Terug naar de dagboeken

Dagobert Dreadlock

Toegevoegd op : 1 december 2011 in het dagboek van Pleegvader Maarten


Pleegzoon Jeremy is een kei in gezelschapsspellen. Onlangs was daarvan nog een fraai staaltje te zien in Maarten’s ouderlijk huis: hij speelde gelijktijdig met pleegoma een potje Memory én met pleegopa een potje Mastermind. En won beide. Zijn blik daarbij is onbetaalbaar: trots, maar ook ietwat verveeld. Alsof hij wil zeggen “Fijn dat deze zwakbegaafden van het spel genieten, maar ik snak toch wel naar spelers op mijn eigen niveau.”

Vandaag, een kille zondagmiddag, is het tijd voor Monopoly City. Voor wie het niet kent: dit is een vrij ingewikkelde variant. Als speler koop je wijken in een stad, en bouwt daarop huizen, bedrijfsgebouwen en eventueel wolkenkrabbers. Je krijgt daarnaast soms de kans stations te bouwen waartussen je vrijelijk kunt reizen. Hierdoor kun je extra vaak langs ‘start’ gaan en veel zakgeld opstrijken. Je kunt ook vervuilende industrie in andermans wijken bouwen (die zijn dan niets meer waard). Of dienstverlenende instanties in je eigen wijken, waardoor ze beschermd zijn tegen vervuiling. Het nepgeld is marktconform, hetgeen betekent dat er met miljoenen gewerkt wordt. Grote, abstracte getallen voor een jongen van twaalf. Jeremy heeft als Monopolyspeler al jaren de bijnaam Dagobert Dreadlock, omdat hij doorgaans spoedig een gigantische stapel geld voor zich heeft liggen. Nonchalant ongesorteerd.

Het eerste half uur kabbelt het spel rustig voort. Maarten heeft enkele wijken en veel geld. Jeremy koopt juist veel wijken, en zit financieel steeds nét niet aan de grond. Dan, opeens, neemt het spel een bizarre wending. Jeremy heeft een paar keer geluk en mag drie stations bouwen. Hij zoeft enkele keren het spelbord rond, en strijkt zo vele miljoenen zakgeld op. Hiervan koopt hij een torenflat en plaatst die op Nieuwe Stad. Natuurlijk komt Maarten daar vervolgens direct op terecht, en dat is duur. Maar Maarten heeft veel geld, dus die ligt er niet wakker van. De naïeve sukkel.

Dagobert Dreadlock gaat de gevangenis in, maar betaalt de borgsom en gaat vrolijk verder. Inmiddels heeft hij van diverse kleuren alle wijken compleet en dat geeft recht op het bouwen van een peperduur voetbalstadion. Hij bouwt er twee, en strijkt vanaf dat moment liefst vier miljoen euro zakgeld op. Iédere keer als hij langs ‘start’ komt. En dat is vaak, want Jeremy pendelt als een ware Railrunner tussen zijn stations heen en weer. Enkele minuten later kan hij de felbegeerde Monopolytoren kopen. Daar is er maar één van. Ook die wordt geplaatst op Nieuwe Stad. Vanaf nu mag Jeremy de toch al niet malse huren van zijn totale bezit verdubbelen. Een rondje over het bord kan voor Maarten nu desastreuze gevolgen hebben. En die blijven niet uit als Maarten reeds in de eerstvolgende worp linea recta terechtkomt op, jawel hoor, Nieuwe Stad. Het is niet te geloven. Maar wel waar. Dit grapje kost een miljoentje of tien! En die moeten dan ook nog verdubbeld worden vanwege de Monopolytoren.
Dat gaat Maarten niet trekken. Maarten is in één klap failliet. Ware dit spel het echte leven, dan lag Maarten nu in een viezige regenjas te mompelen onder een stuk karton, ergens in een volgepiste steeg. Lurkend aan een fles spiritus met nog anderhalve zwarte tand in zijn mond.

Aan de andere kant van de tafel zit de inmiddels beruchte Dagobert Dreadlock fluitend zijn miljoenen te tellen. Hij maakt de dienst uit in de meeste wijken van de stad. Daar mag geen vervuilende industrie gebouwd worden omdat hij er scholen, parken en windmolens heeft opgericht. In al Maarten’s wijken heeft hij smerige kolencentrales, naargeestige gevangenissen en walmende vuilnisbelten gebouwd. Hierdoor ontvangt Maarten geen cent huur meer.
Het spel is ten einde. Jeremy geeft Maarten een hand. “Goed gespeeld” zegt hij met een gluiperig lachje.

Maarten


Terug naar de dagboeken