Terug naar de dagboeken

Fietslampje

Toegevoegd op : 10 februari 2014 in het dagboek van Pleegvader Maarten

Donderdagmiddag 16.00 uur, onderweg van muziekles naar huis
“Maarten.”
“Zeg het eens.”
“Mijn fietslampje is stuk.”
“Hè? Alwéér?”
“Ja. Afgebroken. Kijk maar.”
“Wel g##!! g##!! g##!! Hoe kan dat nou. Is je fiets gevallen?”
“Eh… nee. Ik haalde hem uit het rek en…”
“En toen heb je met dat lampje ergens tegenaan gestoten?”
“Nee-hee! Ik haalde hem gewoon uit het rek en toen schoot mijn fiets uit mijn handen en…”
“...En toen stootte je met het lampje ergens tegenaan.”
“Nee! Luister nou. Ik liet de band gewoon stuiteren en toen brak het lampje dus af.”
“Dat ding zit er net een week op. Ik word hier zo dood- en doodmoe van hè. Goedkope Chinese troep. Is natuurlijk weer gewoon te dun plastic. Een normaal mens doet vijf jaar met een fietslampje. Hooguit gaan er eens per jaar een paar nieuwe batterijen in. Maar jij bent in een jaar tijd al aan je tiende set lampjes toe. Nou, hier gaan we dus mee terug naar de winkel!”
“Nu?”
“Nee, natuurlijk niet nu. Dan kost het me nog meer geld, aan diesel. Ik word hier dood- en doodziek van.”
“Ik kan er toch niks aan doen.”
“Dat zeg ik ook niet. Maar dat wil toch nog niet zeggen dat ik er blij van word.”
(mopperdemopper)

Donderdagmiddag 16.15 uur, in Jeremy’s kamer
“Waarom liep je nu zo snel naar boven zonder iets te zeggen.”
(schouderophaal).
“Hállo! Is daar iemand? Waarom zeg je niks. En waarom heb je je fiets niet binnen gezet zoals ik gezegd heb.”
(Gezicht in standje lagedrukgebied en hand voor de mond) “ Na méét nuh bêh.”
“En praat verstaanbaar óf praat niet!”
“Dat. Weet. Je. Best!”
“Nee, dat weet ik dus níet.”
“Je doet alsof het mijn schuld is.”
“Dat zég ik toch helemaal niet man.”
“Maar zo klinkt het wél.”
“Hou op zeg. Zo krijg ik de verantwoordelijkheid voor ieder vervelend voorval. Wat op zich trouwens wél een mooie alliteratie is.”
“Hûh?”
“Ik zeg niet dat het jouw schuld is. Maar dan mag ik er toch nog wel van balen.”
“Ik kom wel niet meer naar beneden. Helemaal niet meer.”

Donderdagmiddag, 17.00 uur, beneden
“Eet smakelijk.”
(Zucht) “Ja.”
“Zoals ik dus al zei: eet smákelijk.”
“Smaa-ku-luh-huk.” (zucht)

Donderdagmiddag, 17.05 uur, nog steeds aan tafel
(Pleegzoon steekt hand uit) “ Sorry.”
(Pleegvader drukt hand) “ Sorry.”
De avond begint half bewolkt. Echt rotweer is het niet meer, echt opklaren doet het evenmin.

Donderdagavond, 23.45 uur, pleegzoon al uren op bed, pleegvader met fiets in huiskamer
Het fietslampje blijkt niet stuk. Het plastic bevestigingsschuifje is alleen maar uit zijn klemmetje geschoten. Met één klik zit het weer vast.
Mannen onder elkaar kunnen zulke klunzen zijn. In zowel communicatief als constructie-technisch opzicht, zo blijkt.
“Sorry…”
Sukkels.


Terug naar de dagboeken