mij aangeboord worden kan ik iets voor een kind betekenen”.
Daar waren de anderen nog niet opgekomen, zeiden ze met enig ontzag. Waardoor ik geheel onbedoeld een beetje een herder werd die de schapen wat kwam bijbrengen, wat op een wat vreemde manier ook wel lekker voelde. Maar goed. Wat ik toen zei, vind ik nog steeds, en mijn verwachtingen zijn bewaarheid geworden.

Toen mijn pleegzoon Jeremy (14 ½) net bij me woonde, begon me al snel iets op te vallen. Heel vaak als ik hem iets vroeg gaf hij een antwoord dat eindigde met het woord 'hoor’. “Ik heb de cavia’s al gevoerd hoor”. “Dat heb je al een keer gezegd hoor.” Op die manier gebruikt, krijgt het woordje 'hoor’ een vervelende betekenis. Iets verwijtends. Iets in de trant van 'ik ben echt niet zo stom als jij nu suggereert’. Dus leerde ik Jeremy dat de manier waarop je praat ertoe doet. Invloed heeft op hoe je overkomt op anderen. “ Kijk”, zei ik: “als ik tegen jou zeg 'denk je aan je gymspullen’, en jij zegt dat je die gisteravond al ingepakt hebt dan is dat een prima antwoord. Maar zeg je 'die heb ik gisteravond al ingepakt hoor’, dan klinkt dat een stuk onvriendelijker.” Jeremy begreep het. We maakten er een spelletje van (voor elke dag dat hij 'hoor’ niet gebruikte kreeg hij tien punten. Wil je een jongetje iets leren dan maak je er gewoon een wedstrijdje van hè). Jeremy haalde al na een paar weken een topscore.
Het maakte hem zelfs zó bewust van taalgebruik dat hij op het mijne begon te letten. En op een dag zette Jeremy me geheel onverwacht werkelijk een joekel van een spiegel voor. “Maarten, het valt me op dat jij heel vaak 'hè’ zegt.” Ik ging erop letten en verdomd: Jeremy had gelijk. Sterker nog: ik gebruikte het woordje 'hè’ zoals hij 'hoor’ gebruikte, en dan ook nog achter vrijwel ieder antwoord. “Maarten, die grote zwanen, leggen die nou ook grote eieren?” “Ja, want die hebben ook grote kuikens hè.” Een antwoord krijgt iets neerbuigends door dat 'hè’ aan het eind. Het betekent dan ongeveer: 'maar dat had je toch zelf ook wel kunnen bedenken’. Het zegt eigenlijk dat de vraag een stomme vraag was.

Oei. Dat was confronterend. Want ik bleek het niet alleen te doen bij Jeremy. Maar bij velen. Op het werk en privé. De spiegel van Jeremy leerde me iets heel cruciaals over mezelf. Over hoe anderen mij ervaren. Als ik steeds 'hè’ achter mijn antwoorden plak suggereer ik dat ik mezelf superieur aan die ander vind. Speel ik steeds de intelligentere herder die van zijnen berg afdaalt om een of ander dom schaap iets te leren.
Als je van iemand de boodschap krijgt 'als je net zo slim was geweest als ik, had je die vraag niet hoeven stellen’, dan is zo iemand héél vermoeiend en irritant.

Een pijnlijke ontdekking en een wijze les. Ik zal er nog wel een tijd mee bezig zijn. Wél had ik dus gelijk met mijn verwachting dat pleegzorg me een spiegel zou voorhouden. En gelijk hebben is altijd prettig hè.
Maarten


Terug naar de dagboeken