Terug naar de dagboeken

Crash (slot)

Toegevoegd op : 5 december 2014 in het dagboek van Pleegvader Maarten

Toen mijn pleegzoon Jeremy (bijna 16) hier kwam wonen was hij nog net acht. Ik moest hem uiteraard nog leren kennen, en ontdekken wat hij kon, wat hij wilde en wat hij nodig had. Ieder kind heeft immers zijn eigen talenten, interesses en behoeften. Er bestaat echter ook zoiets als een opvoedkundige basis. Dingen die ieder kind nodig heeft. Nog steeds hoor je in dit verband praten over 'de drie 'r's: rust, reinheid en regelmaat. Maar volgens mij is een basis met drie 'l'-len (liefde, leiding en leefruimte) zeker zo goed.

Als opvoeder voeg je daar een hoop aan toe: zaken die voortkomen uit wat je ziet, voelt, ervaart, denkt, droomt… Samengevat bestaat een goede opvoeding volgens mij uit drie componenten: 1) een goede algemene basis, 2) wat dit kind volgens jou nodig heeft en 3) wat je vanuit je eigen idealen belangrijk vindt.

Vanaf het moment dat Jeremy hier woonde ging ik, jeugdwelzijnswerker en leerkracht die al talloze kinderen voor korte of langere tijd begeleid had, 'voor het echie’: nu ging het niet meer om het adviseren van andere ouders. Of om verantwoordelijkheid nemen voor een deel van het leven van kinderen (vrije tijd of school). Nu was het fulltime.

En eerlijk is eerlijk: daarin kwam ik mezelf echt wel eens tegen. De praktijk is vaak weerbarstiger dan de theorieën die ik al die jaren ervoor vol overtuiging verkondigd had.
Maar in grote lijnen ging het geweldig goed, zat ik nooit erg lang met de handen in het haar en vond ik het zelfs leuk om iedere keer weer opnieuw mezelf bij te stellen in die weerbarstige praktijk.
De basis heb ik Jeremy altijd wel kunnen geven. Goed naar een kind kunnen kijken en daarop anticiperen is, excuus voor de arrogantie, wel mijn talent.
Maar ik had ook mijn eigen dromen en die kwamen niet altijd uit. Mijn dierbare herinneringen aan mijn Scoutingtijd wilde ik Jeremy zo graag gunnen, maar Scouting was niet zijn ding. Dat ideaal moest ik bijstellen. Nou ja: ópgeven.
Het plezier en de waarde van zelf muziek maken wilde ik hem ook doorgeven en dat lukt tot op heden dan weer wél uitstekend: Jeremy drumt al jaren, doet dat toegewijd en doorgaans met plezier. En hij is inmiddels behoorlijk goed.
Zes jaar geleden dacht ik: nu ik een pleegzoon heb heeft hij zelf de vrijheid om er uit te zien zoals hij wil, want bij die buitenkant begint de identiteitsvorming. En bij voorkeur heeft hij lang haar, want al die eenvormige stekelkoppies vind ik niet mooi. Dat bleek helemaal in Jeremy’s straatje te zijn, want hij heeft al jaren dreads, en koos altijd zelf zijn kleren met een hoge mate van immuniteit voor wat anderen (ook op de middelbare school) daarvan zouden kunnen vinden.

Dat zette andere ouders echter nogal eens op het verkeerde been. Zij waren bijvoorbeeld hogelijk verbaasd als ze merkten dat ik in andere opzichten veel strenger, 'conventioneler’ ben. Zo vind ik het erg belangrijk dat Jeremy alstublieft en dankuwel zegt, zich voorstelt en een hand geeft bij vreemden, aan tafel blijft zitten tot iedereen klaar is, taken in huis doet en zo kan ik nog wel even doorgaan (maar dat doe ik niet, u boft.) Sommigen zijn hooglijk verbaasd dat ze hun kinderen volkomen vrij laten, maar deze toch zien crashen met anderen, of met zichzelf.

Omdat ik een jongen opvoed met veel zichtbare vrijheden, wordt er nog wel eens ten onrechte gedacht dat ik een soort verlate hippie ben, en fel voorstander van de antiautoritaire opvoeding. En kom ik regelmatig in contact met ouders die 'vrijheid’ verwarren met structuur- en grenzeloosheid. Of die hun kinderen onder het mom van vrijheid van alles opleggen, dat kan ook nog. ‘Jij moet vrij zijn’ is taalkundig een prachtige paradox, maar in de praktijk domweg onrechtvaardig.
Veertig jaar na de antiautoritaire kresj zouden we het nu allemaal wel zo’n beetje moeten weten: de in die tijd voor kinderen verworven vrijheid is iets kostbaars, iets wat we niet meer moeten verliezen. Maar wel zorgvuldig moeten inpassen in de behoeften van ieder kind: een stevige, gestructureerde basis plus, letterlijk en figuurlijk, antwoorden op de vragen van dit kind.
Misschien moeten we, nu ons nationale ‘Hoofd Opvoeding’ tijdelijk in het land is, zijn credo wat bijstellen: “Wie zoet is krijgt ruimte, wie stout is krijgt grenzen”. En dat klinkt voor geen meter, en is metrisch ook uitermate krukkig. Maar misschien wel een mooie metafoor voor wat goed opvoeden eigenlijk is: een basis geven waarbinnen het kind zich kan ontplooien.
Het kind krijgt de vrijheid, en u bepaalt tot waar.

Enfin, ik wens u een heerlijk avondje.

Maarten


Terug naar de dagboeken