Terug naar de dagboeken

Gij zult niet liegen (2)

Toegevoegd op : 7 maart 2013 in het dagboek van Pleegvader Maarten

Pleegzoon Jeremy belt na schooltijd naar pleegvader met de mededeling dat hij later komt vanwege een lege fietsband, en moet wachten op de conciërge. Alles wijst erop dat dit niet de waarheid is.

Om 15.20 uur, inmiddels bijna een uur na einde schooltijd, krijg ik nog een sms’je van Jeremy waarin hij schrijft dat hij 'om half vier aankomt’. Hetgeen naar later zal blijken betekent dat hij er om half vier aankomt en dus rond vier uur thuis zal zijn.

Ik smeed ondertussen een plan van aanpak. Het probleem met liegende kinderen is dat er altijd een minieme kans bestaat dat je je vergist, en ze toch de waarheid spreken. Als je dan als pleegouder glashard zegt “ik geloof je niet”, kun je een kind erg kwetsen en de vertrouwensband schaden. Dus gooi ik het over een andere boeg.
Als Jeremy thuis aan een glaasje fris zit zeg ik onnozel: “ik heb een afspraak met die conciërge gemaakt. Ik ga morgen met hem praten. Want dit vind ik belachelijk.” Jeremy verslikt zich nog net niet in een slok sinas, en vraagt behoedzaam: “Eh…hoezo…?”
“Ja”, acteer ik door, “om jou bijna een uur te laten wachten totdat je band opgepompt wordt. Dat vind ik toch wel schandalig.”(hier bouwt pleegvader een zorgvuldig geregisseerd zwijgen in).
Jeremy ‘s schouders zakken wat in, zijn lichaam neemt een 'ik-zit-in-de-shit-houding’ aan. Hij staart met strakke blik in zijn glas sinas, als ware het koffiedrab waaruit de nabije toekomst af te lezen valt.

“Of…”, ga ik verder, “was er misschien iets anders aan de hand?”
“Nou”, begint Jeremy aarzelend, “mijn band was dus leeg, en toen heb ik ook nog wel even staan kletsen met Dirk en Senna en zo…”
Nu begint het verhoor. Met kleine voorzetjes, neutraal uitgesproken veronderstellingen, begrijpende knikjes en hoe je het verder allemaal nog zou kunnen noemen komt uiteindelijk het ware verhaal boven tafel. Jeremy was om half drie uit, zijn band was leeg maar niet lek en werd direct opgepompt. Daarna heeft hij nog bijna een uur met een groep klasgenoten in het parkje rondgehangen.
“Sorry”, zegt hij zwakjes waarmee hij tijdelijk toetreedt tot de dubieuze eregalerij waarin zich onder meer de voormalig voorzitter van SNS bank en de directeur van NS-reizigers bevinden: hotemetoten die er door een unieke combi van onbenul en narcisme een rotzooi van gemaakt hebben. En vervolgens niet verder komen dan een excuus zo slap als de fietsband van Jeremy tot vijf over half drie vanmiddag.

Het vervolg kunt u wel zo’n beetje raden lijkt me. Ik vertel Jeremy dat hij na schooltijd best nog even mag blijven hangen, zolang hij zich maar niet mee laat slepen in verkeerde dingen. En mits hij even belt. En dat liegen heel erg vervelend is, erger dan wat er allemaal feitelijk aan de hand zou kunnen zijn. “Oké”, zegt Jeremy. Een paar dagen later belt hij met de vraag of hij even mag blijven hangen. Hij komt netjes op de afgesproken tijd thuis, en bij wijze van nazorg vraag ik hem of dit niet prettiger voelt dan liegen. Enthousiast knikt hij.

Gisteren was het weer zo ver: kort na half drie ging de telefoon. “Er is iets heel ergs gebeurd”, zegt Jeremy. Hij vertelt dat hij op school zijn portemonnee is verloren. Er blijkt (deze keer helaas) geen woord van gelogen. Het werpt een donkere schaduw over deze prachtige zonnige dag. En ik voel me verdrietig en heb met Jeremy te doen. Hoe stom het ook was van hem om naar school te gaan met al zijn spaargeld, bijna 250 euro. Nu heeft hij niets meer.

Tja, ook de waarheid kan vervelend zijn om te horen. Jongen toch.

Maarten


Terug naar de dagboeken