Terug naar de dagboeken

Een man alleen

Toegevoegd op : 13 november 2013 in het dagboek van Pleegvader Maarten

Toen mijn pleegzoon Jeremy (nu bijna 15) een jaar of 11 was, zat hij op de basisschool in een combinatiegroep 7/8. Hij had leuke vriendjes, waarmee hij ook regelmatig buiten schooltijd speelde. Helaas bevonden die zich toevallig allemaal op groep acht-niveau, en gingen dus aan het eind van het schooljaar naar 'de middelbare'. Weg was Jeremy's vriendengroepje, uitgezwermd naar verschillende scholen in de regio.

In de zomervakantie speelde hij met zijn buurtvriendjes; vier jongens van ongeveer dezelfde leeftijd hier in het buitengebied. Ze vermaakten zich met dvd-'slaap’feestjes, zwemmen, kampvuur stoken, het crossen met fiets, brommer of quad, en nog een hele reeks buitenactiviteiten.

In het volgende schooljaar ging Jeremy niet bij de pakken neerzitten en bouwde op school een nieuwe vriendenkring op. Met… jongens uit groep zeven. Die allemaal achterbleven toen Jeremy zelf aan het eind van dat schooljaar naar de middelbare ging. Toen viel hij wél in een gat. Een gat dat in die eerste maanden op de middelbare school gedempt dreigde te worden middels het doelloos rondhangen met schoolgenoten van dubieus allooi bij wie de gewetensontwikkeling wat gestagneerd was. Door slagvaardig ingrijpen van school en pleegvader werd een eventueel verder moreel afglijden van Jeremy voorkomen, bleken zijn schoolresultaten in de brugklas geweldig, en werd hij thuis weer de (meestal) coöperatieve en goedgeluimde rastaboy die hij was.

Alleen met zijn vriendenkring wil het niet meer vlotten. Van de buurtvrienden zijn er inmiddels twee wegens echtscheiding van hun ouders uit Jeremy’s leven verdwenen. Op school heeft hij een paar leuke maatjes leren kennen, maar tot afspraken buitenschools komt het vooralsnog niet. Dit alles heeft Jeremy een beetje eenzaam gemaakt de laatste tijd. Soms vraagt hij ‘wat zullen we gaan doen?’. Maar vaak moet ik hem dan teleurstellen en antwoorden dat ik geen tijd heb. Werk en huishouden moeten hier draaiend gehouden worden, door een en dezelfde persoon welteverstaan.

Toen ik zelf Jeremy’s leeftijd had, bevond ook ik me in zo’n wat geïsoleerde fase, bedacht ik me onlangs. Mijn basisschoolvriendjes waren ongemerkt uit het zicht verdwenen, en hoe je een nieuw netwerk moest opbouwen, wist ik even niet. Rond mijn 16e veranderde dat. We richtten met enkele klasgenoten een band op, wat zorgde voor vriendschap, een middel om deze vorm te geven, en gespreksstof tijdens uitgevallen lesuren op school, muziekluisteravonden op kleine jongensslaapkamers en in de kroeg. Bij scouting stroomde ik door naar de tieners, en kreeg opeens een vriendengroep cadeau die na de bijeenkomsten maar al te graag in het clublokaal bleef plakken met een koelkast vol bier, een frietpan en een stok kaarten. Een groep die je niet hoefde uit te nodigen op je verjaardag omdat ze dat zelf wel deden, en desnoods ook zelf voor de catering zorgden.

Eenzaamheid is niet goed voor pubers. Die denken toch al te veel na over wat anderen van hen zouden kunnen denken, hoe ze gezien willen worden en wat ze verder in hemelsnaam de resterende zeventig jaar met hun leven aan moeten. Het niet-hebben van vrienden zou kunnen leiden tot verkeerde conclusies omtrent de zin van het bestaan.
Maar ja. Er bestaat ook een ongeschreven wet in opvoedland die stelt dat je je als ouder vooral niet te veel met vriendschappen van je kinderen moet bemoeien. Sta je te streng tegenover foute vriendjes, dan worden die alleen maar grotere afgoden. Doe je nét iets te veel je best om je oogappel te laten optrekken met een 'leuk kind’, dan gaat er ergens in het troebele puberbrein direct een alarmbel af die waarschuwt voor dubieuze ouderlijke koppelpraktijken.

Dus beperk ik me tot faciliteren en bijsturen, en hoop maar dat Jeremy zijn weg zal vinden. Er is op dit moment in ieder geval één iemand die profiteert van de situatie, en dat is Jeremy’s chocoladekleurige overactieve jachthond Scotty. Er is in geen jaren zoveel met hem gespeeld.

Maarten


Terug naar de dagboeken