Terug naar de dagboeken

Decemberstress (2)

Toegevoegd op : 24 januari 2011 in het dagboek van Pleegvader Maarten

'Maarten, kun je even helpen?' roept Jeremy van boven. Hij probeert zijn drumoefeningen te doen. Ik zucht. Ja natuurlijk wil ik eigenlijk graag helpen. Ik ben blij dat hij een instrument speelt, en supertrots dat hij al zo goed kan drummen. Maar om een of andere reden ontstaat er bij Jeremy altijd irritatie als ik help met zijn oefeningen. Ondanks dat hij er zelf om vraagt. Ik kan voor geen meter drummen, maar wel het drumschrift lezen. En voordoen met voetgestamp, handgeklap en stemgebruik lukt ook nog wel. Maar het lijkt alsof het Jeremy irriteert dat ik het wél snap en hij, zelferkend drumtalent, níet.

Tegen beter weten in loop ik toch maar naar boven. Met enig ge’boemboemtjak’ probeer ik Jeremy de oefening voor te doen. Hij kijkt me zuchtend aan en tikt lusteloos een ritme, met kromme rug en een geslagen hondenblik. Jeremy doet nu echt zijn best om het helemaal te laten mislukken. Een paar keer echter gaat de oefening onbedoeld helemaal goed, en daardoor wordt hij alleen maar bozer op zichzelf. 'Ik ga naar beneden’ zeg ik. 'Roep me maar als je het weer wilt proberen’. Béng! Jeremy geeft een keiharde klap op de snaredrum. Dan laat hij zijn stokken vallen en draait zich naar de muur. Als het anatomisch mogelijk was zou zijn hoofd nu lager hangen dan zijn schouders.

Het is vandaag woensdag, en Jeremy heeft les op vrijdag. Dit is echter niet het moment om te zeggen dat hij gewoon veel te laat begonnen is met oefenen. Jeremy is ook al ruim een week niet lekker. Dit is echter niet het moment om te zeggen dat hij misschien eens een dagje goed uit moet zieken. In plaats van iedere avond verdrietig te klagen over hoofd-, buik- en spierpijn, en 's ochtends toch persé naar school te willen. Ik houd Jeremy zeker niet snel thuis van school, maar soms moet een lichaam gewoon uitrusten en herstellen.
De kamer van Jeremy is behoorlijk overhoopgehaald. En ik weet dat hij daar zelf op den duur onrustig en geïrriteerd van raakt. Maar dit is niet het moment om te zeggen dat de snelste manier van opruimen simpelweg is: er niet zo’n teringzooi van te maken.
Het is bij uitstek een moment om even helemaal niets tegen Jeremy te zeggen.

Ik ga aan de slag met het avondeten. Even later hoor ik Jeremy zijn drumoefeningen hervatten. Ze gaan goed. Als hij rond half zes beneden komt mompelt hij: 'sorry’. 'Oké’ antwoord ik wat timide. Jeremy zucht en staart in de bank wat voor zich uit. Uit mijn reactie heeft hij de foute conclusie getrokken dat ik kwaad ben. Ik ben niet kwaad, ik ben bezorgd. Het valt me ook dit jaar weer op dat januari niet echt Jeremy’s maand is. Het lijkt wel of de decemberstress hem zo uitput dat hij een maand nodig heeft om bij te komen. Niet dat hij dagelijks zo’n bui heeft als zojuist. Maar hij gaat wel opvallend weinig met zijn vriendjes spelen, en lijkt het overzicht een beetje kwijt te zijn. Normaal is hij veel buiten en kijkt weinig tv, maar hij dreigt nu regelmatig weg te zakken in een ruim twee uur durende bankhangsessie, van 'Te land, ter zee en in de lucht’ tot en met de finale van Lingo.

Gelukkig blijkt Jeremy’s gevoel voor humor niet weggezakt. Bij het afruimen van de tafel verliest hij zijn evenwicht en valt met een harde bonk op de grond. Op een bizarre manier hangt hij half ondersteboven tussen twee stoelen. Net als ik me schrap zet voor een nieuwe depressie, steekt hij zijn duim omhoog en roept, met perfect van de film New Kids Turbo geïmiteerde stem:

'Ut goat hier keigoed jonguh!’

Maarten


Terug naar de dagboeken