Terug naar de dagboeken

Camera uit

Toegevoegd op : 4 maart 2014 in het dagboek van Pleegvader Maarten

De eredivisiewedstrijd Feijenoord-FC Twente kende onlangs een onverwachte ontknoping. Feijenoord was het grootste deel van de wedstrijd de betere ploeg, en stond na negentig minuten met 2-1 voor. In de allerlaatste seconden van de blessuretijd echter maakte Twente gelijk. Het rook naar buitenspel maar de arbitrage keurde het doelpunt goed, en Feijenoord-trainer Koeman voelde zich 'bestolen'. Wat zijn spits Graziano Pellè voelde, was ook duidelijk te zien: ongecontroleerde woede. Hij reageerde zich eerst af op de dug-out, en vernielde daarna nog een decorstuk en een lamp in de catacomben.

Het wangedrag van de Italiaan deed me heel sterk denken aan een voorval van een paar jaar geleden. Naast pleegzoon Jeremy (destijds een jaar of dertien) woonde er hier toen een tweede pleegkind. En dat verliep allesbehalve soepel. Jeremy’s pleegbroertje eiste zeer veel aandacht, kon zichzelf geen minuut bezig houden en bracht enorm veel onrust in ons leven. Na enige maanden begon steeds duidelijker te worden dat dit kind andere zorg nodig had, en dat zijn hechtingsstoornis het eigenlijk onmogelijk maakte in een pleeggezin te wonen. Uiteindelijk hebben we afscheid moeten nemen van hem.

Maar een deel van het probleem lag ook bij Jeremy. Hij was jaloers, kon moeilijk delen en was emotioneel totaal niet opgewassen tegen een kind dat continu pratend zijn rustige wereldje kwam verstoren. En dat had in grote mate te maken met zijn handicap. Jeremy is traag van (taal-)begrip, en kan slechts een beperkte hoeveelheid informatie in een bepaalde tijd verstouwen. Het onderscheiden van hoofd- en bijzaken is moeilijk, en als er snel en/of door elkaar gepraat wordt, is hij spoedig de draad kwijt. Ook kan hij in een geanimeerd gesprek of discussie het moment om in te breken niet bepalen. Uiteindelijk valt hij dan helemaal stil.

De situatie begon zorgwekkend te worden toen Jeremy steeds vaker woede-uitbarstingen kreeg waarbij hij zichzelf pijn deed en spullen vernielde. Daarom deed het gedrag van Graziano Pellè me ook terugdenken aan een paar jaar terug. Ooit, op een inktzwarte dag, heb ik een totaal geflipte Jeremy in een soort houdgreep moeten nemen, terwijl ik met mijn andere hand hulptroepen probeerde in te schakelen per telefoon (die hij uit mijn handen probeerde te slaan).
Net daarvoor had hij geprobeerd een loodzware metalen bankschroef naar de kop van zijn hond te smijten. Dat had het dier fataal kunnen worden, en het is de vraag of Jeremy hier dan wel had kunnen blijven wonen. Niet omdat hij van mij weg gemoeten had, maar omdat hij zelf nooit over zijn vreselijke daad heen gekomen zou zijn. Ik weet nog dat ik die dag een enorme leegte voelde van binnen. Even was er nog maar heel weinig over in het leven.

Jeremy volgde in de daaropvolgende winter een fysieke training waarin hij leerde omgaan met zijn emoties en meer zelfbeheersing ontwikkelde. Inmiddels is hij vijftien, en heeft zoals het pubers betaamt van tijd tot tijd een rothumeur. Maar de destructieve woede-uitbarstingen hebben zich nooit meer voorgedaan.
Wat dit aangaat kan ook Graziano Pellè wel een training gebruiken zoals we onlangs op televisie zagen. De tv speelt trouwens een dubieuze rol: Pellè wist natuurlijk dat er camera’s op hem gericht stonden. Zijn gedrag was niet helemáál ongecontroleerd; hij was er zich van bewust dat miljoenen kijkers konden zien hoe oneens hij het was met alles. Als men dit soort misdragingen niet zou uitzenden, zouden ze zich alleen al daarom minder voordoen volgens mij.

Ten tijde van Jeremy’s uitbarstingen had ik ook al snel door dat hij eerder bedaarde als ik wegliep. Als 'de camera uit stond’. Als hij tegenwoordig eens een boze bui heeft gaat hij een blokje hardlopen of fietsen. Fysiek ontladen, zonder camera.


Terug naar de dagboeken