Terug naar de dagboeken

Discussies (2)

Toegevoegd op : 7 april 2014 in het dagboek van Pleegvader Maarten

We hebben het lek boven gekregen, zo blijkt. Discussies tussen mijn ouders en mij, of tussen 'ons pa en ma' (mooi Brabants toch) onderling, klinken voor Jeremy heel erg als ruzie, en geven hem een vervelend gevoel.

Jeremy is bepaald niet de eerste die dit ervaart. Bijna veertig jaar geleden, in 'the good old seventies’, groeiden mijn zussen en ik op aan de rand van een middelgroot dorp. Omdat er in onze straat enorm veel speelruimte was kwamen vriendjes en vriendinnetjes graag bij ons thuis, om daar vervolgens vol verbazing de discussies mee te maken. Er was zelden ruzie, maar met een stronteigenwijze moeder, eigengereide vader en drie kinderen die beide eigenschappen in hoge mate geërfd bleken te hebben, waren verbale stoeipartijen aan de orde van de dag. Zeker toen die kinderen enige jaren later op het atheneum zaten, overal een mening over hadden en elk voor zich de wijsheid in pacht meenden te hebben, werd de maatschappij in al haar facetten regelmatig grondig gefileerd.
Met een vriend van toen heb ik nog steeds contact, en die kan er na al die jaren nog steeds niet over uit. Op een feestje, zo na zijn zevende biertje, begint hij steevast te vertellen: “Ja en dan kwam ik dus bij Maarten thuis, als menneke van acht, en dan ging het weer hard tegen hard, en dan dacht ik dat de bom elk moment kon ontploffen. Maar weet je wat zó typisch was…”
De andere gasten zuchten dan inmiddels vermoeid en staren glazig naar de schaal met borrelnootjes. Zij horen dit verhaal op ieder feestje. Dus: ja, zij weten wel wat er zo typisch was. Namelijk dat het wel léék op ruzie, maar in werkelijkheid gewoon discussies waren. Discussies tussen leden van een harmonieus gezin, die een dusdanig goede vertrouwensbasis met elkaar hadden dat ze ook tijdens het verbale geweld wel wisten dat het nooit écht mis zou gaan.

Die vriend zelf had echter heel andere ervaringen. In zijn gezin was de basis niet goed. Er waren al jaren continu ruzies geweest. Ruzies die niét goed kwamen: zijn ouders scheidden, zijn moeder kon de situatie totaal niet aan, en belandde uiteindelijk in een psychiatrische instelling. Hijzelf kwam in de jeugdzorg terecht.

En zo komen we weer bij het heden. Want ook Jeremy heeft in zijn prille jeugd voornamelijk ervaringen opgedaan met ruzies die niet goed kwamen. Maar ontaardden in gewelddadigheden, politiebezoek en uiteindelijk uithuisplaatsing. Discussies in onze familie maken steeds weer oud zeer bij hem los. Ze maken hem bang. Bang om dierbaren te verliezen, want daar draaide het indertijd immers ook op uit.
Daarbij komt dan ook nog dat een discussie voor Jeremy al heel snel op een ruzie lijkt. Omdat, zoals u in deel 1 kon lezen, de nuances van taal voor hem zo moeilijk zijn, en hij de informatie zo traag verwerkt dat meedoen aan het gesprek vaak niet lukt.

Ik heb mijn ouders vriendelijk doch dringend verzocht hun gekibbel voortaan te bewaren voor de momenten dat ze met z’n tweeën zijn. En Jeremy beloofd dat ik me bij bezoekjes aan mijn ouders gedeisd zal houden.
De volgende middag zijn we weer op bezoek, en al snel beginnen mijn ouders weer te pruttelen. Het gaat, ik verzin dit niet, over een pak crackers… Buiten gezichtsveld wissel ik een blik van verstandhouding met Jeremy, en bemoei me verder niet met de crackers.

Vele uren later, liggend in zijn bed, zegt Jeremy hoofdschuddend: “Nou já zeg, het ging over cráckers…”
“Het gáát over crackers” verbeter ik hem. “Want ik ben ervan overtuigd dat ze het er nu nóg over hebben.”

Jeremy grinnikt. Hij leert het wel.


Terug naar de dagboeken