Terug naar de dagboeken

Fieuwiet

Toegevoegd op : 12 juli 2010 in het dagboek van Pleegvader Maarten

"Fieuwiet! Ffffffff... Ffffffff... Fieuwiet!!" Jeremy is sinds twee dagen bezig zichzelf te leren op zijn vingers te fluiten. Het gaat goed. Te goed, eigenlijk. Want ik heb hoofdpijn. "Fieuwiet! Kijk Maarten, ik kan het nu ook met mijn ringvingers."

“Heel goed jongen, maar ik heb een beetje hoofdpijn, dus probeer het nu even niet te hard te doen. Straks staat het hier bovendien rijendik met meiden in bikini.” Jeremy kijkt me niet-begrijpend aan. “Dat is een grapje” licht ik toe. “Sommige mannen fluiten naar mooie meiden.” Jeremy haalt zijn smalle schouders op, en loopt vrolijk verder oefenend weg. “Fieuwiet”. Volgens mij fluit hij nu op ringvingers en pinken tegelijk.

Knap vind ik het, fluiten op je vingers. Zelf kan ik het niet, hetgeen bij Jeremy tot verbazing leidde en me ook wat in aanzien deed inboeten. Jeremy is momenteel erg gebrand op het onder de knie krijgen van vaardigheden die hij ziet als onmisbaar voor echte mannen. Zoals ook bijvoorbeeld het openmaken van een bierflesje met een aansteker. En kijk, daarmee scoor ik weer aanzien bij mijn pleegzoon. Want bierflesjes openmaken, dat kan ik als de beste. Met een aansteker, dus. Maar ook met talloze andere voorwerpen. Een Edding stift bijvoorbeeld. Probeer het maar eens, het valt nog niet mee omdat de stift gauw dubbel vouwt. Niet alleen zonde van die stift, maar bovendien zit je nog steeds met een ongeopende fles. Eigenlijk kan ik kroonkurken van flessen wippen met alles waar maar een bepaald stevig randje aan zit dat onder de kroonkurk past. Het is een trucje dat Jeremy nog niet onder de knie heeft kunnen krijgen. Dus concentreert hij zich voorlopig op het vingerfluiten.

's Avonds na het voorlezen loop ik naar buiten om op het terras van de zomeravond te gaan genieten. Met een rondslingerende tentharing open ik een flesje bier. “Fieuwiet!!” klinkt het vanuit de slaapkamer. “Ben je nou zelfs meiden in je bed aan het lokken jongen?” “Nee-hee! Ik ben aan het oefenen, en Wolf aan het leren dat hij moet komen als ik fluit.” “Nou, succes ermee dan.”
“Fieuwiet!” Alsof pleegzoon en pleeghond (want: uit het asiel) het afgesproken hebben loopt Wolf sjokkend naar de slaapkamer en gaat met een diepe zucht naast Jeremy op bed liggen. “Haha, zie je wel, het werkt!” “Goedzo jongen. Gaan jullie nu dan braaf en lief slapen? (pedagogisch foutje, een mededeling in vraagvorm formuleren). “Nee. Nog eh.. drie keer. Fieuwiet! Ffffffff. Oh die was fout. Nog twee. Fieuwiet! Fieuwiet! Welterusten.”

Mooie meiden hebben we trouwens nog niet over de vloer gehad ondanks al het gefluit deze week. Wel een bijzondere vrouw. Zij kwam echter niet op het gefluit af, maar op afspraak. Haar naam: Mama! Jeremy’s moeder mag eens in de zes weken op bezoek komen. Ze slaat wel eens over, als ze zich ziek of verdrietig voelt en hem niet onder ogen wil komen. Iedere keer is het spannend of ze wel komt. Mijn hart breekt als ik Jeremy bij de poort zie zitten wachten, als een trouw hondje. Precies op de afgesproken tijd arriveert ze, in alweer een andere, geleende auto. Het ritueel begint. Jeremy heeft zich verstopt, en mama moet hem zoeken. Als ze hem vindt zie ik de blik op zijn snoetje. Die speciale blik die alleen voor haar is. Nu regelt Maarten koffie en thee, en Jeremy het gebak. Daarna doen we samen een spelletje en eet mama een hapje mee. Mama kan dit erg goed. Ze is er helemaal voor hem, belast hem niet met haar eigen situatie en geeft hem steeds weer de
bevestiging dat zijn woonplek hier haar goedkeuring heeft. Het afscheid houdt ze kort, om haar emoties de baas te blijven.

De bezoekjes van mama geven Jeremy kracht. Ze laten hem zien waar hij vandaan komt. Ze herinneren hem eraan dat er iemand is die altijd aan hem denkt. “Ik vond het weer fijn met mama” zegt hij als hij in bed ligt. “Ik ook” zeg ik naar waarheid.

's Avonds laat zit ik dit stukje te typen. Opeens hoor ik gestommel. “Ik wist niet waar je was” zegt een slaapdronken pleegzoon. “ik moet even zien dat jij nog hier bent” betekent dit eigenlijk. Hij trippelt weer naar bed, en ik maak op alweer een zwoele zomeravond nog een laatste flesje bier open. Gewoon met een opener. Ooit van m’n moeder gekregen. Morgen gaan we bij haar en pleegopa op de thee. Kan Jeremy hen laten horen dat hij echt op zijn vingers kan fluiten. “Fieuwiet!”

Maarten


Terug naar de dagboeken