Terug naar de dagboeken

De geflipte fietsenmaker

Toegevoegd op : 3 mei 2010 in het dagboek van Pleegvader Maarten

Afgelopen week heb ik drie avonden moeten werken. Tweemaal is Jeremy's favoriete oppas gekomen. De derde avond is hij lekker gaan zwemmen.

“Nu ben ik er wel klaar mee” zei onze held onlangs bij het behalen van zijn zesde zwemdiploma. Maar badmeester Opa Jo, bij ouders berucht en bij kinderen geliefd omdat hij zijn commando’s met een stem als een staafmixer door het bad slingert, heeft Jeremy uitgenodigd zo af en toe nog eens mee te doen. Zodoende.

Toch was deze week erg stressvol voor Jeremy. Hij heeft Maarten te weinig gezien, het was teveel 'anders dan anders’. En er is ook nog dat andere, grotere, verdriet.
Vandaag is het vrijdag. De drukke week is voorbij maar de stress hangt in de lucht. Jeremy heeft een fietsenwerkplaats ingericht, en sleutelt aan een crossfietsje. Ogenschijnlijk rustig probeert hij een nieuw voorwiel te monteren. “Kun je even helpen?” vraagt hij op ietwat geïrriteerde toon. Ik voel de bui hangen en tracht zijn humeur een wending te geven. “Natuurlijk!” roep ik uit, met helaas nèt iets te veel Teletubbieblijheid in mijn stem.
Jeremy zucht en draait de moer expres de verkeerde kant op.
Nu wordt pleegzoon boos. Hij schreeuwt iets onverstaanbaars, waarvan men evenwel kan vermoeden dat het in de Bijbel noch de Koran staat. Hij laat het arme fietswiel vallen, smijt zijn dopsleutel op de grond en 'stiert’ woedend weg. Naar binnen. Naar boven. 'Beng!’ klinkt zijn kamerdeur. 'Krak’ zucht zijn bed. Jeremy heeft zichzelf uit de situatie verwijderd. De merels stoppen verschrikt met fluiten, een wolk schuift voor de zon en de kippen staren mutsig voor zich uit.

Enige tijd later meldt de geflipte fietsenmaker zich weer. “Ja wanneer gaan we nou eens friet halen want ik kom zo nog te laat op Scouting hoor.”
“Als wij dit niet samen oplossen ga je helemaal niet naar Scouting 'hoor’.”

Nooit niks

Nu valt er een doodse stilte. Met opengevallen mond van verbijstering kijkt Jeremy me aan. Dan barst hij los.
“Jezus zeg! Ik hèb toch al geprobeerd het goed te maken! Het kwam door dat stomme fietswiel. Dat zèi ik toch al. Maar jij geloofde me weer eens niet!”
“Nee. Dat klopt. Ik geloof er geen drol van.”
“Nou zie je wel! En dan wil ik het goedmaken maar jij wilt nooit niks goedmaken en dat stomme fietswiel en ik kan nooit niks.”
“Nooit niks is altijd iets.”
Dat is te moeilijk. Jeremy kijkt met de suffe blik van een zojuist gehersenspoeld sektelid en weet zo gauw niets te zeggen.

“Mag ik jou vertellen wat ìk denk?” zegt Maarten even later. Het mag. “Ik denk dat jij je heel rot voelt en dat dat door twee dingen komt: doordat ik deze week zo veel weg moest, en omdat je al weken niets van mama gehoord hebt. En ik denk dat het helemaal niets met fietswielen te maken heeft.” Oei, wat is dit pijnlijk waar. Jeremy zwijgt bedroefd. Met hangend hoofd zit hij op een kratje. Met zijn dopsleutel tekent hij zinloze cirkeltjes in het zand. “Drie avonden werken is veel,” zeg ik. “Volgende week gaan we samen lekker een avond de stad in, om het in te halen. En wat mama betreft: je weet dat ze niet belt als ze zich niet oké voelt. Maar ze denkt altijd aan jou. Laten we haar een kaart of foto sturen dan merkt ze dat jij ook aan hàar denkt!” Er valt een last van Jeremy af. Binnen enkele minuten is hij opgefleurd en scheurt weg op zijn crossfiets. De merels fluiten opgelucht verder, de zon breekt door en de kippen hervatten hun vertrouwde irritante gemompel.

Dit soort situaties laten Jeremy’s kwetsbaarheid ten volle zien. De wereld kan zomaar kantelen. En daar helpen dan even geen favoriete oppas, Opa Jo of zogenaamd-blije pleegvader meer aan. Jeremy heeft op zo’n moment echt iemand nodig die hem uit de put trekt. Iemand die zijn gevoelens benoemt, ze grijpbaar maakt en tot normale proporties helpt terugbrengen. En stiekem 's nachts dat stomme fietswiel nog even vast zet.

Maarten


Terug naar de dagboeken