Terug naar de dagboeken

Fijn kamp

Toegevoegd op : 19 juli 2010 in het dagboek van Pleegvader Maarten

Als Scoutingleider, jeugdwerker en leerkracht heb ik veel kampen meegemaakt. Als ik ook de korte kampen van een of twee nachtjes meetel, zijn het er vele tientallen. Scoutingkampen, schoolkampen, kindervakantiekampen, buurt- en wijkkampen. Ik bewaar er vooral mooie herinneringen aan, ieder kamp had zijn eigen sfeer. En vermoeiend voor de leiding waren ze allemaal. Maar het kamp dat gisteren begonnen is, wordt voor mij echt zwaarder dan alle kampen ervoor. Zo voelt het nu al, en we hebben nog zes dagen te gaan (zucht).

Op al die eerdere kampen maakte ik nooit zware crises of ernstige ongelukken mee. Maar er gebeurde uiteraard wel het een en ander. Het greep me indertijd erg aan om kleuter Lisa zo intens verdrietig en ziek van heimwee te zien, terwijl we haar ouders de hele nacht maar niet aan de telefoon wisten te krijgen. Ik herinner me de schichtige en bleke Jonathan, met grijze ogen en vol blauwe plekken, wiens loensende vader ons doodleuk adviseerde zijn zoon 'een rotschop te verkopen’ als hij niet zou willen luisteren. Uit mijn jaren als tienerwerker herinner ik me Harro die ergens in de binnenlanden van Frankrijk zijn paspoort verloor. En hoe we na een dag liften, bussen en treinen het Nederlandse consulaat in Straatsburg wisten te bereiken. Dat gesloten was vanwege de Franse feestdag 'Quatorze Juillet’. Onvergetelijk was ook de stunt die enkele jongens wilden uithalen met een leeg wietzakje dat ze in de internationale trein hadden gevonden. Het was de bedoeling dat ding ergens rond de tent te laten slingeren, zodat wij, de begeleiding, het zouden vinden en op de kast gejaagd zouden geraken. Helaas was de voorgenomen stunt alweer vergeten, die prachtige avond in juli waarop onze puberboys ergens in Wallonië een dorpsfeest voor jongeren bezochten en zich wat luidruchtig gedroegen. Na fouillering door de gendarmerie kwam het zakje tevoorschijn en moest begeleider Maarten op het matje (sur le tapis) bij de commissaris, die kantoor hield in een Peugeotbusje. Om daar een preek van een uur aan te horen over de Verloedering Van De Jeugd, de Vrijpostigheid der 'Hollandais’ en het Belang van Orde en Tucht. Om vervolgens als stoute jongen heengezonden te worden met de woorden “Allez! Et regardez vos garcons!” Waarmee het lege wietzakje de begeleiding te grazen genomen had op een manier die het oorspronkelijke idee van de puberboys riant overtroefde.

Bezorgd ben ik als begeleider wel eens geweest, echt ongerust of bang niet. Dit kamp wel. Maar niet voor heimwee, blauwe plekken, verloren paspoorten of gevonden wietzakjes. Ik ben opeens bang voor kinderlokkers die kwijlend en zwaar ademend rond het jongenskamp hangen. Zweterig loerend op het mooiste lijfje. Ik ben bang voor dronken dorpsjongens die tijdens bosspelen zuipend rondscheuren over de bospaden. Ik ben opeens ongerust over gezwaai met hakbijlen en splinternieuwe zakmessen. Ja, zelfs over de aanhoudende regenbuien, die tenten kunnen doen vollopen en rug- en slaapzakken doorweken, heb ik opeens zorgen.

En… ik ben niet eens op kamp. Ik zit hier thuis voor de computer. Naast me ligt een verwarde Wolf die al anderhalve dag op zoek is naar 'het kleine baasje’. Jeremy is voor het eerst een week van huis. We zullen opgelucht en blij zijn als hij over een dag of zes terug is. Fijn kamp jongen. Tot zaterdag.

Maarten


Terug naar de dagboeken